Merhamet wil met politiek niets meer te maken hebben

ROTTERDAM, 28 JULI. Geen van de vijftien fulltime vrijwilligers die werken voor de stichting Merhamet laat zich verleiden tot het doen van politiek getinte uitspraken over de situatie in het voormalige Joegoslavië. De stichting die een jaar geleden is opgericht organiseert sinds twee maanden inzamelacties voor de slachtoffers van het geweld in hun vroegere vaderland. De jongste zending goederen ging naar Zagreb en bestond uit een grote hoeveelheid levensmiddelen, waaronder aardappelen.

“Politiek? Daar wil ik niets meer mee te maken hebben. Maar het is voor mij wel duidelijk waarom Europa er niet veel meer bovenop zit: Joegoslavië heeft geen olie. Het vechten gaat maar door en dus komen er steeds meer slachtoffers en voor die slachtoffers steken wij de handen uit de mouwen”, zegt Razija Hadzic, een negentienjarige MEAO-scholiere.

Haar vakantie kan ze wel vergeten, dat heeft ze trouwens al gedaan: het enige wat voor haar telt is de Rotterdamse bevolking en inwoners uit andere steden op te roepen spullen te verzamelen voor de slachtoffers van het oorlogsgeweld. In Rotterdam en omgeving heeft de stichting een grote hoeveel posters opgeplakt onder het motto: "Help Bosnië-Herzegovina'. De actie duurt tot oktober.

Hadzic is in Nederland geboren, haar ouders zijn Bosniërs. Medescholiere Belkisa Begic (19), afkomstig uit een klein plaatsje in Bosnië-Herzegovina, woont sinds drie jaar in Nederland. Van haar familie in Cazin, vlakbij Kroatië, heeft ze al in geen drie maanden iets vernomen.

De aanwezige vrijwilligers gistermiddag in het eenvoudig ingerichte onderkomen van de stichting vlakbij het Rotterdamse Zuidplein waren nog maar nauwelijks bekomen van hun verbazing als zouden zij de ruim driehonderd gestrande vluchtelingen die op toelating tot Nederland wachtten, hebben uitgenodigd. “Alsof wij een-twee-drie over voldoende gastgezinnen beschikken. Een kennis van ons zit in het gebied waar de vluchtelingen gestrand zijn. Hij ging daar regelmatig naar toe om te kijken hoe het met zijn familie is. Waarschijnlijk heeft hij de mensen op ons spoor gezet”, zegt Hadzic.

Een maand geleden werd de organisatie ook verrast, door een bus met 40 vluchtelingen uit Bosnië-Herzegovina. Die bus kon de grenzen volgens Kaymovitz wel passeren, omdat toen nog geen visumplicht gold. De groep is na tijdelijk onderdak bij familieleden in verschillende asielcentra ondergebracht.

Toen zondagmiddag telefonisch uit Zagreb werd gemeld dat de ruim driehonderd gestrande vluchtelingen richting Nederland wilden komen, hebben de vrijwilligers meteen contact opgenomen met potentiële gastgezinnen en familieleden van de vluchtelingen. Nu het zeker is dat ze komen, zullen ze rechtstreeks naar opvangcentra voor asielzoekers worden gebracht.