IMF levert tegenstanders Maastricht nieuwe munitie

BRUSSEL, 29 JULI. Computerberekeningen van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) over de economische groei in de EG hebben nieuwe munitie opgeleverd voor de tegenstanders van "Maastricht'. Het IMF voorspelt namelijk dat de totstandkoming van de Europese economische en monetaire unie (EMU), waartoe vorig najaar op de Europese Top in Maastricht werd besloten, de komende jaren zal leiden tot een vertraging van de economische groei in de gemeenschap. Pas vanaf 1996 zal sprake zijn van een positief effect.

De berekeningen, door het IMF zelf als vertrouwelijk bestempeld, zijn gisteren naar buiten gebracht door het Franse dagblad Libération. Om in 1996 of mogelijk in 1999 te mogen meedoen aan de eindfase van de EMU moeten de twaalf lidstaten van de EG in eigen land budgettair orde op zaken stellen. De bezuinigingen die daarvoor nodig zijn zullen de Europese Gemeenschap volgend jaar 0,8 procentpunt economische groei kosten, heeft de computer van het IMF berekend. Voor de gehele periode 1993-1996 bedraagt de "schade' gemiddeld 0,4 procentpunt per jaar.

Daarbij is dan nog uitgegaan van het meest gunstige scenario, waarbij de financiële markten hun vertrouwen tonen in de aanpassingsprogramma's die de lidstaten hebben opgesteld. Ontbreekt dat vertrouwen, dan zal zich dat vertalen in hoge rentetarieven, en er moet rekening worden gehouden met een jaarlijks groeiverlies van gemiddeld 0,8 procent (en 0,9 procent in 1993).

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, heeft onmiddellijk scherp gereageerd op het artikel in Libération. Een woordvoerder van de Commissie noemde de berekeningen van het IMF gisteren louter theoretisch en weinig realistisch. Volgens hem is het onjuist om een beleid dat is gericht op toetreding tot de EMU te vergelijken met een situatie waarin niets gebeurt. Ook zonder EMU zouden verschillende lidstaten van de EG hun overheidsschulden en tekorten moeten wegwerken, en zouden er dus de eerste jaren ook groeivertragende effecten optreden.

De Commissie heeft onlangs zelf ook een berekening gemaakt van de te verwachten effecten van de totstandkoming van de EMU, en zij komt tot een veel optimistischer uitkomst dan het IMF. De Commissie houdt rekening met slechts een kleine terugval van de economische groei van 2,3 procent in 1992 tot 2,2 procent in 1993. Vanaf 1994 zal de economische groei schommelen tussen de 2,5 en 3 procent.

De Commissie laat regelmatig dergelijke econometrische berekeningen maken, maar publiceert de resultaten als regel niet, omdat de betekenis ervan zo relatief is, aldus de woordvoerder.

Pag 15: "Maastricht' levert lichte groei in EG op

Dat laatste geldt volgens hem zeker ook voor de berekening van het IMF. Het IMF is bij zijn rekenmodel uitgegaan van een strikte toepassing van alle critaria die gelden voor toelating tot de EMU, terwijl in de praktijk de norm voor de overheidsschuld (niet meer dan 60 procent van het BNP) genuanceerd zal worden gehanteerd. Bovendien houdt het IMF geen rekening met het zogenoemde pakket-Delors II, dat een compenserend effect zal hebben voor sommige armere lidstaten, aldus de woordvoerder.

Volgens Libération worden studies over de negatieve effecten van de EMU niet gepubliceerd, om het debat over de ratificatie van het Verdrag van Maastricht niet te beïnvloeden. Op 20 september kunnen de Fransen zich in een referendum uitspreken over Maastricht.

Uit de berekening van het IMF blijkt dat vanaf 1996 een extra groei van 0,1 procentpunt is te verwachten, als gevolg van de gezondmakingsoperaties in het kader van de EMU. Om toegelaten te worden tot de EMU zal Italië relatief de zwaarste lasten moeten dragen. Het zal zijn groei volgend jaar met 1,7 procentpunt zien verminderen en komt uit op een groeireduktie van gemiddeld 1,1 procent punt in de periode 1993-1996. Duitsland zou in 1993 0,7 procentpunt minder groeien (min 0,4 procent gemiddeld tot en met 1996). Voor Frankrijk en Groot-Brittannië verandert er niet veel.

Bij al deze cijfers wordt uitgegaan van het gunstige scario. Als de markten geen vertrouwen tonen in de EMU, zullen de lasten aanzienlijk toenemen. Italië zal dan bijvoorbeeld een groeiverlies incasseren dat oploopt van 2 procent in 1993 tot 3,4 procent in 1996.

Een Nederlandse ambtenaar zei vanochtend dat ook hij niet zoveel waarde hecht aan de uitkomst van de IMF-berekening. “Een kind kan zien dat er in landen als Italië en Griekenland wat moet gebeuren, ook al zou er geen EMU zijn”, zei hij. Ook Nederland had al besloten om zijn overheidsfinanciën gezond te maken voordat er een akkoord was over de EMU. “Als je dergelijke maatregelen uitstelt, zal het op den duur alleen nog maar meer economische groei kosten”.

De studie van het IMF zal binnen het fonds intern nog worden besproken en er zal, net zoals dat gebeurt bij het opstellen van de zogenoemde landenrapporten van het IMF, ook over worden gesproken met deskundigen van de Europese Commissie. Die zullen na de zomer ongetwijfeld de gelegenheid krijgen om hun kritische kanttekeningen te plaatsen bij de bevindingen van de IMF-computer. In oktober verschijnt de World Economic Outlook van het IMF, en dan zal blijken hoe het IMF officieel oordeelt over de EMU.