De Haagse ziekte

HET BESTUURLIJKE establishment van de gemeente Den Haag kan het reces andermaal in rust voortzetten.

Even leek het er begin deze week op dat alsnog het debat zou worden geopend dat de lokale politiek vorig jaar "vergat' te voeren. Bij het ontstaan van het grootste tekort dat een Nederlandse gemeente ooit naar buiten bracht (260 miljoen gulden, bijna tien procent van de totale uitgaven), zou de rol van burgemeester Havermans tot nu toe onderbelicht zijn gebleven. Twee topambtenaren wezen er op dat ook hij, in weerwil van het beeld dat de burgemeester daarover zelf verspreidde, actief betrokken was geweest bij een bestuurlijke cultuur die de stad op de rand van de afgrond heeft gebracht. Maar nadat de burgemeester zijn rol meer genuanceerd neerzette - hij had geweten dat de stad “risico's” nam - wentelde de raad zich opnieuw in een warme deken van collectieve instemming.

Wie daarover verbaasd is, heeft slecht opgelet. De gemeente Den Haag liet vorig jaar al in een zelfde collectieve eensgezindheid een grondig zelfonderzoek achterwege, in de hoop dat de rijksoverheid het stoepje van de stad zal schoonvegen. De daartoe met behulp van public relations-adviseurs gestarte lobby loopt nog altijd. En ook al blijkt de scepsis bij het rijk groot, het stadsbestuur houdt nog altijd goede hoop. Een heropening van het debat over het eigen falen, zo redeneren de lokale bestuurders, verkleint alleen maar de kans dat de stad de beschikking krijgt over extra rijksfondsen.

HET IS EEN alleszins logische redenering, zij het dat ze is gebaseerd op enkele verkeerde veronderstellingen. Het stadsbestuur speculeert er op dat dankzij externe steun (het vraagt maar liefst vijfhonderd miljoen) het eigen verleden vanzelf wordt vergeten. Voortdurend blijkt dat dit niet alleen in moreel opzicht, maar ook in praktisch politiek opzicht een onbegaanbare weg is. Het imago van Den Haag wordt er slechts verder door geschaad. De frustraties van (voormalige) topambtenaren, van (voormalige) bestuurders zijn in de jaren tachtig, toen het probleem ontstond, zo hoog opgelopen dat ze steeds opnieuw, in een scandaleuze context, hun weg naar de buitenwereld vinden.

Van bureaucratiedeskundige Paul Kuypers is de stelling dat de overheid geen "learning system' is. Dat geldt in zijn ogen in het bijzonder voor de lokale overheid. Fouten herhalen zich voortdurend, zegt hij, omdat bij bestuurders het zicht ontbreekt op de alledaagse bureaucratische werkelijkheid. Dat is precies wat zich in Den Haag heeft afgespeeld. Een uitermate krachtige ambtelijke organisatie voor de stadsvernieuwing kon jarenlang haar werk doen zonder dat het bestuur van de feitelijke gang van zaken op de hoogte was. Het oog werd slechts gericht op de mooie resultaten. Dat de daartoe ingezette financiële middelen er niet waren, bleek pas toen het ruim te laat was.

KUYPERS STELT dat dergelijk gedrag pas kan worden voorkomen als de politiek haar interesse voor de bureaucratie vergroot. En dat kan bijvoorbeeld door er bij gebleken misstanden stelselmatig onderzoek naar te doen. Voor de gemeente Den Haag is het nog net niet te laat. Een dergelijk specifiek onderzoek dient er immers niet alleen toe om vast te leggen onder wiens verantwoordelijkheid de problemen zijn ontstaan, het geeft ook aan dat het bestuur beschikt over een zelfreinigend vermogen, waarmee de scandaleuze context vanzelf verdwijnt. Maar het belangrijkste is dat de kennis van ambtelijk handelen wordt vergroot. Want alleen dan bestaat er een redelijke kans dat over een paar jaar niet opnieuw een lijk uit de kast komt vallen.