Kuren doen de Zuidafrikanen graag in een wildpark; Maak de dieren niet te tam

In het kuuroord Emaweni ben je niet om af te vallen, al wordt die mogelijkheid evenmin uitgesloten. In Emaweni ben je om lekker te geniet van nijlpaard, wildebeest en een dieet naar eigen keuze. Kuren mag, en kan, maar hoeft niet. Deel drie uit de serie over kuuroorden.

EMAWENI, 28 JULI. Je verwacht hem niet in het bushveld, Heino. Met een mannenkoor zingt hij een schlager over Hamburg. De gasten in het restaurant van Emaweni Game Lodge in Noord-Transvaal merken hem niet op, zo muzak is Heino.

Het echtpaar uit Pretoria is een paar dagen op de vlucht voor de kinderen, gewoon om “lekker te geniet”. Het paar uit Johannesburg moest een paar dagen weg van de hectische pizza-winkel. Het gezin van vier eet altijd zwijgend, lunch of diner. En daar zit Jacco Oosthuizen, de joviale boswachter, die kan vertellen hoe je een nijlpaard vangt.

In de brochure heet Emaweni (“Onze plek”) het enige wildpark van Zuid-Afrika dat tegelijk kuuroord is. De gasten nemen het niet zo nauw. Waar andere kuuroorden dreigend adverteren met vijf dagen wortelen en sla en alleen alcoholvrije arrangementen, mag de bezoeker hier zijn eigen niveau van gezond leven bepalen. Iedereen kiest voor de romige soep, de steak met stevige saus en het puddinkje toe, onder begeleiding van een mooie Kaapse wijn.

Eén echtpaar - de man is doctor in de letteren gaat het verhaal - volgt daadwerkelijk het “detoxificatie-programma”. Een paar dagen lang krijgen ze alleen fruit en groente, weggespoeld met water of vruchtensap. Het dieet wordt gecombineerd met massages en lichaamsbeweging. Het heeft iets van marteling om ze in hetzelfde restaurant te zetten. Ze zijn snel klaar met hun ananas, die tot de nok toe is gevuld met stukjes fruit. De vrouw vraagt nog een extra theezakje voor vanavond. Ze lopen als eerste het donker in. De rest zoekt veel later soezend het luxe chalet op.

Zuid-Afrika lijkt onbeweeglijker te worden met elke kilometer die je van Johannesburg verwijdert. Het rumoer van de politieke crisis, de stakingen en de ultimatums ebt weg benoorden Pretoria. Hier liggen de verhoudingen vast en noemt de zwarte de blanke nog baas (“Ik heet geen baas, ik heet Peter.” “Ja, baas Peter”).

De weg naar Emaweni voert lang Nijlstroom en Vlakplaas, tijdloze dorpen in de Transvaal. Een kilometer lange zandweg gaat over en langs de 'koppies' (heuvels) het veld in en eindigt in een ervaring, zoals de Voortrekkers - de Boeren die vanuit de Kaap het land introkken - die gehad moeten hebben. Een oase. Het meer is ondanks de vernietigende droogte in de streek nog redelijk gevuld. De chalets liggen in de heuvel er omheen. Op de patio van het hoofdgebouw staren koppen van de leeuw, het luipaard, het blouwildebees en verschillende soorten bokken naar de gasten. Boven de deur van het restaurant wacht de neushoorn.

Hier in de Waterbergen zijn vele wildparken als Emaweni. Ze bieden de geürbaniseerde blanke Afrikaner niet te ver van huis het wilde leven van de bush. De Boer die niet boert maar zich Boer voelt kan zich in luxe omstandigheden even één weten met zijn voorouders, al zitten de wilde dieren tussen hekken en heeft het restaurant de braai boven het kampvuur vervangen. Als president De Klerk grondig met zijn ministers wil overleggen, trekt het hele kabinet een paar dagen de bush in. De wildparken zijn er om het oprechte sentiment van de Afrikaner, zijn verbintenis met het land, te bevestigen. Zijn kuur is de natuur.

Nettie Booysen, die samen met haar man Koos Emaweni leidt, verwacht veel van de voorspelde invasie van toeristen uit Europa, die ruimte en wilde dieren willen. Er waren al Russen, Amerikanen en een gezelschap Finse bankiers. Grote verzekeringsmaatschappijen en banken houden in het wildpark hun conferenties, en nemen soms zwarte werknemers mee. Emaweni heeft geen probleem met die eerste invloeden van het nieuwe Zuid-Afrika. Verder merkt Nettie Booysen er weinig van. “Wij worden hier niet zo geraakt door de veranderingen. De zwarte arbeiders op de boerderijen willen ook niet naar de stad. Ze voelen zich hier veilig, beschermd”.

