Geboortecijfer zal niet stijgen zolang mannen niet willen veranderen

De keuze van vrouwen voor het verrichten van betaalde of onbetaalde (zorg)arbeid heeft financiële gevolgen voor de economische (on)gelijkheid tussen kinderen. Dit signaleerden M. Niphuis-Nell en G.A.B. Frinking in een artikel (NRC Handelsblad, 13 juli) waarin zij terecht pleiten voor een minder ambivalent emancipatiebeleid.

Hun verhaal klopt voor zover het over vrouwen gaat. Om te voorkomen dat in Nederland een aantal vrouwen geen vrije keuze voor kinderen kan maken en economische ongelijkheid tussen gezinnen met en zonder kinderen toeneemt, is niet alleen een consistent emancipatiebeleid nodig, maar ook een gedragsverandering van vooral de mannelijke helft van de bevolking. In het artikel komt een keuze van mannen voor het verrichten van betaalde of onbetaalde (zorg)arbeid echter niet aan de orde.

In onze samenleving wordt nog steeds van mannen verwacht dat zij carrière maken. Daartoe dienen zij min of meer permanent betaalde arbeid te verrichten. Bovendien overheerst in de publieke opinie het idee dat enkel door full time te werken carrière gemaakt kan worden. Mannen die in deeltijd werken, blijken dit doorgaans te doen omdat zij geen full-timebaan kunnen vinden. Niet omdat zij op deze manier het gezinsleven beter met het werk kunnen combineren.

Ook de mannen uit de jongere generaties zijn vooral georiënteerd op full-timebanen. De toekomstverwachtingen van veel jongens zijn gebaseerd op de veronderstelling dat zij later de kost zullen verdienen en dat zij een vrouw zullen trouwen die verantwoordelijk zal zijn voor het huishouden en de kinderen.

Hiermee in contrast staan de toekomstverwachtingen van meisjes. Zij streven steeds meer naar een positie op de arbeidsmarkt. Het emancipatiebeleid lijkt wat dit betreft aan te slaan. Velen van hen wensen - tenminste gedeeltelijk - aan deze positie vast te houden wanneer er kinderen komen. Algemeen bekend is echter dat moederschap en betaalde arbeid moeilijk te combineren zijn. Werkende moeders worden geacht betrokken te zijn bij haar werk èn bij haar gezin. Werkende vrouwen wacht thuis nog een tweede dagtaak.

Het feit dat veel vrouwen tegenwoordig in een deel van het gezinsinkomen voorzien, heeft nog niet geleid tot een beduidend grotere participatie van mannen in verzorgende en huishoudelijke taken. Van een taakverlichting voor vrouwen is geen sprake: tachtig procent van de activiteiten met kinderen worden door vrouwen verricht. Het emancipatoire gehalte van gezinsrelaties tussen mannen en vrouwen maakt duidelijk dat de acceptatie van de werkende moeder grotendeels slechts tot aan de voordeur reikt. De consequentie hiervan is dat veel vrouwen ervoor kiezen om na de komst van kinderen tijdelijk, gedeeltelijk of helemaal te stoppen met werken.

Het emancipatiebeleid van de Nederlandse overheid is ambivalent. Enerzijds worden vrouwen aangemoedigd te blijven werken, anderzijds worden er onvoldoende maatregelen getroffen om de combinatie daadwerkelijk mogelijk te maken. Ook de oplossingen die Niphuis-Nell en Frinking in hun artikel noemen zijn onvoldoende. Verlofregelingen zijn slechts een oplossing voor zolang het verlof duurt. Wanneer vrouwen naar de werkvloer terugkeren, laat ook de tweede dagtaak zich weer gelden.

Het uitbreiden van mogelijkheden tot kinderopvang is net zo min een oplossing. Kinderopvang levert een dienst aan moeder en kind zolang de werkdag duurt. Na werktijd keert ook in dit geval de dubbele belasting terug. Ouderschapsverlof en kinderopvang maken het werken door moeders wel wat gemakkelijker, de dubbele dagtaak blijkt er niet veel kleiner door te worden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat vrouwen het krijgen van kinderen uit- of afstellen, of wanneer zij wel voor kinderen kiezen een paar jaar met werken stoppen. Een herziening van het systeem van kinderbijslag en een verhoging van de bedragen mag dan een tegemoetkoming zijn in de kosten van kinderen, deze maatregelen doen de hoge kinderloosheid niet tot het verleden behoren.

Een afname van kinderloosheid zal waarschijnlijk slechts worden bewerkstelligd wanneer mannen een substantieel deel van de verzorgende en huishoudelijke taken overnemen. Dit vereist echter een enorme mentaliteitsverandering.