Paul van Vliet verrast met fraaie en suggestieve show

Voorstelling: Theatershow 92/93, door Paul van Vliet. Muziek: John Eskes, Klaas van Dijk, Cees van der Laarse en André Hoekstra. Regie: Eddy Habbema. Gezien: 25/7 in het Circustheater, Scheveningen. Aldaar t/m 5/9, daarna elders.

“Je mag al blij zijn als je oud wordt zonder schuldgevoel of spijt,” zingt Paul van Vliet sinds zaterdagavond in zijn nieuwe show. Zelf is hij nu bijna 57; tijd om een streep te zetten onder schuld en spijt uit het verleden en om ernst te maken met de koers voor de resterende jaren - onder het motto: “Wat willen we nog? Wat kan er nog?” Veel, blijkbaar.

Ik was op Paul van Vliet een beetje uitgekeken en vond dat dat aan hem lag: het leek dat hij zijn mooiste liedjes al had gezongen en zijn beste conférences achter de rug had. In zijn laatste nieuwe show, Een gat in de lucht, zag ik weinig inspiratie meer. De meeste conférences stonden in het teken van een geforceerd soort ironie, alsof hij krampachtig op zoek was geweest naar de modernismen die zich nog lieten bespotten en daar plichtmatig nummers van had gemaakt. Het was ongetwijfeld vertrouwd terrein voor een groot publiek, maar het maakte op mij een nogal routineuze indruk.

De grote verrassing van Theatershow 92/93 schuilt in de vorm. De voorstelling bevat nauwelijks meer nummers van het soort zoals hij ze tot dusver had gemaakt: vaak fors aangezet en mikkend op de gulle lach, terdege uitgewerkt en zoveel mogelijk voorzien van een stevige pointe. De nummers die nu in het programma staan vermeld, zijn veelal slechts fragmentarische verhalen, vermaningen en overpeinzingen, door fraaie overgangen aan elkaar verbonden. Ruimte voor blackouts is er nauwelijks meer. Zelfs van de liedjes zijn er enkele niet eens meer op traditionele wijze afgerond. Een ogenschijnlijk platte polonaise, waarmee de show na de pauze weer begint, verkeert onverwacht in een korte monoloog over “de dag dat je het peloton moet laten gaan”, het moment waarop iemand besluit zich los te maken van de anderen en een eigen weg te kiezen.

In die nieuwe vorm heeft Van Vliet de lachorkanen, de grappig bedoelde typetjes en het applaus na ieder nummer niet meer nodig. Hij blijft de hele avond zichzelf. Als hij nog even een geestig parodietje op een 06-mevrouw neerzet, is dat alleen maar een korte en snel weer afgebroken illustratie binnen een verhaal. Hij zet er geen petjes of brilletjes meer voor op. De enige echte conférence van de hele show, over de marketingmanipulatie van de supermarktklant, berust op authentieke ergernis. Voor de rest komen de grappen bijna per ongeluk voort uit wat hij te vertellen heeft.

De show is, ongetwijfeld door de inbreng van regisseur Eddy Habbema, beter geënsceneerd en suggestiever dan ooit. De vier begeleiders doen swingend - en hier en daar verrassend vinnig - hun werk. Het grootste succeslied is een op de A2, tussen de Bijlmer en Nieuwegein gesitueerde road song, een nummer met hit-potentie. En het beste is naar mijn smaak Lieve vriend, gericht aan zijn leeftijdsgenoten en geschreven met de compassie en de intensiteit van Youp van 't Hek: “Denk aan die grenzeloosheid van toen/ daar is ook vandaag nog iets moois mee te doen.”

Wezenlijk anders is Paul van Vliet in deze voorstelling vanzelfsprekend niet, wezenlijk beter wel.