Wethouder ziet proces-verbaal in over fraude

DEN HAAG, 27 JULI. De Haagse wethouder A. van Kampen (sociaal-cultureel werk) heeft op haar verzoek inzage gekregen in het 1.400 pagina's tellende proces-verbaal dat is opgemaakt over fraude met welzijnssubsidies bij de Stichting Haags Sociaal-cultureel werk (SHS).

De wethouder wil daarmee zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over de vraag of de gemeente de problemen bij de welzijnskoepel tijdig heeft aangepakt. Eveneens wil ze via inzage in het proces-verbaal een structuur ontwerpen die voorkomt dat zich nog eens een dergelijke fraudezaak in het welzijnswerk kan voordoen.

Afgelopen zaterdag verklaarde de huidige voorzitter van de SHS, W.M. van Andel, dat het sociaal-cultureel werk in Den Haag de afgelopen jaren “miljoenen” guldens is misgelopen door frauduleus en ander laakbaar gedrag. Van Andel sprak zijn verbazing uit over het feit dat de gemeente dit niet eerder had opgemerkt. Hij meent dat de raad en het gemeentelijk apparaat te lankmoedig zijn opgetreden.

De SHS, die zeshonderd werknemers in dienst heeft en waar jaarlijks 25 miljoen gulden subsidie omgaat, is volgens Van Andel jarenlang “geïnfecteerd” geweest door een cultuur waarin “voortdurend persoonlijk voordeel werd gehaald uit gemeenschapsgeld”. Tegen de voormalig directeur en enige andere ex-medewerkers loopt momenteel een gerechtelijk vooronderzoek.

Op dit moment nemen de ambtenaren van Van Kampen het proces-verbaal door om tebezien of ambtenaren dan wel bestuurders zich inzake de SHS-fraudes hebben “misdragen”. De wethouder heeft vooralsnog geen aanwijzingen dat dit is gebeurd. “Maar ook als blijkt dat iedereen volstrekt correct heeft gehandeld”, zegt Van Kampen, “moet de vraag beantwoord worden of er niet eerder een stokje voor gestoken had kunnen worden.”

Daarnaast hoopt de wethouder via de inzage kennis op te doen voor een “zo effectief mogelijke controle” op besteding van subsidies, zonder een “overbodig grote bemoeienis” met instellingen te tonen. “Want dat blijft een paradox”, meent de wethouder. “Aan de ene kant willen we dat geld op de juiste plaats terechtkomt, aan de andere kant moeten we als overheid een zekere afstand ten opzichte van particuliere stichtingen bewaren.”