Forse stijging gemeentelijke belastingen

ROTTERDAM, 29 JULI. Burgers betalen dit jaar gemiddeld 12 procent meer aan gemeentelijke belastingen en heffingen dan vorig jaar. Het reinigingsrecht is met een stijging van 71 procent in twee jaar de grootste boosdoener. De verschillen tussen gemeenten zijn echter zeer groot: wonen in de duurste gemeente (Zaanstad) kost ongeveer vier keer zoveel als in de goedkoopste (Putten).

Dit blijkt uit het overzicht dat de Consumentenbond jaarlijks samenstelt van de lasten in de grootste gemeenten. De bond vindt dat de gemeentelijke lasten verwerkt zouden moeten worden in het prijsindexcijfer voor gezinsconsumptie, omdat ze een aanzienlijke en snel groeiende aanslag op het gezinsbudget vormen. Tot nog toe is dat niet zo.

Gemeenten mogen zelf belastingen heffen, zoals onroerend-goedbelasting, om hun begroting sluitend te krijgen. De ene gemeente geeft per inwoner veel meer uit dan de andere. De belastingtarieven variëren dan ook sterk van plaats tot plaats. Voor de belastingheffing maakt het daarbij niet uit of dat geld opgaat aan uit de hand gelopen kosten van een nieuw stadhuis of aan het onderhoud van het plaatselijk groen.

Pag 3: Vergelijking tarieven van gemeenten

De tarieven voor de onroerend-goedbelasting zijn overigens niet dramatisch gestegen. De waarde van de huizen daarentegen wel. Omdat de hoogte van de aanslag in de meeste gemeenten afhangt van de waarde van het huis is de burger wel duurder uit. De hoogste tarieven voor onroerend-goedbelasting hebben Velsen, Waddinxveen en Zwijndrecht, waar huurders 10 à 15 gulden per 3.000 gulden waarde betalen en eigenaar-bewoners rond de ƒ 35,00. Per 3.000 gulden waarde zijn inwoners van Wassenaar het goedkoopst (ƒ 2,97 voor eigenaar-bewoners) af, maar daar zijn de woningen aanzienlijk duurder dan in Zwijndrecht.

Uit de heffingen voor rioolrecht en reinigingsrecht moet een gemeente de kosten voor het ophalen en verwerken van huisvuil en van het rioolonderhoud dekken. Gemeenten mogen tot en met volgend jaar nog 25 procent winst maken op deze activiteiten, daarna niet meer. Vooral de kosten van de huisvuilverwerking zijn sterk gestegen door verscherping van milieu-eisen. De duurste gemeente in dit opzicht is Leiderdorp (ƒ 676), de goedkoopste Nijkerk (ƒ 105).

Om een vergelijking tussen gemeenten mogelijk te maken ging de Consumentenbond uit van een eigenaar/bewoner van een woning met een waarde van 100.000 gulden. Deze was het duurst uit in Zaanstad (ƒ 1.100) en Leeuwarden (ƒ 1.010). Het goedkoopst zijn Putten (ƒ 280) en Katwijk (ƒ 310). Natuurlijk koopt men in de ene plaats voor 100.000 gulden een aanzienlijk riantere woning dan in de andere.

Een andere manier om gemeenten met elkaar te vergelijken is naar de lasten per inwoner te kijken. In dit klassement spant Utrecht de kroon (ƒ 413). Het goedkoopst is Katwijk (ƒ 122). De Consumentenbond heeft alleen grotere gemeenten in het onderzoek betrokken. Het is dus mogelijk dat er kleinere gemeenten zijn met nog hogere of lagere tarieven.