Morgen vertrekken de vluchtelingen naar Nederland; Bosniërs overnachten in bus

LJUBLJANA, 29 JULI. De vrouw wil niet gestoord worden in haar werk en beweegt de kleine handveger driftig in de richting van de bezoekers. Voor vragen heeft ze geen tijd. Geholpen door twee jongens van een jaar of tien veegt ze de vloerbedekking van de "Srebenica Ekspres' schoon. Het lange, versleten tapijt is naast de bus gelegd, op het asfalt van de voormalige Ro ska-kazerne in Ljubljana.

Naast de lichtblauwe Ekspres staat een tweede bus in somberder kleuren. Achter de voorruit kleeft een grote affiche met de Nederlandse tekst: “Help de mensen in Bosnië-Herzegovina” met daarbij een Nederlands telefoonnummer. Op het dashboard ligt een lange lijst met namen en geboortedata.

De corvee in de brandende middagzon wordt verricht met het oog op de lange reis door Oostenrijk en Duitsland naar Nederland, een tocht die overmorgen begint. Als dan tenminste de opvang in ons land voor de ruim 300 vluchtelingen uit Bosnië goed is geregeld. Daarover bestond vanmorgen nog grote onduidelijkheid.

De groep is afgelopen zaterdag reeds met zes bussen uit Zagreb vertrokken: eindbestemming Nederland. Een bepaalde plaats is toen niet genoemd. Bij de Sloveense grensplaats Obrec werd de vluchtelingen de doorgang geweigerd. Men bleek niet te beschikken over geldige doorreisvisa. De vrouwen, de paar mannen in het gezelschap en de 167 kinderen gingen direct op straat zitten en bezetten zo de grensovergang. Alleen vrachtwagens met hulpgoederen mochten passeren.

De bezetting eindigde afgelopen maandagmiddag nadat de Sloveense minister van binnenlandse zaken en een vertegenwoordiger van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN (UNHCR) overleg hadden gevoerd met het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag. Volgens de UNHCR-vertegenwoordiger in Ljubljana, Michèle Voyer, heeft Buitenlandse Zaken toen de toezegging gedaan de groep in ons land binnen te laten. “Ik heb in die gesprekken enkele keren erop aangedrongen toch vooral rekening te houden met de buitengewone omstandigheden van deze mensen. Bovendien is het voor ons als UNHCR onaanvaardbaar dat in Europa mensen moeten overnachten in bussen”, aldus Voyer. Voorzichtig voegt ze eraan toe dat de Nederlandse overheid wel zekerheid wilde over een goede opvang voor deze groep.

Pag 3: Groep doorgelaten na toezegging Nederland

De bedden in drie kazernes die nu in Nederland gereedgemaakt worden voor de eerder afgesproken opvang van ruim 5000 vluchtelingen uit heel voormalig Joegoslavië zijn niet bedoeld voor de ruim driehonderd Bosniërs die aan de Sloveense grens werden opgehouden.

De toezegging vanuit Nederland dat de Bosniërs mogen komen was voor de Sloveense autoriteiten voldoende om de groep door te laten. Onmiddellijk werden de Bosniërs in drie groepen gesplitst en ondergebracht in vluchtelingencentra in de stad en de directe omgeving. Enkele moeders ontdekten maandagavond laat pas dat hun kleine kinderen in een heel ander centrum dan zij zelf terechtgekomen waren. Het bezorgde de vrijwilligers van het Rode Kruis gisteren handenvol werk en veel zelfbeheersing om de noodzakelijke herenigingen tot stand te brengen.

In de Ro ska-kazerne, een schamel okergeel gebouw even buiten het centrum van de stad, verblijven nu meer dan 1100 vluchtelingen met 600 kinderen. De autoriteiten hadden dit centrum al gesloten voor nog meer opvang, ook al omdat een aantal gebouwen op het terrein over onvoldoende of helemaal geen douches en toiletten beschikt.

Op een bovenverdieping zijn twee ruimtes ter grootte van een klaslokaal schoongemaakt voor de noodopvang en ruim honderd matrassen op de vloer gelegd. Daarmee moeten de Bosniërs het deze week zien te redden. In de twee zalen liggen vrouwen te praten en te roken. Overal lege sigarettendoosjes. Kinderen lezen, zitten elkaar achterna. De hitte in de zalen is ondraaglijk, een halfuur binnen en dan gauw naar een plekje in de schaduw buiten.

De vrouwen vertellen dat ze zes weken geleden hun dorpen in de grensstreek met Servië hebben verlaten. De mannen zijn achtergebleven. Op de vraag waarom volgt een schouderophalen. In de moskee van Zagreb ontmoetten ze Hasan Huremovic, een in Bosnië geboren Nederlander die actief is in de moslimorganisatie Merhamet. Deze organisatie beschikt naar verluidt over ruime financiële middelen dankzij de steun van Arabische landen. Huremovic vertelde de vrouwen dat dankzij hem al twee bussen met vluchtelingen in Nederland zijn aangekomen en iedereen bij gastgezinnen is geplaatst. Huremovic bleek contact te hebben met de voorzitter van Merhamet in Zagreb, de internist Izet Aganovic. In Zagreb kregen de Bosnische vluchtelingen inderdaad dankzij de bemiddeling van de Merhamet-bestuurder een doorlaatvisum voor Duitsland in het paspoort. Toen echter bleek dat de Nederlandse autoriteiten niet op de hoogte waren van hun komst, werd het visum met twee vette stempels weer ongeldig verklaard. Dat gebeurde vorige week donderdag. Verontwaardigd laten een paar vrouwen de bizarre versiering in hun paspoort zien. Ze begrijpen totaal niet wat er over hun hoofden heen gebeurt.

Inmiddels heeft een woordvoerder van de moslimorganisatie voor de Sloveense televisie toegegeven dat zijn vereniging in het contact met Nederland fouten heeft gemaakt. Die zouden nu geheel zijn hersteld. De organisatie betaalt de reis en zorgt ook voor voldoende en goede opvangadressen, zo is afgesproken.

De bussen staan klaar, de leiding van de drie opvangkampen rekent erop dat ze inderdaad vertrekken. “Hier kan het niet langer, binnenkort breekt er een epidemie uit”, zegt vrijwilligster Svetek Tomica zorgelijk. Twee vluchtelingen in de voormalige kazerne lijden al enige dagen aan een op zichzelf niet ernstige infectie van de ingewanden. Onder deze omstandigheden kan dat echter gemakkelijk rampzalige vormen aannemen. Svetek Tomica heeft nog een andere overweging: “Als we de mensen er nu niet uit krijgen, dan blijven ze. Ik denk voorgoed. Ze kunnen immers niet meer terug naar hun eigen streek, daar is helemaal niks meer voor hen”.