Niet bedoeld om te zwemmen: mens is geboren verdrinker

BARCELONA, 29 JULI. De mens is een geboren verdrinker. Hij is één van de weinige landdieren die niet van nature kunnen zwemmen. Ergens in de loop van de evolutie heeft hij dat vermogen verloren. De vooruitgang eist haar tol.

Zelfs de beste zwemmers van de wereld zoals Alexandre Popov en Krisztina Egerszegi demonstreerden gisteravond hoe aandoenlijk onbeholpen mensen zich in het water voortbewegen. Voordat zij erin sprongen, rimpelde het water nog rustgevend. Maar als zij eenmaal begonnen te molenwieken met hun armen en te schoppen met hun benen, spetterden en spatten dikke druppels in het rond, als in een woeste bergrivier. Dan duurde het langer dan een 4x100 meter-finale voordat het water zich van dat menselijk geweld herstelde en zijn natuurlijk ritme hervond.

De mens is er ook niet op gebouwd om te zwemmen. Als hij zich stil houdt in het water ondervindt hij zwaartekrachten en ook nog opdrijvende krachten die volgens Archimedes gelijk zijn aan het gewicht van het water dat hij verplaatst. De som van die krachten is hem niet ongunstig, want hij blijft drijven. Tot zover is er dus niks aan de hand.

De ellende begint pas als hij gaat bewegen, want dan roept hij weerstand op en niet zo'n beetje. Daarbij gaat het in de eerste plaats om wrijvingsweerstand, die evenredig met zijn oppervlakte is. Een beetje stroomlijning had hem nog kunnen baten. Zag de mens er maar uit als een kruising van een bol en een naald, als een soort torpedo met een spits uitlopende achterkant. Dan zou hij heel wat soepeler door het water scheren. Had hij ook maar niet van die lange knuppelvormige extremiteiten, armen en benen genaamd. Dan zou ook de weerstand door drukverschillen langs het lijf aanzienlijk lager zijn.

De mens heeft verder nog de handicap dat hij adem moet halen, wat hem dwingt tot zwemmen aan het oppervlak. Terwijl hij zijn weerstand met 80 procent zou kunnen verlagen als hij voortdurend een flink eind onder water bleef. De energieverspilling zit hem in de golven die hij veroorzaakt, ploeterend op de grens van lucht en water. Hij brengt niet alleen zijn eigen lijf in beweging maar ook enorme massa's vocht. Bij forellen is er onderzoek gedaan naar de gevolgen van het gedwongen aan het oppervlak zwemmen op hun energiehuishouding, schrijft dr. J.J. Videler in een verhandeling over zwemprestaties van mensen en dieren. Tachtig procent van de energie gaat verloren aan watergeklots.

En tegenover al die nadelen van de mens staat geen enkele meevaller. Hij heeft geen vinnen die hem helpen bij de voortstuwing, geen schubben of slijmerige huid, die zijn weerstand zouden kunnen verminderen. Hij heeft zelfs geen uitschuifbaar bekken zoals de klauwkikvors, waarmee hij de effectieve slag van zijn achterpoten zou kunnen verlengen.

Topzwemmers zouden er nog slechter aan toe zijn als ze niet zorgden voor een een strakke, onbehaarde huid. Maar vrouwen hebben weer de pech dat ze altijd speling houden tussen vel en weefsel. De onderwatercamera's die bij de Spelen worden gebruikt zouden in slow-motion kunnen laten zien waartoe die beweeglijkheid bij hoge snelheden leidt: tot plooivorming, vooral bij borst en buik en billen. Met een strak elastisch zwempak kan de schade van die weerstandsvergroting worden beperkt. Dat scheelt gemiddeld zes procent zo blijkt uit onderzoek.

Eigenlijk is het nog een wonder dat topzwemmers zo snel door het water gaan. Hoewel snel? De juryleden die langs het zwembad meelopen, kunnen hen stevig doorstappend makkelijk bijhouden. Alexandre Popov, winnaar van het goud gisteren op de 100 meter vrije slag, kwam niet verder dan 7,5 kilometer per uur. De Nederlandse vrouwenestafetteploeg dobberde door het bassin met een snelheid van 6,4 kilometer per uur. En dan gaat het maar om 100 meter en om de vrije slag. Bij grotere afstanden, andere slagen, daalt het tempo dramatisch. Nee, dan de dolfijn die met een kruissnelheid van 35 kilometer uur door open water zoeft. Zonder spatten. Of de zwaardvis, de snelste zwemmer van de wereldzeeën met meer dan 100 kilometer per uur.

Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de mens de minst-efficiënte zwemmer is van alle dieren. Op de nerts na. Het kost de mens vijf keer zoveel energie om zich door het water te bewegen dan zeezoogdieren van dezelfde grootte. Het maakt de verrichtingen van Popov en Egerszegi misschien alleen nog maar grootser. Maar niet minder exotisch.