Vrede tussen Irak en VN althans voorlopig gered; "Ik heb het gevoel dat het onmiddellijke probleem is geregeld'

De vrede is gered - althans voorlopig. De Amerikaanse, Britse en Franse luchtmacht en marine hoeven de komende dagen geen militaire actie tegen Irak te ondernemen. Want morgen mag een ploeg van zes VN-inspecteurs alsnog in Bagdad in het ministerie van landbouw op zoek gaan naar documenten en ander materiaal, die betrekking hebben op de fabricage van massa-vernietigingswapens - met name lange-afstandsraketten.

Daar staat tegenover dat twee Amerikaanse VN-inspecteurs en een Rus wèl uit Bahrein naar Bagdad mogen terugkeren, maar op de stoep voor het ministerie moeten afwachten wat hun collega's binnen het gebouw zullen aantreffen. Geen van de inspecteurs binnen zal een Amerikaan, Brit of Fransman zijn en de Amerikaanse leider van het inspectieteam, Marc Silver, wordt op verzoek van de Iraakse overheid door zijn Duitse adjunct vervangen. Dit alles - aldus Rolf Ekeus, het hoofd van de speciale VN-commissie voor de ontmanteling van Iraks massa-vernietigingswapens - om “de Iraakse gevoeligheden te sparen”. De gevonden oplossing lijkt angstig veel op hetgeen Irak al enige dagen geleden voorstelde.

Ekeus toonde zich gisteren opgelucht over het bereikte compromis. Maar op de vraag van journalisten of de crisis tussen de VN en Irak voorbij is, gaf hij een uiterst behoedzaam antwoord: “Ik heb het gevoel dat het onmiddellijke probleem is geregeld.” Hij gaf toe dat zijn inspecteurs in het ministerie waarschijnlijk niets van belang zullen aantreffen, omdat de Iraakse overheid inmiddels voldoende tijd heeft gehad om de spullen die men zocht, weg te halen.

Het was dan ook een allesbehalve tevreden en ontspannen president Bush, die een paar uur later vertelde dat president Saddam Hussein op het allerlaatste moment toch had ingebonden. Bush vermeed het om Saddam als president aan te duiden en voorzag hem van de nodige scheldwoorden. Hij en zijn ondergeschikten onderstreepten dat - wat Amerika betreft - Saddam zich nog steeds schuldig maakt aan “een breed patroon van uitdagingen en aan tegenwerking van de eisen die de VN (aan Irak) hebben gesteld”.

Brent Scowcroft, hoofd van de Nationale Veiligheidsraad in het Witte Huis, had al eerder gezegd dat zelfs als Saddam zou toegeven, wat betreft de inspectie in het ministerie van landbouw, dat niet voldoende was. “Dat gaat alleen maar om het topje van een ijsberg. De ijsberg blijft.” Minister van buitenlandse zaken James Baker en zijn adjunct Lawrence Eagleburger hadden zich even onverzoenlijk uitgelaten. Bush en de zijnen lieten allen doorschemeren dat Amerika in de toekomst misschien toch nog tot actie zal overgaan.

Niemand weet of dat blufpoker is, behorend bij de onderhandelingstactiek om Saddam te temmen. Want de Veiligheidsraad van de VN staat bepaald niet te springen om een militaire actie. En de militaire top in Washington waarschuwde dat militair ingrijpen, dat om politieke redenen "proportioneel' dient te zijn, waarschijnlijk Saddam niet op andere gedachten brengt, maar integendeel zijn positie in het binnenland en in de Arabische wereld zou kunnen versterken. Aan de andere kant zou een "niet-proportionele', dat wil zeggen harde militaire actie het toekomstige Irak zo ernstig verzwakken dat het land voor het Westen niet langer bruikbaar is om de regionale machtsambities van de Islamitische Republiek Iran en van Syrië binnen de perken te houden.

Om uit die kwadratuur van de cirkel te komen, is de Amerikaanse overheid, blijkens de uitspraken van Bush en zijn medewerkers, opeens weer buitengewoon geïnteresseerd in het lot van de Koerden in "Vrij Koerdistan' (die nu aan alle kanten door de Verenigde Naties en de niet-gouvernementele hulporganisaties in de steek worden gelaten) en in het lot van de shi'ieten (die, zo zei Bush, in het zuiden van Irak door Iraakse vliegtuigen worden gebombardeerd, hoewel zulks krachtens de resoluties van de Veiligheidsraad streng verboden is).

