1938: eerste congres over vluchtelingen

Op 6 juli 1938 begon in het Franse Evian, vlakbij Genève, de eerste grote Europese vluchtelingenconferentie van deze eeuw. Toen ging het om 4,5 miljoen joden in Midden- en Oost-Europa die een veilig heenkomen probeerden te zoeken. Op de VN-vluchtelingenconferentie die vandaag in Genève begint gaat het om de opvang van 2,5 miljoen vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië.

Zwitserland weigerde in 1938 als gastheer op te treden. Dit land wilde niet in verlegenheid worden gebracht wegens zijn restrictieve toelatingsbeleid. Engeland verdacht de Amerikaanse president Roosevelt ervan met zijn "pro-joodse' politiek kiezers voor zich te willen winnen en zorgde ervoor dat "Palestina' niet op de agenda kwam. Voor de Amerikaanse journalist William L. Shirer was het op de eerste dag van de conferentie al duidelijk dat de bijeenkomst niet zou leiden tot een oplossing van het vluchtelingenprobleem waarmee Europa na de machtsovername van Hitler werd geconfronteerd. Van zijn radio-bazen in New York hoefde hij de conferentie dan ook niet te verslaan.

De conferentie, een intiatief van president Roosevelt, werd door vertegenwoordigers van 32 staten bijgewoond. Italië weigerde aan de conferentie deel te nemen, Duitsland was niet uitgenodigd. De VS deden een oproep om niet alleen diegenen die Duitsland al verlaten hadden als politiek vluchteling te beschouwen maar ook diegenen die alsnog wilden vertrekken. Ook stelden de VS voor een quotum-regeling op te stellen. Voorts vroegen zij aandacht voor vluchtelingen die niet beschikten over een paspoort.

De oproep kwam niet over, de ene delegatie na de andere liet in duidelijke bewoordingen weten hoeveel men al had gedaan voor de opvang van joden die Duitsland waren onvlucht. “Frankrijk is verzadigd en kan niet langer als hemel voor de onderdrukten worden beschouwd”, aldus bijvoorbeeld de Franse afgevaardigde.

Volgens de auteur van het boek The Unwanted. European refugees in the twentieth century, Michael R. Marrus, werd het gros van de gedelegeerden meer in beslag genomen door de geneugten die de conferentieplaats te bieden had (de golfbaan, het casino), dan door de vraag hoe een oplossing kon worden gevonden voor het vluchtelingenprobleem dat zich niet beperkte tot Duitse en Oostenrijkse joden. Polen en Roemenië hadden waarnemers naar de conferentie gestuurd die, aldus Marrus, geen kans onbenut lieten de aanwezigen er op te wijzen "het joodse vraagstuk' in hun landen “spoedig tot een uitbarsting zou leiden”.

Om een invasie van joden uit Oostenrijk te voorkomen kondigde de Poolse regering na de Anschluss een wet af die bepaalde dat Polen die meer dan vijf jaar buiten het land hadden gewoond, automatisch hun Poolse burgerschap kwijt waren. Aldus werd de terugkeer verhinderd van 20.000 Poolse joden die ten tijde van de Anschluss in Oostenrijk woonden.

De slotresolutie die op 14 juli 1938 werd vastgesteld bevatte geen concrete maatregelen voor de opvang van vluchtelingen. Sommige landen wilden wel “plannen tot vestiging van vluchtelingen in overweging nemen wanneer plannen van dien aard door officieele of particuliere lichamen naar voren worden gebracht”, aldus een bericht uit de NRC van 15 juli 1938. De Engelse minister van buitenlandse zaken, Lord Halifax, voorspelde in die dagen dat "Evian' de voorbode zou kunnen worden van een internationale ontkenning van de positie van de joden in Europa.