De meevaller die kwam, zag en verdween

DEN HAAG, 28 JULI. Wat zich in mei nog leek voor te doen als een onverwachte meevaller voor de Nederlandse economie in het algemeen en de staatskas in het bijzonder, blijkt drie maanden later goeddeels te zijn verdwenen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft gisteren nieuwe gegevens over de Nationale Rekeningen van de afgelopen jaren bekend gemaakt. Daaruit blijkt dat de omvang van het bruto binnenlands produkt (BBP) en het netto nationaal inkomen (NNI) niet zo veel groter is uitgevallen dan even werd gehoopt.

Die hoop was gebaseerd op een herziening van de berekening van het BBP, de som van alle inkomens voorzover die in het binnenland worden verdiend, over 1987. In mei bleek volgens het CBS het BBP over 1987 10 miljard gulden hoger dan eerder becijferd. Voor 1988 was het positieve verschil 7,6 miljard en voor 1989 9,4 miljard. Nederland was dus rijker dan het dacht. Het wachten was op de cijfers van 1990 en 1991. Die zijn er nu en daaruit blijkt dat de "meevaller' over vorig jaar is teruggebracht tot 6,7 miljard. Omdat bovendien de afschrijvingen jaarlijks ongeveer 3 miljard hoger zijn uitgevallen dan eerder berekend, is de meevaller voor wat betreft het NNI inmiddels gereduceerd tot 2,74 miljard gulden.

Het NNI is vooral van politiek belang, omdat gegevens als het financieringstekort van de overheid en de collectieve lastendruk (optelsom van belastingen en premies) in percentages hiervan worden uitgedrukt. Volgens afspraken tussen de regeringspartijen mag het financieringstekort in 1993 ten hoogste 3,75 procent van het NNI bedragen en de collectieve lastendruk 53,6 procent. Hoe hoger het NNI, hoe meer het kabinet dus volgens de eigen doelstellingen mag uitgeven (dan wel minder hoeft te bezuinigen). Nu het nationale inkomen uiteindelijk veel minder is gestegen dan even werd gedacht of gehoopt, valt die meevaller dus weg. Althans: voorlopig, want dat is ook het predikaat dat voor de jongste CBS-cijfers geldt.

Uit de nieuwste cijfers blijkt ook dat de waarde van het BBP in 1991 ten opzichte van een jaar eerder met 5,3 procent is toegenomen en een niveau van 543,6 miljard gulden heeft bereikt. Net als in voorgaande jaren werd in Nederland in 1991 meer gespaard dan geïnvesteerd. Het nationaal inkomensoverschot kwam daardoor uit op 21,1 miljard gulden, tegen 20,7 in 1990 en 16,9 in 1989.

De groei van de werkgelegenheid zwakte voor 1991 af: van 5.200.000 arbeidsjaren naar 5.270.000 arbeidsjaren, een stijging met 1,3 procent. In 1989 en 1990 werden nog stijgingen van respectievelijk 1,9 en 2,3 procent geregistreerd.