Tuinbouw ontzien in btw-akkoord

BRUSSEL, 28 JULI. Een voorwaardelijk akkoord tussen de EG-ministers van financiën over de btw en accijnzen pakt voorlopig gunstig uit voor de tuinbouw in Nederland. Een dreigende prijsverhoging voor bloemen en andere sierteeltprodukten is tot 1994 van de baan.

Gisteravond werden de Europese ministers het in Brussel op vrijwel alle punten eens over toenadering van de btw en de accijnstarieven binnen de EG, noodzakelijk voor een vrij verkeer van goederen na 1992. Een globaal, politiek akkoord over de Europese btw en accijnstarieven was al in juni 1991 gesloten. Tuinbouwprodukten dreigden toen van het in Nederland toegepaste verlaagde tarief te worden overgebracht naar het nieuwe gewone EG-tarief van minimaal 15 procent.

Alleen Frankrijk maakte gisteren een voorbehoud voor de afspraken over de produkten stookolie, wijn, sierteelt en goud. Voor donderdag moet duidelijk zijn of Frankrijk dat voorbehoud handhaaft. Maar commissaris Scrivener (belastingen) zei gisteravond dat in dat geval een definitieve oplossing met de Fransen eind september tot de mogelijkheden behoort.

De ministers stelden gisteravond vast dat vanaf 1 januari voor de lidstaten een juridische verplichting bestaat om het normale btw-tarief op minimaal 15 procent vast te stellen. Deze afspraak geldt tot eind 1996, waarna er opnieuw wordt onderhandeld over de hoogte van het tarief. Praktisch heeft deze beslissing weinig betekenis omdat alle lidstaten inmiddels een normaal btw-tarief hebben dat gelijk of hoger is dan 15 procent. In Nederland wordt het normale btw-tarief van 18.5 procent per 1 november verlaagd naar 17.5 procent. Het lage tarief in Nederland is overigens 6 procent. Politiek lag dit minimum-tarief vooral bij de Britten zeer gevoelig. Zij zien het vaststellen van belastingtarieven als een kwestie van nationale soevereiniteit.

Frankrijk maakte gisteren fel bezwaar tegen de mogelijkheid die de Duitse en Nederlandse tuinbouw nu wordt geboden om tot 1996 gebruik te blijven maken van het lage btw-tarief. De Fransen hebben de btw voor de eigen tuinbouwsector zelf vorig jaar al verhoogd, onder verwijzing naar de Europese afspraak. De Fransen presenteerden dit gisteren als een "concessie' die niet meer ongedaan kan worden gemaakt. De Nederlandse en Duitse delegatie meenden echter dat de Franse regering “te vroeg” heeft geïncasseerd en dus een taxatiefout heeft gemaakt, waardoor zij in de binnenlandse politiek in een kwetsbare positie is gekomen.

Pag 15: Fransen maken voorbehoud

Volgens Nederlandse diplomaten wordt er in 1994 opnieuw onderhandeld over het BTW-tarief voor de tuinbouw. Het zou dan om "open' onderhandelingen gaan. Volgens een van de onderhandelaars heeft Nederland noch Duitsland zich vastgelegd op invoering van het normale BTW-tarief voor de tuinbouw na 1994.

Volgens de Vereniging van Bloemenveilingen in Nederland zou een verhoging van de BTW in de Nederlandse bloementeelt (totaalomzet 7,4 miljard gulden) tot een verlies van 120 miljoen voor de handelaren en 400 miljoen voor de kwekers leiden. De werkgelegenheid zou met 2.000 arbeidsjaren dalen. Er werken ongeveer 92.000 personen in de Nederlandse tuinbouw.

De Fransen blokkeerden gisteravond ook definitieve afspraken over het handhaven van het nultarief op huisbrandolie in België en Luxemburg. De Fransen konden ook niet instemmen met de afspraak over een minimumtarief op sterke drank van 550 ecu (1.265 gulden) per hectoliter zuivere alcohol. De Fransen wensen een accijns van minimaal 600 ecu. Bovendien willen de Fransen dat er net als in Frankrijk zelf ook in andere EG-landen een laag tarief van enkele ecu's op wijn wordt geheven. Door deze zogeheten controlevergoeding wordt het mogelijk om de goederenstroom binnen de EG te volgen. Daartegen verzetten zich echter vooral de Bondsrepubliek, Italië en Luxemburg.

De EG-ministers willen lidstaten die een lagere accijns dan 550 ecu hebben verplichten die te verhogen. Tevens is er een "bandbreedte' afgesproken. Lidstaten die een accijns tussen de 550 en de 1.000 ecu hebben mogen deze niet verlagen. Lidstaten die een accijns van meer dan 1.000 ecu hebben mogen deze tot niet meer dan 1.000 Ecu verlagen. In de praktijk komt dat neer op prijsverhogingen voor Ierland en Griekenland.

In Groot-Brittannië kwam meteen forse kritiek op de afspraken in Brussel. Sir Teddy Taylor, secretaris van de Tory European Reform Group, noemde het “tragisch dat de regering de eerste echte concessie gedaan heeft aan het recht van Brussel om de hoogte van belastingen vast te stellen”. De Britse minister van financiën Lamont wees er op dat er gisteravond niet meer dan een tijdelijke afspraak met de andere lidstaten is gemaakt. Het is volgens Lamont niet zo dat Brussel nu "tot in eeuwigheid' de belastingtarieven voor Groot-Brittannië mag vaststellen. Hij noemde de afspraak, onder zijn voorzitterschap door de ministers van financiën overeen gekomen, “een aanvaardbaar principe”. Daarmee sloeg hij een nagel aan de politieke doodskist van Margaret Thatcher, die altijd heeft volgehouden dat het recht om belasting te heffen een kwestie van nationale souvereiniteit is.

De Britse regering heeft meer dan zes jaar als enige volgehouden dat de werking van de markt er vanzelf, zonder tussenkomst van Brussel, voor zou zorgen dat BTW-tarieven gelijkgeschakeld zouden worden. Het minimum-BTW-tarief van 15 procent tot 1996 ligt 2,5 procent onder het standaardtarief van 17,5 procent dat Lamont zelf vorig jaar invoerde om de kosten van de gehate poll tax (gemeenschapsbelasting) te neutraliseren.