Goedgerichte schijnwerper op 'onderkant' van Japan

Antenne: Japan - de keerzijde van het succes, Ned.1, 23.23-23.53u.

Niet iedereen in Japan profiteert van de immer stijgende overschotten op de handelsbalans en de fabelachtige produktiecijfers. Er is een "onderkant' van de maatschappij die bitter weinig merkt van 's lands economische groei, de "nette' inflatie en het opmerkelijk lage werkloosheidscijfer.

Die economische onderkant bestaat uit naar schatting 10 miljoen onderaannemertjes, de toeleveranciers van 's werelds succesnummers, luisterend naar namen als Toyota, Nissan en Toshiba. Vaak werken de onderaannemers in familiebedrijfjes of werkplaatsen waar vrijgezelle mannen werken, die 's nachts met vier personen een kamer delen. De verdiensten: ongeveer een derde van wat de gemiddelde Japanse werknemer verdient. De prestatie: volgens een grove schatting leveren de onderaannemers 80 procent van het eindprodukt af, het moederconcern neemt de resterende 20 procent voor zijn rekening.

Meestal kennen de onderaannemers hun werkgever niet. Dit om te voorkomen dat ze protesteren tegen hun slechte arbeidsomstandigheden of anderszins eisen gaan stellen. Ze werken via een tussenpersoon, met mondelinge toezeggingen, zonder contract, zonder betaalde vakantie, zonder verzekering, met een vrije zondag per maand. Het enkele bedrijfje dat toch de mond open doet, hoeft niet op nieuwe orders te rekenen. Japan anno 1992 heeft nog feodale trekjes.

Over dat andere Japan gaat de korte documentaire Japan, de keerzijde van het succes die vanavond wordt uitgezonden door de EO. Geen schokkende opnamen, wel een goedgerichte schijnwerper op een onbekende kant van Japan.

Het programma laat onder meer zien dat elke onderkant weer z'n eigen marges heeft. In het geval van de onderaannemers zijn dat de illegalen. Het ministerie van werkgelegenheid in Tokio schat hun aantal op 10.000, vermoedelijk zijn het er vier maal zoveel.

Ze komen op een toeristenvisum uit Pakistan, Iran, Bangladesh, Afrika om in Japan karweitjes op te knappen waarvoor in het land zelf geen arbeidskrachten meer te vinden zijn. De "gelukkigen' onder de buitenlandse werknemers zijn de Zuidamerikanen van Japanse afkomst, kinderen van Japanse emigranten die hun land van herkomst weer opzoeken. Gelukkigen, want zij worden welwillend ontvangen, zij vormen geen bedreiging voor het Japanse ras. Een beetje "geluk' ook voor de andere buitenlanders, want ondanks de recessie gaat het nog steeds goed met Japan. Mocht de economie echt hard onderuit gaan, zo luiden sombere voorspellingen, dan zal er onmiddellijk een extreem-rechtse beweging opstaan om de "schuldigen' aan te wijzen.