"Jonge harddruggebruiker is niet meteen verslaafde'; GG en GD vindt niet dat drugbeleid in Nederland faalt

AMSTERDAM, 28 JULI. Er zijn geen harde aanwijzingen dat het aantal verslaafden aan harddrugs toeneemt. Dat staat in het nog niet gepubliceerde jaarverslag van de GG en GD van Amsterdam. Er is volgens G. van Brussel, hoofd van de drugafdeling van de Amsterdamse GG en GD, wel sprake van een toenemend aantal jongeren dat experimenteert met harddrugs, maar dat wil volgens hem nog niet zeggen dat zij drugverslaafde zullen worden. Van Brussel verzet zich tegen de suggestie van de directeur van het Amsterdamse Jellinekcentrum dat uit de toename van het aantal jonge harddruggebruikers geconcludeerd mag worden dat het Nederlandse drugbeleid heeft gefaald.

Het Jellinekcentrum registreerde onlangs een “zeer alarmerende toename” in de aanmelding van jonge drugverslaafden. In het jaarverslag van de kliniek werd gesproken van “sterke indicaties” dat de drugproblematiek onder jongeren toeneemt. Volgens directeur Walburg van het Jellinekcentrum dreigt met name de groep jonge Marokkanen af te glijden naar problematisch harddruggebruik. Volgens hem ondermijnt de toename van jonge harddruggebruikers de claim dat het Nederlandse drugbeleid zo geslaagd is.

Van Brussel: “Walburg heeft in een aantal opzichten niet ongelijk. Ook wij zien een toename van het aantal jonge heroïnegebruikers. Maar op grond van de aard van hun gebruik zeg je: die mensen zijn niet verslaafd.” Van Brussel vindt de reactie van het Jellinekcentrum nogal overtrokken. “Als er door het Jellinekcentrum gezegd wordt: we zijn gealarmeerd over criminaliteit en druggebruik onder etnische jongeren, dan ben ik het daar mee eens. Om te zeggen dat er veel meer verslaafden zijn, nee. Het zijn meest jonge mensen die in de eerste kennismakingsfase zitten met drugs.”

"Sex, drugs and rock 'n roll' hoort volgens Van Brussel bij de jeugd, en dus ook het experimenteren daarmee. “De kans dat mensen die "ruiken' aan heroïne daarmee blijven doorgaan is aanwezig, maar of ze dat ook doen is nog maar de vraag. Op de politiebureaus zien we jonge mensen die heroïne gebruiken, maar vaak hebben ze geen methadon als vervangend middel nodig. Als je met ze praat zijn ze niet genegen hun druggebruik op de voorgrond te zetten. "Ik spuit niet, ik kijk wel uit', zeggen ze. Ze lassen pauzes in het gebruik in, ze gaan er niet mee door. Ze weten wat iemand is die verslaafd is; dat is iemand die op de methadonbus komt. Dat willen ze niet. Dat vinden ze "smerige junks'. Ze zijn wel crimineel, maar dat staat los van hun gebruik. Ze hoeven niet te stelen om in hun gebruik te voorzien.”

De GG en GD-arts vindt het “uiterst contraproduktief” om deze categorie gebruikers "verslaafd' te noemen. “Dan stimuleer je ze in hun zelfbeeld van verslaafd zijn. Dat is het stomste wat je kan doen. Je moet wel iets ondernemen, maar niet op het gebied van drugs.”

Uit de gesprekken die hij met hen gevoerd heeft concludeert hij dat druggebruik onder jonge Marokkanen van ondergeschikt belang is. Hij gelooft dat heroïnegebruik onderdeel van een leefwijze is en hij verwacht niet dat de jonge Marokkanen die nu met heroïne experimenteren zullen afglijden naar problematisch harddruggebruik en criminaliteit ten dienste van het gebruik. “Op grond van de toename van het experimenteergebruik in deze groep mag je niet concluderen dat het gehele drugbeleid gefaald heeft.” Volgens Van Brussel is Nederland juist het bewijs dat de "stepping-stone-theorie' niet waar is.

De "stepping-stone-theorie' wil dat gebruik van cannabis leidt tot gebruik van cocaïne en cocaïnegebruik tot heroïnegebruik. Dat zou komen doordat het lichaam om steeds sterkere prikkels vraagt. “Cannabis is onder Nederlandse jongelui gemeengoed geworden om mee te experimenteren. Iedereen doet het wel, maar houdt daar dan mee op. In Amsterdam heeft in de leeftijdsgroep 40-50 jaar de helft cannabis gerookt. Het gros doet het niet meer. Cannabis is een stof met weinig risico's. Hetzelfde verhaal lijkt ook op te gaan voor heroïne en cocaïne, stoffen met beduidend meer risico. Het gros van de mensen dat aan deze stoffen "ruikt' schiet niet door in de richting van verslaving. Onder de mensen die wel doorschieten zie je nogal wat mensen met psychiatrische problemen zitten. Je hebt het hier over een gemarginaliseerde groep die veel meer problemen heeft dan alleen harddruggebruik. Bestempel ze niet tot gebruikers. Je moet veel eerder op de jeugdhulpverlening aangrijpen dan op de drughulpverlening.”

Evenals het Jellinekcentrum verklaart Van Brussel de toename van het aantal jonge gebruikers onder meer uit de daling van de heroïneprijs. Deze is de laatste vijf jaar omlaag gegaan van tweehonderd naar honderd gulden per gram (“Bij huisdealers”). Niet alleen in bekende “gebruikerssteden” als Amsterdam, Arnhem, Groningen en Heerlen, maar ook in Noordduitse steden als Hamburg en Bremen. Volgens Van Brussel heeft dat te maken met een vergrote aanvoer. Daarnaast constateert hij een verbetering van de kwaliteit van de heroïne.

Verbeterde kwaliteit en vergrote aanvoer leiden in Duitsland, dat een minder tolerant drugbeleid voert, tot dramatische ontwikkelingen. Van Brussel: “Volgens cijfers van het Duitse ministerie van binnenlandse zaken is vorig jaar de sterfte door overdosering in Duitsland ten opzichte van 1990 met veertig procent gestegen. In 1991 telde Duitsland 2026 drugsdoden tegen Nederland zeventig. Dit jaar zijn in Frankfurt alleen de afgelopen zes maanden al honderd sterfgevallen geweest. Dat zijn nogal apocalyptische getallen. Voor dit jaar wordt een aantal van drieduizend verwacht.”

Volgens Van Brussel vallen de slachtoffers vooral onder jonge gebruikers die niet, zoals de gebruikers in Nederland, beschermd worden door methadon, dat er voor zorgt dat het lichaam gewend is aan een anders mogelijk dodelijke dosis heroïne.