Meijer geveld door onwillige judoka

BARCELONA, 29 JULI. De Nederlanders rekenden zich gisteravond na de voorronden van beide judotoernooien in het halfzwaargewicht al bij voorbaat rijk. Twee gouden medailles leken tot de mogelijkheden te behoren. Afgezien van Irene de Kok maakte ook Theo Meijer een sterke indruk. Evenals zijn vrouwelijke collega was hij fel en viel constant aan. Hij versloeg achtervolgens Burba uit Litouwen, Kai uit Japan en White uit de Verenigde Staten. Maar uiteindelijk werd ook Meijer in de halve finale gestuit, door de Hongaar Kovacs. Een zege op de Estlander Pertelson leverde hem uiteindelijk de tweede Nederlandse bronzen medaille van de dag op.

Meijer liet zich met een somber gezicht de medaille omhangen. Hij sprak van een kater na zijn kleine verlies in de halve finale. “Daarin kom ik uitgerekend tegen een jongen te staan die niet wilde judoën”, aldus Meijer. Kovacs won na een tactisch sterke partij. Meijer deed in 1988 al mee aan de Olympische Spelen. Hij was toen nauwelijks hersteld van een dubbele hernia-operatie en werd vijfde. Meijer vocht zich daarna terug naar de top ondanks zijn drukke werkzaamheden voor het taxibedrijf van zijn moeder. Verleden jaar werd Meijer in Praag Europees kampioen.

Meijer had met een zuinig, maar soms zeer scherp, werkprogramma toegewerkt naar de Spelen na zijn ontgoocheling van vier jaar geleden in de Koreaanse hoofdstad. Zijn eerste twee overwinningen ontstonden door zijn werkdrift. De manier bijvoorbeeld waarop het de Japanner Yasohiro Kai voortdurend aanpakte, was perfect. Kai kreeg geen rust en geen lucht, maar weer moest Meijer de vijf minuten volmaken.

Hij had er geen last van, zijn Amerikaanse tegenstander White, al 34 en dus zeven jaar ouder, betaalde in de derde ronde de prijs voor zijn inspanningen.