Ministerie hekelt rapport van NWR over woningnood

ROTTERDAM, 28 JULI. Het onderzoek van de Nationale Woningraad (NWR) naar de groei van het aantal woningzoekenden vormt geen enkele aanleiding om meer woningen in de sociale huursector te bouwen. Absolute cijfers over de groei van het aantal woningzoekenden ontbreken volledig.

Dit concludeert het ministerie van volkshuisvesting (VROM) vandaag na kennisname van het onderzoeksrapport van de NWR. De Raad maakte twee weken geleden op basis van dit onderzoek bekend dat voor het eerst sinds de oorlog de woningnood was toegenomen.

Volgens NWR-directeur, N. van Velzen zou het aantal woningzoekenden bij de woningbouwcorporaties de afgelopen drie jaar met een kwart zijn toegenomen. Hij pleitte daarom voor meer subsidie voor de bouw van sociale huurwoningen, eventueel ten koste van de subsidies op koopwoningen.

De Nationale Woningraad is de belangenvereniging van woningbouwcorporaties, de voornaamste verhuurders in de sociale huursector. De resultaten van het onderzoek waarop Van Velzen zich baseerde zijn deze week gepubliceerd.

Uit het NWR-rapport "Woningzoekenden 1989-1992' blijkt dat de schattingen van de groei van het aantal woningzoekenden niet zijn gebaseerd op telling van degenen die als zodanig staan ingeschreven. In plaats daarvan is aan medewerkers van 162 woningbouwcorporaties gevraagd of het aantal woningzoekenden vanaf juli 1989 tot nu naar hun mening was toegenomen. Bijna zeventig procent was van mening dat dit inderdaad het geval was. Hun werd bovendien gevraagd te schatten hoe groot de toename was.

Hierover en over de middeling van deze schattingen merkt VROM op: “Navraag bij de NWR levert geen duidelijkheid op over de wijze waarop de omvang van de woningvoorraad van een woningbouwvereniging en (de toename van) het aantal woningzoekenden gewogen zijn. Blijkbaar telt in het onderzoek het gewicht van een woningbouwvereniging met duizend woningen even zwaar als dat van een woningbouwvereniging met tienduizend woningen.”

Omdat de medewerkers van de woningbouwcorporaties slechts percentages hebben geschat, valt niets te zeggen over het aantal woningzoekenden dat er in de afgelopen jaren is bijgekomen. “De toename van het aantal woningzoekenden in Overijssel, volgens het NWR-rapport 52 procent, is niet in absolute cijfers uit te drukken en kan dus betrekking hebben op een absoluut gezien kleine toename van het aantal woningzoekenden”, aldus VROM. In Overijssel zou volgens de NWR het aantal woningzoekenden het snelst zijn gestegen. Ook Gelderland en Noord-Brabant laten flinke groeipercentages zien (respectievelijk 41 en 27 procent).

De andere provincies zitten rond de tien procent. Van elf provincies zijn deze percentages eenvoudigweg bij elkaar opgeteld. Dit totaal gedeeld door elf levert de door de NWR naar buiten gebrachte gemiddelde landelijke groei van het aantal woningzoekenden van 25 procent.

Het ministerie van VROM heeft een berekening gemaakt van de woningvoorraad in de provincies waar de nood volgens de NWR het hardst stijgt. De groep voor wie sociale huurwoningen bestemd zijn omvat in Overijssel 166.000 huishoudens. De huursector is 182.000 woningen groot, waarvan 162.000 een huur beneden de 670 gulden hebben. Een aanzienlijk deel van de voorraad koopwoningen in deze provincie kan echter ook als "betaalbaar' worden aangemerkt, aldus VROM. Als criterium hiervoor hanteert het ministerie een koopprijs van 115.000 gulden. “De betaalbare woningvoorraad is ruim voldoende om de aandachtsgroep te huisvesten”, concludeert het ministerie. Voor Gelderland en Noord-Brabant komt het ministerie tot dezelfde conclusie.

Het ministerie ziet dan ook geen reden zijn huidige beleid om meer koopwoningen te laten bouwen te wijzigen.