Waar blijft het protest?

In het voormalige Joegoslavië, niet zo heel ver van hier, woedt een oorlog, waarvan we de gruwelen dagelijks op de televisie kunnen zien. Het gevaar is niet helemaal denkbeeldig dat die oorlog over de grenzen van het huidige strijdtoneel zal spoelen. Waar blijven de honderdduizenden die tien jaar geleden de straat opgingen om te protesteren tegen een gevaar dat denkbeeldig is gebleken (en, in de ogen van sommigen, dat toen al was)?

Dit verwijt is begrijpelijk, en zeker is er voor de demonstranten van 1981 en 1983 reden na te denken over deze paradox. Maar toch is het verwijt niet helemaal gegrond. Toen namelijk probeerden die honderdduizenden, hoezeer ook op een dwaalspoor, met hun protest de Nederlandse regering op andere gedachten te brengen, te weten: af te zien van de plaatsing van middellange-afstandsraketten op Nederlandse bodem.

Ook de veel minder massale protesten tegen de Golfoorlog hadden, hoewel ook van een misvatting uitgaande, nog een concreet doel: Nederland moest op zijn Amerikaanse bondgenoot druk uitoefenen opdat het niet tot een oorlog zou komen, en in elk geval zelf niet aan die oorlog deelnemen. Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor de protesten tegen de oorlog in Vietnam in de jaren '60 en '70.

Maar nu? Bij wie en tegen wie zouden we nu uiting moeten geven aan een machteloze woede? Bij de ambassade van een land dat niet meer bestaat? Tegen de Amerikanen? Maar deze anders zo gemakkelijke zondebokken onthouden zich zorgvuldig van inmenging in de oorlog in Bosnië. Tegen de Europese bondgenoten? Maar die kijken ook wel uit.

Een protest zonder doelwit, in het luchtledig, heeft weinig zin. Vandaar dat de kerken, het Interkerkelijk Vredesberaad, de partijen, de vakbonden, die bij die vorige gelegenheden zo luidruchtig van zich deden horen, nu zwijgen. Het is geen fraai gezicht, maar begrijpelijk is het wel. Misschien dat het contrast tussen hun houding van nu en die van toen hen tot grotere bescheidenheid zal manen, hoewel we ons daaromtrent geen illusies moeten maken.

Toch - als die oorlog in Bosnië ons werkelijk ter harte zou gaan, zouden we wel wegen vinden om uiting te geven aan ons verlangen er een eind aan te zien. We zouden namelijk bij de Amerikaanse en Europese (incluis Nederlandse) regeringen kunnen protesteren dat ze niet een eind maken aan dat bloedvergieten daar, dat ze niet, met alle macht die hun ter beschikking staat, in Bosnië ingrijpen. Maar dat doen we niet.

Er zijn natuurlijk rationele overwegingen waarom we die regeringen niet aanmanen tot actie over te gaan èn waarom die regeringen dat ook niet doen. Orde en rust in het voormalige Joegoslavië scheppen zou een grootscheepse militaire operatie vergen (zelfs Hitler is nooit met Tito klaargekomen). Het bloedvergieten zou voorlopig alleen maar groter worden. Begrijpelijk dat niemand daar met gretigheid naar uitziet.

Maar die rationele overwegingen kunnen de regeringen wèl ter verontschuldiging van hun non-actie aanvoeren, maar de protesteerders van de jaren '60, '70 en '80 met minder recht. Immers, in die jaren waren het niet in de eerste plaats rationele overwegingen die hen met spandoeken de straat op deden gaan.

Gingen die protesten van toen uit van de stilzwijgende, misschien onbewuste vooronderstelling dat de Verenigde Staten in laatste instantie, als democratisch land, voor rede vatbaar waren? En bestaat dit gunstig vooroordeel ten aanzien van de volken van het voormalige Joegoslavië, die elkaar uitmoorden, niet - zodat protest hier geen zin heeft? Zo ja, dan zou dat van een merkwaardige discriminatie blijk geven.

Of is de conclusie gerechtvaardigd dat hartstocht alleen gewekt kan worden als het erom te doen is iets te stoppen: stoppen met de neutronenbom, met de kernwapens, met de oorlog in Vietnam of in de Golf? Maar dat, wanneer het om positieve actie gaat (zelfs als die ten doel heeft iets te stoppen), we niet thuis geven?

Door op het laatste ogenblik te voldoen aan de eisen van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft Irak voorlopig een proef op deze som onnodig gemaakt. Was dat niet gebeurd en zou Irak met geweld gedwongen zijn tot nakoming van die eisen, zouden de kerken, het IKV en al die anderen die, nu het om Bosnië gaat, zwijgen, hun stem dan weer in protest verheven hebben?