Laatste hoofdstuk van de Koude Oorlog

Halverwege de jaren tachtig besloot Washington het Afghaanse verzet via de CIA massaal te steunen in zijn strijd tegen de Sovjet-troepen. De Amerikanen zagen er een prachtige manier in Moskou het leven zuur te maken. Nu de Sovjet-Unie niet meer bestaat en de mujahedeen heeft getriomfeerd, worden er steeds meer details bekend over deze stoutmoedige maar omstreden operatie.

WASHINGTON, 28 JULI. In oktober 1984 landde een speciaal uitgeruste C-141 Starlifter, met William J. Casey aan boord, bij Islamabad in Pakistan. De CIA-directeur bracht een bezoek om een strategie te bepalen in zake de oorlog tegen de Sovjet-troepen in Afghanistan.

Tijdens het bezoek deed Casey zijn Pakistaanse gastheren schrikken met zijn voorstel de Afghaanse oorlog naar het gebied van de vijand, de Sovjet-Unie zelf, te verplaatsen. Casey wilde via Afghanistan propaganda naar de overwegend islamitische zuidelijke republieken van de Sovjet-Unie overbrengen. “Wij kunnen de Sovjet-Unie veel schade berokkenen”, zei Casey volgens Mohammed Yousaf, een Pakistaanse generaal die de bijeenkomst had bijgewoond.

De Pakistanen gingen ermee akkoord en al snel leverde de CIA duizende korans, boeken over de Sovjet-gruwelen in Oezbekistan en pamfletten over de historische helden van het Oezbeekse nationalisme.

Caseys bezoek was een aanloop tot een geheime beslissing door de regering Reagan in maart 1985 om de Amerikaanse geheime acties in Afghanistan sterk uit te breiden. Dit besluit werd vastgelegd in "National Security Decision Directive 166'. Terwijl de medewerkers van Reagan afzagen van een directe aanval op de Sovjet-bezetters, besloten zij in het geheim Amerikaanse geavanceerde technologie en militaire deskundigheid op het Afghaanse slagveld in te zetten tegen de Sovjet-militairen.

Een van de meest prominente voormalige geheim agenten die de laatste tijd een boekje open hebben gedaan over de Afghaanse operatie is generaal Mohammed Yousaf. Tussen 1983 en 1987 hield deze Pakistaan toezicht op de "geheime oorlog'. De afgelopen maand publiceerde hij een verslag over zijn rol en die van de CIA, "De bereval' getiteld. Dit artikel berust op uitgebreide interviews met Yousaf en een aantal hooggeplaatste Westerse functionarissen.

Nu geeft zelfs een aantal scherpe critici van de CIA toe dat de geheime uitbreiding van de steun aan de mujahedeen in 1985 militair gesproken een groot verschil maakte in Afghanistan, het laatste slagveld van de Koude Oorlog. Maar destijds maakten Amerikaanse functionarissen zich zorgen over wat er zou kunnen gebeuren als aspecten van hun geheime acties bekend gemaakt zouden worden of als het programma te goed zou slagen en een woedende reactie van de Sovjet-Unie teweeg zou brengen. Een Westerse functionaris zei dat de escalatie die in 1985 begon, “ten doel had om Russische militaire officieren te doden”. “Dat veroorzaakte veel nervositeit.”

Later verontrustten de aanvallen die via door Pakistan opgeleide Afghanen werden uitgevoerd op Sovjet-doelen Amerikaanse functionarissen in Washington, die militaire aanvallen op het territorium van de Sovjet-Unie beschouwden als een "ongelooflijke escalatie'. Een van hen was Graham Fuller, toen een hooggeplaatste geheim agent, die dergelijke aanvallen afraadde. Bang voor een veel omvattende reactie van de Sovjet-Unie en de gevolgen van dergelijke aanvallen voor de verhouding tussen de beide supermogendheden, blokkeerde de regering-Reagan de overdracht van gedetailleerde satellietfoto's van militaire doelwitten in de Sovjet-Unie, aldus andere Amerikaanse functionarissen.

Volgens generaal Yousaf, die de smokkelacties van de korans en de guerilla-aanslagen binnen de Sovjet-Unie had geleid, deinsden de VS er uiteindelijk toch voor terug om de geheime Afghaanse oorlog naar Sovjet-gebied over te hevelen.