Emaweni biedt zelf werk aan negentig zwarte mannen en vrouwen, die aan de andere kant van het meer wonen. De eigenaar haalde kelners voor het restaurant uit Malawi, want hun Zuidafrikaanse voorgangers kwamen vanwege de drank te vaak niet opdagen. Deze zijn veel gedisciplineerder.

Silas Lethiaka weet alles van de bush. Drie keer per dag rijdt hij de gasten in de jeep-met-tribunetje door het 5600 hectare grote reservaat. Het is een magnifiek ruig landschap met heuvels en rotsformaties. Emaweni heeft vele diersoorten, waaronder de reebok, waterbok, rooibok, kudu, eland, zebra, kameelperd (giraffe), krokodil, luipaard, neushoorn en nijlpaard.

Silas bestuurt de jeep terwijl hij een tenniswedstrijd lijkt te volgen. Van links naar rechts spiedt hij onophoudelijk het doodstille veld af en wijst de dieren aan, die vanuit het niets opduiken. De struisvogels kijken ons van onder hun gracieuze lange wimpers wantrouwend aan. De bavianen maken zich razendsnel uit de voeten. De nijlpaarden staan als een donkere rotsformatie te zonnen aan de waterkant.

Niets wijst erop dat zich hier vorige week een nijlpaarden-drama afspeelde. Emaweni nam elf nijpaarden over uit Oost-Transvaal, waar de droogte hun leven bedreigde. De "eigen' nijlpaarden namen wraak en doodden een vrouwtje en haar kind. Hun huiden liggen nu te drogen in de garage, met het vel van hun poten als warme handschoenen ernaast.

Nijlpaarden zijn gevaarlijke dieren, weet boswachter Jacco Oosthuizen, een brede Afrikaner van 25 jaar met korte broek, hoge kousen en leren velskoenen. Als je hun weg blokkeert of te dicht in de buurt van de baby komt, kunnen ze met ongelooflijke snelheid in de aanval gaan. Jacco leeft tussen de dieren en vindt levenslessen in hun gedrag. Kijk hoe trouw het mannetje zorgt voor zijn familie: de kudu met zes vrouwtjes, de impala soms wel zestien. Of hoe een struisvogelpaar voor het leven bij elkaar blijft. Als de man sterft, neemt de vrouw nooit een ander. Prachtig toch?

Jacco noemt zichzelf “natuurbeschermer”. Daar hoort het afschieten van de dieren bij om het evenwicht in het wildpark in stand te houden. De populatie moet in balans zijn met de vegetatie, de hoeveelheid water en de omvang van het park. Verder moet de verhouding tussen de seksen scherp in de gaten worden gehouden: “Te veel mannetjes is te veel vechten en te weinig voortplanten. Dan gaan ze nooit aan het werk”.

Voorschrift nummer één is: maak de dieren niet te tam. Een wildpark in de buurt liet de gasten spelen met een schattig jong olifantje, dat tussen de huizen doorliep. Eenmaal opgegroeid, begreep het dier niet waarom het nu uit de buurt van de bungalows moest blijven. Op een avond, terwijl de gasten zaten te eten, stapte de olifant zo het restaurant binnen, liep door naar de keuken en plunderde de koelkast: 750.000 gulden schade. Nee, namen noemen doet Jacco niet. Maar het blijft een mooi verhaal.

Ik zit in de sauna en voel de Meerlust 1985, de Buitenverwachting 1989 en de Fleur du Cap Cabernet Sauvignon 1987 langzaam uit me sijpelen.

De “health hydro” van Emaweni is minder luxueus dan die van de gemiddelde sportschool in de noordelijke voorsteden van Johannesburg, waar de gezondheidscultus het leven bepaalt. Er is een sauna en een jacuzzi, maar dat is in Zuid-Afrika niet zo bijzonder. Wie het even kan betalen, legt thuis een warm bubbelbad aan om te ontspannen.

Het wegwerken van stress en overgewicht is het motief van de kuurgasten, zegt gezondheids- en schoonheidstherapeute Charnell Boshoff. De echte doorbijters verliezen drie kilo's in een week. Sommige mannen gaat met vijf tot tien centimeter minder taille naar huis. “Ze komen met het idee dat ze gezonder willen worden. Na afloop zeggen ze: we kunnen nu beter naar onszelf kijken”.

Charnell behandelt de kuurgasten met massage, bloedcirculatie-machines, dieet en oefeningen. Ze denkt dat de meer "wereldse' Engelstaligen eerder kuren dan Afrikaners. “Wij Boeren zijn een natietje van driehonderd jaar oud. We zijn conservatief. We kijken eerst eens de kat uit de boom, wanneer die dingen van overzee hier komen. Het duurt een tijdje voor het kuuroord is geaccepteerd”.

Wanneer ik na drie dagen terugkeer in Johannesburg, ben ik anderhalve kilo aangekomen.