Vance kan belangrijk werk doen in Zuid-Afrika; Zowel Mandela als De Klerk wil terug naar de onderhandelingstafel; In wezen zijn er slechts twee oorzaken van de impasse in het overleg

De aanwezigheid van Cyrus Vance als speciaal afgezant van de Verenigde Naties in Zuid-Afrika, kan van cruciaal belang zijn om het vastgelopen democratiseringsproces weer op gang te krijgen. Het wordt allengs duidelijker dat de hoofdrolspelers, president F.W. de Klerk en Nelson Mandela, dat niet alleen lukt. Beiden hebben moeite hun militante achterban onder controle te houden, de agressieve zwarte "kameraden' die ervan dromen de regering met een campagne van massa-actie à la Oost-Europa ten val te brengen, en de doorgewinterde blanke militaristen van de politie en het leger die niets liever zouden doen dan zo'n confrontatie aangaan.

Zowel Mandela als De Klerk wil terug naar de onderhandelingstafel. Maar wie de schijn wekt te buigen voor de ander, verzwakt zijn greep op zijn aanhang en dat maakt een doorbraak moeilijk. Beiden zoeken naar een middel om hun gezicht te redden, en de internationale aanwezigheid in de persoon van Cyrus Vance kan zo'n middel zijn.

Toch moet ook dat met grote zorg gebeuren. De Zuidafrikaanse regering heeft een paranoïde antipathie tegen buitenlandse bemoeienis van welke aard dan ook en is tevens behept met een historisch vertekend beeld van de Verenigde Naties, het toneel waarop de Derde Wereld tientallen jaren lang de apartheid heeft kunnen beschimpen. De tijden veranderen echter en de gretigheid waarmee De Klerk hengelt naar erkenning en respectabiliteit in de internationale gemeenschap, brengt Pretoria ertoe de VN in een wat ander licht te zien en Vance's bezoek zelfs te verwelkomen. Dat biedt de ervaren Amerikaanse diplomaat een kans.

In wezen zijn er slechts twee oorzaken van de impasse in het overleg. Beide zijn met een tactvolle interventie van buitenaf op te lossen.

Het ene thema betreft het geweld, samen met de ineenstorting van de geloofwaardigheid van de politie in de zwarte townships en de opvatting dat de politie deel uitmaakt van het probleem in plaats van partner te zijn in de oplossing ervan. Het andere thema is het meningsverschil tussen Mandela's Afrikaans Nationaal Congres en De Klerks regerende Nationale Partij over de vraag of Zuid-Afrika een meerderheidsbewind moet krijgen of niet.

Het falen van de politie bij het tot staan brengen van het geweld is het meest verbijsterende aspect van de onderhandelingscrisis. Een groep Britse criminologen, te hulp geroepen om het politie-onderzoek naar het bloedbad van Boipatong - waar vorige maand 39 mensen werden afgeslacht door Zulu's uit een nabijgelegen hostel - tegen het licht te houden, heeft een vernietigend rapport opgesteld over de incompetentie van de politie.

De politie is echter niet altijd incompetent geweest. In de periode van de anti-rebellenoperaties tegen het toen nog verboden ANC is de politie soms hoogst succesvol geweest bij het opsporen van infiltranten en het aanhouden van saboteurs. De incompetentie schijnt te zijn begonnen toen De Klerk het politieke roer omgooide en in 1990 met het ANC ging praten.

Dat geeft aanleiding tot de verdenking dat de incompetentie niet geheel ongepland is en dat De Klerk zelf de orthodoxe elementen in de politie en het leger, die zijn hervormingsgezinde beleid niet ondersteunen maar bewust trachten het onderhandelingsproces te destabiliseren, niet in de hand heeft.

Als dat juist is, als De Klerk vanuit zijn eigen achterban wordt bedrogen en gesaboteerd, bestaat het enige antwoord uit het sturen van internationale waarnemers die misstanden opsporen en aan de kaak stellen.

Wat nodig is, is geen grote vredesbewarende strijdmacht, zoals de Verenigde Naties in 1989 naar Namibië hebben gestuurd tijdens de overgang naar de democratie van dat land, maar een kleine groep waarnemers die belangrijke brandhaarden in de gaten kunnen houden en verslag kunnen uitbrengen van wat ze zien.

Zoiets kan verrassend effectief zijn. Volgens de Zuidafrikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens, een particuliere organisastie, komt negentig procent van het geweld in het gebied van Witwatersrand rond Johannesburg, het economische hart van het land, voort uit de hostels van de zwarte migranten of is het een reactie op aanvallen op de bewoners van die hostels. Er zijn in dat gebied rond dertig hostels. Als die permanent in de gaten worden gehouden kan makkelijk worden vastgesteld of danwel wanneer er een aanval wordt gepleegd door of op de inwoners.

Op dezelfde manier kan een internationaal team van waarnemers alle treinstations in de gaten houden en vaststellen of er geweld wordt voorbereid. De respons van de politie kan worden vastgesteld, net als de acties die de politie onderneemt in de omgang met demonstranten - zoals dat incident waarvan ik zelf vorige maand getuige was in Boipatong, toen de politie zonder bevel en zonder waarschuwing met scherp schoot op een menigte.

Zulke misstanden kunnen, wie er ook achter steekt, uit de weg worden geruimd als ze onophoudelijk aan het daglicht worden gebracht. Het minste dat van internationale waarnemers kan worden verwacht, is dat ze voorzien in de concrete actie tegen het geweld die Mandela nodig heeft om zijn volgelingen tevreden te stellen voor hij naar de onderhandelingstafel kan terugkeren.

Dat brengt ons bij het tweede cruciale thema: dat van het meerderheidsbewind. De Klerk zegt dat niet te kunnen accepteren, Mandela zegt dat hij met minder geen genoegen kan nemen. De Klerk eist wat hij noemt "machtsdeling', wat neerkomt op een systeem van permanente verplichte coalities waarin de minderheidspartijen - met name zijn Nationale Partij - een gelijk aandeel in de macht en een veto over alle belangrijke beslissingen krijgen, een systeem waarmee de enorme ongelijkheid, opgebouwd in eeuwen van segregatie en apartheid, wordt vastgelegd.

Het ANC noemt dat ondemocratisch en gaat ervan uit dat het politiek zelfmoord pleegt als het zo'n systeem accepteert. Het zoeken naar een compromis tussen deze twee standpunten raakt de kern van alle problemen tijdens de onderhanbdelingen: ruim dit conflict uit de weg en alles wordt opgelost.

Het antwoord zou wel eens gelegen kunnen zijn in een formule die voorziet in machtsdeling op korte en in een meerderheidsbewind op langere termijn. Het ANC heeft enkele maanden geleden gesuggereerd een oplossing in die richting te zoeken toen het het denkbeeld van "zonsondergangs-clausules' in de grondwet op tafel legde. Daarmee bedoelde het clausules die voorzien in machtsdeling, die echter na een afgesproken termijn hun geldigheid zouden moeten verliezen.

Het denkbeeld is verloren gegaan in alle wederzijdse beschuldigingen over het geweld, en het is nu, met alle toegenomen animositeit, voor De Klerk moeilijk de indruk te wekken dat hij een ANC-voorstel op zo'n fundamenteel punt accepteert. Daarom moet het voorstel door een onafhankelijke bemiddelaar opnieuw worden verpakt en gepresenteerd.

Met dergelijke taken voor de boeg valt te hopen dat de missie van Vance iets meer zal inhouden dan een eenmalig bezoek met een rapport aan de secretaris-generaal. Vance moet een manier vinden om bij de problemen in Zuid-Afrika betrokken te blijven.