Sijtje Boes tegen wil en dank

Een metalen vrouwenstem verkondigt dat “we are now turning into the Gentleman's Canal”. Zwetend draaien de schippers aan hun roer, de lucht is vol geronk. De rondvaartboten in Amsterdam maken overuren.

Mijn vriendin leeft op een woonschip in het Amsterdamse grachtenwater, en meestal mag ik het weekeind met haar meedrijven. Haar huis is eigenlijk gewoon een drijvend flatje, met bloemen buiten, en een balkon met het mooiste uitzicht van de stad. 's Avonds laat lijkt het grachtwater soms opeens even door een stille kracht geslagen te worden, het begint te stromen en te kolken, onder de vloer horen we gestamp en gegorgel, en voor enkele ogenblikken wordt de flat weer schip en rukt aan zijn eeuwige kabels als een beest. Dan is het weer stil.

Even was het beest weg, een paar weken geleden. De kranten stonden vol met alarmverhalen over een stankgolf die de grachten zou overspoelen, maar nu is alles weer normaal. Om de paar dagen horen we de vertrouwde geluiden onder ons bed langsrommelen van oude flessen, stukken hout, een vergeten vuilniszak, een half-gezonken tv, brokken piepschuim, een enkele dode duif en duizenden bierblikjes en plastic boodschappentassen, die via de sluizen, het IJ en het Noordzeekanaal hun weg zoeken naar de oneindigheid.

Het water is niet meer het probleem van de Herengracht, en ook niet de stank, maar het Sijtje Boes-effect. Op zondagochtend om tien uur snijdt de Koningin Fabiola of de Wim Sonneveld als eerste door de doodstille gracht en daarna is er geen houden meer aan. Een metalen vrouwenstem verkondigt dat “we are now turning into the Gentleman's Canal”, en twintig paar ogen en zestig fototoestellen en videocamera's richten zich op onze croissants en krentenbollen. Ik peuter in mijn oor. Twee dozijn camera's klikken. A. propt mopperend een boterham naar binnen. De Italiaanse video's zoemen. M. hangt in haar volle Hollandse blondheid de was op. De voorbijvarende Japanners worden bijna gek.

Milieu-maatregelen

Toerisme is handel in beelden geworden en de rondvaartindustrie maakt overuren. De grachten staan regelmatig blauw van de rook van de scheepsmotoren, want katalysatoren, "schone' aardgasmotoren en andere milieu-maatregelen verkeren in dit deel van de wereld nog in een beginstadium. Daar vaart de Amsteltoerist IV in een veel te hoog tempo op de hoek af, vanaf de andere kant komt de Toon Hermans, beide schepen moeten met volle kracht achteruit slaan om een aanvaring te voorkomen en als de dieselwalm over het slagveld is opgetrokken zijn we zeker tien minuten en nog twee rondvaartboten verder.

Aan de bocht herkent men de meester. De oudere kapiteins varen vrijwel zonder uitzondering goed en rustig. Sommige jongeren ontwikkelen zich echter, wellicht door de toenemende tijdsdruk, tot de taxichauffeurs van het water: de grachten zijn van hen. Ze scheuren door een veldje waterfietsen, die fladderend als eenden nog net het vege lijf kunnen redden, ze snijden de bocht af zonder te letten op wat er verder aankomt, ze blokkeren en drammen door, en de enige voorrang die telt is de hunne. Wie er een weekeind goed op let, ziet duidelijk de verschillen tussen de maatschappijen met een jong en met een ouder personeelsbestand. We hebben een poosje zitten turven: de rederijen Meyer en Kooij varen door de bank genomen prima, Noord-Zuid, Plas en Holland International doen het eveneens redelijk, maar wie een boot ziet van Lovers of van de Amsteltoerist kan maar beter snel een goed heenkomen zoeken. Een apart geval is de luxe salonrondvaartboot Stan Huygens, waar de meest exclusieve gezelschappen mee worden rondgevaren. Een mooi schip, op het oog, maar zelfs bij het nemen van de simpelste bocht ratelt de motor als een bejaarde Centurion-rank en uit alle gaten, voor en achter, spuit de dieselrook.

“U ziet thans de Brouwersgracht, genoemd naar de brouwers die hieruit het water betrokken voor het beroemde Amsterdamse bier”, liegt een rondvaartgids, schallend over de gracht. Het is half elf 's avonds, en het is, na een rustige avond, opeens spitsuur, want alle "cheese-and-candlelight' boten komen ongeveer tegelijk bij elkaar op onze hoek. Het is een gemanoeuvreer van jewelste, en tot overmaat van ramp komt over de Brouwersgracht ook nog de boa-constrictor van de grachtengordel aanglijden, een van de verschrikkelijke, veel te lange, lichtgroen gelede Museumboten. De Museumboot is vier maten te groot voor de Amsterdamse grachten, een factor die bij de aanschaf zowel door de gemeente als door de eigenaren blijkbaar over het hoofd is gezien, en die nu in situaties als deze alle betrokkenen tot lichte wanhoop drijft. Zwetend draaien de schippers aan hun roer, de lucht is vol olie en geronk, en zelfs in ons schip wordt het beest weer even wakker.

Lange neus

Onwetend van dit alles glijden de passagiers even later weer lans ons huiskamerraam voorbij, glimlachend en fotograferend, achter hun kaas en hun glaasje wijn, net zoals wij aan hen voorbijglijden, een soort gezin, een van de honderden vakantiedia's die ze langs de zoekers van hun camera's zien komen en gaan, een realiteit die precies één honderdste seconde zal bestaan. Ze zwaaien naar ons, naar de Amsterdamse variant van Sijtje Boes op Marken, en als onderdeel van het decor zijn we eigenlijk verplicht om terug te zwaaien. Soms doen we dat ook: naar een bejaard Amerikaans echtpaar, dat zo overduidelijk geniet, naar een vrolijk klein jongetje, naar een vrouw met aardige ogen.

Op de wallekant staan twee Engelse meisjes de boot te fotograferen. De tiende vandaag. M. maakt een lange neus. “But we like your boat!” roept een van de meisjes wanhopig. Zo staan we daar, aan weerskanten van het water. Zij hebben onze boot "ontdekt', net zoals wij een Griekse herder "ontdekken', of een bepaald café. Wij zijn voor hen uniek, zoals zij voor zichzelf uniek zijn. Voor ons, aan de andere kant van de gracht, zijn die twee alleraardigste meisjes niet meer dan een deel van de massa die bij duizenden langs onze huizen en onze ramen gepompt wordt, die ons op gezette tijden omspoelt, die aan ons trekt en duwt, en die dan weer verdwijnt. Toeristen. Massatoeristen, zo u wilt. Meer niet.

Zo ontstaat één groot misverstand, dat zich dag na dag herhaalt, zolang de zomer duurt.