Fiscus kampt met schadeclaims

Iedereen kan wel eens in conflict komen met de belastinginspecteur. De meeste van die aanvaringen zijn snel en in alle redelijkheid opgelost.

Maar soms moet men in jarenlange procedures zijn gelijk halen. Dat kost duizenden guldens en van dat geld zie je niets terug; het bedrag is doorgaans niet eens aftrekbaar! De belastingdienst kent alleen een kostenvergoeding toe als de inspecteur "in redelijkheid niet tot zijn standpunt kon komen'. Hoe vaak dat voorkomt en welke schade de schatkist er door leidt, is volstrekt onduidelijk. Zulke betalingen wegens verkeerd optreden van de fiscus worden geboekt onder de onschuldige begrotingspost "rentebetalingen' en onttrekken zich daardoor aan parlementaire controle.

In de Tweede Kamer is wel eens geopperd dat het eerlijker zou zijn als de financiële strop door de gemeenschap wordt gedragen. Uiteindelijk is het toch de inspecteur als vertegenwoordiger van die gemeenschap die het verkeerde standpunt verdedigde. Waarom moet dan de winnende burger voor de kosten opdraaien? Hoewel een meerderheid van de Kamer er zo over leek te denken, kon de staatssecretaris van financiën met deze idealistische praat korte metten maken. Als de Kamerleden konden aangeven waar ze op de begroting de benodigde tientallen miljoenen guldens konden vinden, mochten ze terugkomen. Toch zijn er in deze kwestie nu ontwikkelingen en wel door de bemoeienis van de rechter.

Na aanloopjes in 1986 en 1989 heeft de Hoge Raad onlangs een beslissing genomen die vele duizenden mensen een schadevergoeding door de fiscus zal opleveren. De Raad verwerpt de opvatting dat er alleen een recht op schadevergoeding bestaat als men een ambtenaar zijn onjuiste standpunt kan verwijten (de zogenaamde schuldaansprakelijkheid). Volgens de Hoge Raad moeten proceskosten ook worden vergoed als de ambtenaar heel behoorlijk zijn werk doet, maar uiteindelijk toch ongelijk krijgt (de zogenaamde risico-aansprakelijkheid).

Tot nu toe heeft de rechter alleen duidelijk voor de risico-aansprakelijkheid gekozen in niet-fiscale procedures. Het ministerie van financiën vindt de risico-aansprakelijkheid prima voor die andere rechtsgebieden, maar erkent haar niet voor het belastingrecht. De fiscus moet dagelijks zo veel en zulke complexe beslissingen nemen, dat voor hem minder strenge normen zouden gelden. Bovendien is er geen wet die iemand verplicht om zich in een fiscale procedure te laten bijstaan. Je kunt in fiscale zaken zonder belastingadviseur of advocaat tot en met de Hoge Raad op eigen houtje procederen. De bedrijfsverenigingen (die sociale zekerheidswetgeving uitvoeren) hanteren precies dezelfde argumenten als de fiscus. De Hoge Raad heeft daar onlangs korte metten mee gemaakt. Bedrijfsverenigingen die procedures verliezen, moeten de proceskosten aan de burgers vergoeden.

Daarmee is het pleit ook voor de fiscus beslecht. Die verkeert namelijk in precies dezelfde positie als de bedrijfsverenigingen en beroept zich op dezelfde argumenten. Dit betekent dat de schade die iemand leidt door een belastingaanslag die later door de rechter is herzien, door de fiscus moet worden vergoed. Een uitzondering geldt als men zelf ook schuld heeft, bij voorbeeld door de inspecteur niet tijdig gevraagde informatie te verschaffen. Ook onredelijk hoge kosten zullen niet worden vergoed. De schade die men kan claimen betreft alle proceskosten, waaronder de vaak hoge advieskosten.

Het kan ook gaan om andere schade die een gevolg is van de onjuiste belastingaanslag. Vooral in het bedrijfsleven, dat om allerhande redenen wel eens met fantasieaanslagen te maken krijgt, kan deze schade behoorlijk aantikken. De aanslag moet toch in de jaarstukken worden verwerkt en dat kan naar buiten toe meteen een minder rooskleurig beeld van de onderneming geven. Het beleggingsfonds OAMF zag zijn koers kelderen nadat de fiscus een aanslag van 88 miljoen gulden had opgelegd. Voor het Amsterdamse gerechtshof bleek die aanslag onterecht. Ook zonder de schadeclaims van het bedrijfsleven zullen de schadebetalingen de schatkist op jaarbasis op tientallen miljoenen guldens komen te staan.

Om die tegenvaller nog enigszins te beperken, heeft staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) snel een eigen vergoedingsregeling ontworpen. Daarin worden de (proces)kosten op bescheiden bedragen genormeerd. Maar zolang die regeling nog niet geldt, kan men aanspraak maken op een volledige kostenvergoeding. Dat zal zeker de rest van 1992 nog zo zijn. Bovendien kan ook voor in het verleden gewonnen procedures een schadevergoeding worden gevraagd; de verjaringstermijn is vijf jaar. De schadevergoeding moet men bij de burgerlijke rechter vorderen. Naast deze vrij dure en omslachtige weg is er de snelle en goedkope mogelijkheid de Nationale ombudsman te hulp te roepen. Men kan zich bij hem beklagen als de fiscus ondanks de ommezwaai in de rechtspraak geen schadevergoeding wil betalen. Bij de ombudsman kan men zelfs terecht als er in de fase vòòr de rechterlijke procedure iets fout gaat. Bij voorbeeld als de inspecteur op onredelijke argumenten een bezwaarschrift afwijst. Op het ministerie van financiën zal men ondanks de zomer snel een beleid moeten ontwikkelen om de te verwachten stroom schadeclaims op een goede manier af te werken.