Deze week zal minister Baker voor de eerste maal in Washington een afvaardiging ontvangen van de Iraakse oppositie (waaronder Koerden en shi'ieten) om van hen te horen welke plannen en voorstellen zij hebben om Saddam ten val te brengen. Het is een revolutionaire ommekeer in de Amerikaanse politiek tegenover Irak. Tot dusver vermeed de Amerikaanse regering publiekelijk contact met de Iraakse oppositie. In plaats daarvan zocht men binnen de leiding van het Iraakse leger en desnoods binnen de leiding van de Ba'ath-partij naar een vervanger van Saddam. Gezocht werd een nieuwe dictator die sterk genoeg was om Irak voor uiteenvallen te bewaren en als tegenwicht te dienen tegen Iran en Syrië, maar zwak genoeg om datgene te doen wat Washington van hem wilde.

Die pogingen mislukten, omdat Saddam zijn naasten in een een ijzeren houdgreep heeft, terwijl die naasten op hun beurt zich voor hun fysieke overlevingskansen geheel afhankelijk voelen van Saddam. Dus besloot men in Washington - zonder het met zoveel woorden te zeggen, want dat was te genant - dat het aanblijven van Saddam onder de huidige omstandigheden de meest verkieslijke was van alle beschikbare alternatieven. Weliswaar probeerde Saddam aan alle kanten de uitvoering van de resoluties van de Veiligheidsraad te saboteren en trok hij nog steeds een lange neus naar Bush. Maar in laatste instantie deed hij na een opeenstapeling van dreigementen altijd keurig wat het Westen van hem verlangde: hij liet de afbraak toe van zijn massa-vernietigingswapens. Zijn eventuele opvolger, die wèl openlijk met het Westen zou samenwerken, zou datzelfde onmogelijk zonder gezichtverlies kunnen doen.

Vandaar dat de Veiligheidsraad van de VN de afgelopen maanden zo passief op Saddams provocaties reageerde. De Amerikaanse diplomatie, die de VN-machinerie op gang had moeten brengen, was lam geslagen omdat men in Washington geen coherente Midden-Oosten-politiek heeft. Al geruime tijd klaagden Amerikaanse diplomaten dat hun bazen maar niet wilden inzien dat het Israelisch-Arabische "vredesproces' haaks stond op het verlangen van Bush om Saddam te liquideren. Zij stelden dat men beide programma's niet tegelijkertijd kon uitvoeren, dat er prioriteiten moesten worden gesteld.

De machteloosheid van de VN inzake het vroegere Joegoslavië verergerde alleen maar dat dilemma. Want als de Veiligheidsraad van de VN onder druk van Washington tot een militaire strafactie tegen Irak zou besluiten, terwijl diezelfde Veiligheidsraad passief toeziet hoe de moslims in Bosnië-Herzegovina bij tienduizenden uit hun land worden verjaagd, zou dat op zijn zachtst gezegd door de Arabische wereld niet worden begrepen en dus gevolgen hebben voor het Amerikaanse aanzien in de Arabische wereld.

Het is geen toeval dat gisteren de semi-officiële Egyptische regeringskrant Al-Ahram een eventuele, militaire actie tegen Irak “ongerechtvaardigd en eigenmachtig” noemde. Salama Ahmed Salama, de schrijver van het artikel, is een naaste vertrouweling van president Mubarak; begin vorig jaar was hij bepaald niet tegen een militaire afstraffing van Saddam.

President Hafez al-Assad van Syrië had zich al eerder tegen een militaire bestaffing van Irak uitgelaten. PLO-voorzitter Arafat zou mogelijkerwijs door een Amerikaanse actie tegen Irak op het verkeerde been worden gezet; hij zou zeer waarschijnlijk wederom zijn oude vriend Saddam de eeuwige steun en loyaliteit van het Palestijnse volk toezeggen - waardoor de Palestijnse vredesonderhandelaars in een onmogelijke positie zouden belanden.

Al die redenen noodzaakten George Bush tot een afwachtende, haast passieve houding tegenover Saddams optreden. Pas toen de Iraakse leider de VN-inspecteurs lichamelijk bedreigde, werd Bush tot actie - in de vorm van dreigementen - gedwongen. Want een Saddam die weigert aan de ontmanteling van de Iraakse massa-vernietigingswapens mee te werken, is niet alleen maar lastig, hij is onbruikbaar.

Saddam realiseert zich dat hij op termijn zal worden afgedankt. Hij moet de sterke jongen, de macho blijven spelen om zijn geloofwaardigheid in het binnenland niet te verliezen. Daarom vertelde hij tijdens een ceremonie waarin hij medailles uitdeelde aan zijn trouwste kameraden dat “de Moeder van alle Veldslagen doorgaat”. Hij heeft gelijk. Als het aan Bush ligt is de huidige afspraak tussen Irak en de VN alleen uitstel van executie.