Ontheemden

ER IS EEN CAMPAGNE van “etnische zuivering” ontketend tegen de islamitische bevolkingsgroepen van Bosnië-Herzegovina. Dit grimmige vooruitzicht maakt het niet erg realistisch te spreken van tijdelijk ontheemden nu de vluchtelingenstroom uit Bosnië aanzwelt. De buitenwereld is tot dusver niet in staat gebleken effectief tussenbeide te komen in het voormalige Joegoslavië. Naarmate deze onmacht voortduurt neemt de waarschijnlijkheid toe dat er een volksverhuizing met blijvende gevolgen op gang is gebracht.

Dat de Nederlandse regering vasthoudt aan de term ontheemden en niet ronduit erkent dat het hier om asielzoekers gaat, is minder kinderachtig dan op het eerste gezicht lijkt. De nieuwe categorie van ontheemden is onbestemd, maar daar staat tegenover dat met een minimum aan formaliteiten althans de ergste nood kan worden aangepakt. Op formele asielverzoeken wordt zeker de laatste jaren steeds meer beknibbeld, niet alleen in Nederland maar in heel Europa. Zo ontwikkelt zich de laatste tijd de maatstaf of een uitgeweken lid van een minderheid bij terugkeer individueel een erger lot te wachten staat dan de betrokken minderheid in het algemeen ten deel valt. Het is voor te stellen dat vluchtende Bosniërs weinig zin hebben in dit soort discussies.

Zelfs een ontheemde valt overigens niet het recht te ontzeggen een verzoek om volledige erkenning als vluchteling in te dienen. De kans daarop neemt met het mislukken van iedere nieuwe wapenstilstand toe. De nadrukkelijke terminologie van de tijdelijkheid bevat dan ook over het hoofd van de Joegoslavische ballingen heen vooral een boodschap voor de Europese partners. Er is tussen de staten van Europa een voortdurende spanning over de verdeling van vluchtelingenstromen en het behoort tot de basisinstincten van het interstatelijke optreden zo laag mogelijk in te zetten, hoe hoog de nood ook is. De weigering van de Europese ministerraad vorige week gevolg te geven aan een Duits voorstel voor onderlinge contingentering van de Joegoslavische vluchtelingenstroom is wat dat betreft veelzeggend.

EEN EUROPESE quotumregeling heeft één groot bezwaar: officiële opvang van de vluchtelingen buiten het voormalige Joegoslavië dient in feite de oorlogsdoelen van de Serviërs. Maar dit argument is slechts zo sterk als de mogelijkheid van de EG om daadwerkelijk het geweld in het vroegere Joegoslavië terug te dringen. Tot dusver is de Gemeenschap daar niet in geslaagd en zijn in het verscheurde Bosnië-Herzegovina voldongen feiten ontstaan van een ernst die het onmogelijk maakt externe opvang van de vluchtelingen verder uit de weg te gaan. Nu de EG zelfs op dit humanitaire aspect van de Joegoslavische crisis niet tot sluitende afspraken kan komen is het te hopen dat de conferentie die de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de VN deze week in Genève heeft belegd, tot een behoorlijke taakverdeling komt.