Fietsen is niet frisser dan autorijden

ROTTERDAM, 28 JULI. In druk stadsverkeer staan fietsers en voetgangers aan lagere concentraties luchtverontreiniging bloot dan automobilisten. Maar omdat fietsers meer lucht in- en uitademen dan automobilisten, krijgen ze vrijwel net zoveel ongezonde stoffen binnen. Dit blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van de GG en GD in Amsterdam is uitgevoerd.

In de internationale vakliteratuur is weinig te vinden over de blootstelling van fietsers aan stedelijke luchtverontreiniging. In de meeste landen wordt zelden gefietst in de stad. Over wat de inzittenden van auto's inademen weten we des te meer. Gesloten raampjes bieden geen enkele bescherming tegen luchtverontreiniging, zoveel is duidelijk. De lucht in de cabine wordt elke twee à drie minuten geheel ververst. Of men met open of gesloten ramen rijdt, blijkt weinig uit te maken.

Dat fietsers en voetgangers aan lagere concentraties verontreiniging worden blootgesteld (gemeten zijn: benzeen, tolueen, xyleen, koolmonoxide en stikstofdioxide) komt doordat de concentraties afnemen met de afstand tot de as van de weg. Dit geldt echter alleen op drukke binnenstadswegen, met huizen aan beide zijden. Het gaat niet op voor minder drukke wegen buiten de stadscentra. Hier zijn de concentraties verontreiniging over de gehele breedte van de weg ongeveer gelijk. Omdat fietsers gemiddeld bijna dertig liter lucht per minuut inademen en automobilisten twaalf, hebben fietsers op zulke wegen wel meer last van de luchtverontreiniging dan automobilisten. De concentraties zijn er echter veel lager dan in de drukke binnenstad.