Ultra-rechts draait volop mee in Kroatische verkiezingen; Niet-Kroaten zijn op kandidatenlijst nauwelijks te vinden; Confrontaties met VN-macht leveren populariteit op

ZAGREB, 28 JULI. De wachters voor het hoofdkwartier van de neofascistische “Partij der rechten” (HSP) en haar HOS-militie hebben de tot voor kort nog demonstratief aanwezige zandzakken en munitiekisten weggehaald, en hun zwarte unformen verruild voor een T-shirt met de afbeelding van hun leider, Dobroslav Paraga. Het is, middenin de oorlog, verkiezingsstrijd in de ex-Joegoslavische republiek Kroatië en de meest rechtse en nationalistische partij van het land, die hier in het centrum van de hoofdstad een historisch pand heeft gekraakt, ruikt stembuswinst. Ter weerszijden van de ingang hangen de affiches van de partij, vol mannelijk opgestoken duimen en met de slogan “bereid voor het vaderland”.

En natuurlijk de kreet “UNPROFOR go home”, want de HSP en de HOS zien de aanwezigheid van de soldaten van de vredesmacht van de Verenigde Naties maar als een onwelkome belemmering voor een herovering van de door de Serviërs veroverde gebieden, de inlijving bij Kroatië van heel Bosnië-Herzegovina, en zelfs de verovering van een stuk Servië.

Volgens eerste voorspellingen zal de HSP als vierde partij uit de bus komen, na de regerende HDZ (Kroatische Democratische Unie), de HSLP (Kroatische Sociaal-liberale partij) en de HNS (Kroatische Volkspartij). Maar de HSP staat geenszins alleen in haar kritiek op de aanwezigheid van de VN-troepen, wier aanwezigheid alom wordt gezien als een middel van onttrekking van de bezette gebieden aan het Kroatisch staatsgezag.

Meerdere kandidaten voor het presidentsschap - dat samen met het parlement ter directe verkiezing staat - hebben zich al populair proberen te maken door een kleine confrontatie met UNPROFOR. Zij kondigden dan aan een bezoek te willen brengen aan Servische bolwerken als Knin en Vukovar, en eisten van de VN-soldaten bescherming met troepen en pantserwagens. Wanneer UNPROFOR dan antwoordde dat voor zo'n reis, net als voor iedereen, toestemming van de lokale (Servische) autoriteiten nodig was, en dat UNPROFOR alleen ter bescherming van zichzelf, lokale bevolking of eventuele buitenlandse bemiddelaars pantserwagens ter beschikking heeft was de kandidaat waar hij zijn wilde: “Unprofor werkt voor de Serviërs” heette het dan op de verkiezingsbijeenkomst.

De regerende partij HDZ en president Franjo Tudjman hadden met de verkiezingen, die volgens de Kroatische grondwet pas over twee jaar moesten worden gehouden, eigenlijk het einde van de oorlog, zo niet de Kroatische overwinning willen markeren. De voornaamste affiche van Tudjman getuigt van deze visie met de kreet “Van de overwinning tot de welstand”. Maar er zijn weinigen die dat ernstig nemen. Een derde van Kroatië is nog door de Serviërs bezet, en de defintieve staatkundige toekomst van die gebieden moet - volgens de VN-besluiten - na hun demilitarisatie definitief in onderhandelingen worden vastgesteld.

Tudjman en zijn vrienden hebben de formele intrede van UNPROFOR in de bezette gebieden als het einde van de oorlog willen voorstellen als het herstel van de Kroatische soevereiniteit. Maar UNPROFOR, dat zowel met Serviërs als Kroaten veel te stellen heeft bij de demilitarisatie, heeft de hooghartige eisen uit Zagreb min of meer naast zich neergelegd. Wederzijdse ontwapening en de terugkeer van de vluchtelingen verlopen te problematisch, om daarnaast ook nog eens zorg te dragen voor de invoering van de Kroatische dinar, of zelfs de organisatie van Kroatische verkiezingen in deze gebieden. De Kroatische regering heeft ook weinig goodwill gekweekt door in de buurt van Knin, geheel in strijd met alle overeenkomsten met de VN, een offensief ter herovering van de streek te beginnen.

In de Servische gebieden zal op 2 augustus dus niet worden gestemd, en in tegenstelling tot de verkiezingen van 1990, die de nationalistische HDZ aan de macht brachten, staan er ook nauwelijks niet-Kroatische kandidaten op de lijsten, evenmin trouwens als andere nationale minderheden als Hongaren of joden. Wel staat op het stembiljet de nationaliteit van de kandidaat vermeld.

De HDZ, zegt de oppositie, heeft deze verkiezingen georganiseerd ter bestendiging van haar macht, en maakt schaamteloos propaganda voor eigen zaak door in elke nieuwsuitzending langdurig president Tudjman aan het woord te laten - op verkiezingstournee in den lande. Uit recente opiniepeilingen blijkt dat het enthousiasme voor de HDZ, campagnevoerend onder de leus “Wij kennen elkaar”, enigszins tanende is, maar vermoedelijk niet genoeg om voor een politieke aardverschuiving zorg te kunnen dragen.

De belangstelling voor de campagne lijkt zeer gering in deze zomertijd, waarin de meeste Kroaten nauwelijks geld hebben om in eigen land op vakantie te gaan, waarin de buitenlandse toeristen voor het tweede achtereenvolgende jaar wegblijven en de hotels aan de kust volzitten met vluchtelingen. De volop woedende oorlog in het naburige Bosnië-Herzegovina draagt er ook niet toe bij, dat het leven er nu weer min of meer normaal uitziet en in een jaar tijds is de koopkracht van de Kroaten min ongeveer de helft gedaald.

Dat Tudjman en de zijnen de macht zullen houden - daaraan twijfelt eigenlijk niemand. Blijft - naar ouderwets Oosteuropese gewoonte - de mogelijkheid om de heersenden met besmuikt vertelde grapjes belachelijk te maken: Tudjman sterft en ontmoet in de hemel Napoleon. Tudjman: “Ik begrijp niet dat jij met zo'n geweldig leger destijds ooit een slag hebt kunnen verliezen.” Napoleon: “En ik begrijp niet hoe, met zo'n televisie als jij hebt, iemand ooit heeft kunnen vernemen dat je je oorlog hebt verloren.”