Vier tijdrijders finishen gefrustreerd

BARCELONA, 27 JULI. De wielerunie investeerde een ton in ultra-modern materiaal om de tijdritploeg in Barcelona met de toplanden te laten duelleren. Na een dikke honderd kilometer parkeerden de drie olympische coureurs gisteren bezweet en gefrusteerd hun nieuwste spullen in de pitsbox van het racecircuit van Catalunya. Van de vierde - John den Braber - was de kostbare, maar defecte fiets al veel eerder tegen het hekwerk gezet.

De weinig zeggende negende plaats, ver achter de door een sterk slot winnende Duitsers, de tegenvallende Italianen en de verrassende Fransen, was het gevolg van het wegvallen van Den Braber door materiaalpech. Zo meenden de ontgoochelde ploegleden. Bij de begeleiders overheerste slechts berusting in de tegenvaller. “Ze hebben hun best gedaan”, was de clichématige uitdrukking van bondscoach Piet Kuijs.

De laatste jaren haperden de pedalen van de tijdrijders voortdurend. Met negatieve uitschieters in Chambéry en Utsunomiya als belangrijkste minpunten. Na het succesrijke WK van 1986, met goud voor de huidige profs Harmeling, Talen, De Vries en Cordes, stortte het nationale amateurwielrennen in elkaar. Van Olympische aspiraties, zoals in de gouden periode in 1968 en 1972, was helemaal niets meer terug te vinden. Tot vorig jaar in Stuttgart, waar Oranje door een sterke slotfase de vijfde plaats en Olympische kwalificatie afdwong.

De opleving betekende de eerste opsteker voor Kuijs, die in zijn ambtstermijn bij herhaling werd geconfronteerd met mislukte races tegen de klok. Voor Barcelona waren de voortekens beter. Kuijs behoefde in zijn ploeg van 1991 slechts één wijziging door te voeren. Jans Koerts stapte over naar de profs, Pelle Kil nam zijn plaats over. Met zijn mechaniciens en de ontwerpers van Batavus ging de coach in conclaaf om een nieuwe fiets te ontwikkelen. Het denkwerk resulteerde in een opdracht aan een Italiaanse firma om een frame van carbon te ontwikkelen. Dat kwam er eind mei, waarna de fietsen drie weken voor de Spelen bij de coureurs werden afgeleverd.

“Veel te laat”, meende Den Braber. Gisteren bezweek het dure materiaal van de Rotterdammer, waardoor de ploeg kansloos werd voor een klassering bij de eerste zes. Althans, zo luidde de eensgezinde conclusie van de renners. “De fietsen zijn niet voldoende getest, anders was dit niet gebeurd. Een kapot crankstel, dat kan toch niet. Maar het beïnvloedt wel de loopbaan van een sporter, die heel lang naar de Spelen heeft toegeleefd. Frustrerend om dan op deze manier de wedstrijd te verlaten”, reageerde Den Braber zich af.

Het gaat echter te ver het anonieme optreden op de fietsen af te schuiven. Kuijs klaagde voor de start al over de lengte en de moeilijkheidsgraad van het parcours, waar donderdag zonder overleg nog eens een extra rondje van drie kilometer over het racecircuit aan was toegevoegd. “Dit is een circus”, beoordeelde de Brabander het uitgezette trajekt.

Toch was niet overwogen op de "oude' fietsen van vorig jaar te stappen. “Dan waren we vooraf al kansloos geweest”, meende Bart Voskamp, die zijn laatste ploegentijdrit reed. “Dat we de zware slotfase met drie man moesten rijden, heeft ons genekt. In die fase hadden we, net als vorig jaar in Stuttgart, veel tijd kunnen terugpakken. Dat was de opzet en die was zeker gelukt met een complete formatie.”