Volgens Westerse functionarissen heeft de regering-Reagan onder druk van de inlichtingendienst in 1984 en 1985 de beslissing genomen een uitgebreid geheim programma in Afghanistan op te zetten. De VS hadden de beschikking over zeer vertrouwelijke informatie over het beleid van het Kremlin en nieuwe Sovjet-oorlogsplannen in Afghanistan. De regering-Reagan, die al onder druk van het Congres en conservatieven stond haar steun aan de mujahedeen uit te breiden, besloot daarop haar geavanceerde wapenarsenaal in te zetten om het Afghaanse verzet te helpen.

De beslissing de hulp aan de mujahedeen te verhogen viel samen met de bekende beslissing in 1986 de mujahedeen te voorzien van de nauwkeurige Amerikaanse Stinger-luchtafweerraketten.

Het eerste, en gedurende vele jaren enige presidentiële "besluit' om in Afghanistan geheime operaties te beginnen dateerde al van Jimmy Carter uit 1980, kort nadat de de Sovjet-Unie Afghanistan was binnengevallen om een haar goedgezinde regering te ondersteunen. De hoeksteen van dat programma was dat de Verenigde Staten, via de CIA, fondsen en wapens aan de opstandelingen beschikbaar zouden stellen. Maar dagelijkse operaties en rechtstreeks contact met de mujahedeen zouden worden overgelaten aan de Pakistaanse Inter-Services Intelligence agency, de ISI.

Saoedi-Arabië ging ermee akkoord de mujahedeen in financieeel opzicht evenveel als de Verenigde Staten te steunen en gaf het geld rechtstreeks aan de ISI. China verkocht wapens aan de CIA en schonk een kleiner aantal direct aan Pakistan, maar de omvang van China's rol is één van de best bewaarde geheimen van deze geheime oorlog.

Volgens Amerikaanse functionarissen hebben de VS in totaal in de jaren '80 ruim twee miljard dollar aan wapens en geld naar de mujahedeen gesluisd. Het was de grootste geheime actie sinds de Tweede Wereldoorlog.

Begin 1984 begonnen Sovjet-troepen in Afghanistan te experimenteren met een nieuwe en agressievere tactiek tegen de mujahedeen. Hierbij werden vooral speciale Sovjet-troepen, de zogenoemde Spetsnaz, ingezet bij aanslagen vanuit helikopters op bevoorradingslinies van de Afghaanse opstandelingen. Volgens inlichtingen die de regering-Reagan in 1984 en 1985 bereikten nam het Kremlin zijn toevlucht tot deze tactiek om niet in Afghanistan vast te lopen en in de hoop de oorlog alsnog binnen twee jaar te winnen.

In het Pentagon bedachten Amerikaanse officieren wat zij tegen de escalatie van Sovjet-zijde konden doen: veilige verbindingslijnen voor de Afghaanse opstandelingen verzorgen, het neerhalen van bewapende Sovjet-helikopters, dekking van strijders, het gebruik van satellieten voor verkenning en meer training van guerrilla-strijders.

Volgens Vincent Cannistraro, een medewerker van de CIA die met operaties was belast, was het probleem dat toen de Russen de strijd verhevigden, de Amerikaanse hulp “net genoeg was een heel dapper volk de dood in te sturen” omdat zij de mujahedeen aanmoedigde te vechten, maar hen niet de middelen verschafte om te winnen.

In maart 1985 tekende Reagan daarop zijn National Security Decision Directive 166 en de Nationale Veiligheidsadviseur, Robert McFarlane, tekende een uitgebreid aanhangsel waardoor het oorspronkelijke geheime "besluit' van Carter meer kracht kreeg. Het werd duidelijk dat de Afghaanse oorlog onder Reagan een nieuw doel had gekregen: Sovjet-troepen in Afghanistan door geheime actie te verslaan en een terugtrekking van de Sovjet-Unie aan te moedigen.

De nieuwe Amerikaanse hulp begon met een dramatische verhoging van wapenleveranties - een sterke stijging van zo'n 10.000 ton in 1983 tot 65.000 ton tegen 1987, volgens generaal Yousaf - en met een “onophoudelijke stroom” van specialisten van de CIA en het Pentagon die naar het hoofdkwartier van de ISI bij Rawalpindi reisde.

Maar liefst elf ISI-teams trainden en begeleidden, gesteund door de CIA, de mujahedeen over de grens om aanvallen te controleren. De teams verwoestten vliegvelden, spoorwegen, brandstofreserves, elektriciteitsmasten, bruggen en wegen. Specialisten van de CIA en het Pentagon leverden satellietfoto's en kaarten van Sovjet-doelwitten rond Afghanistan. Het hoofd van het CIA-kantoor in Islamabad gaf door de Amerikanen onderschepte boodschappen van het Sovjet-slagveld door aan de ISI en de Afghanen.

© The Washington Post