Onmisbare beautycases zijn vaak "burgerlijke ondingen'

Ze kreeg hem in Mozambique, waar ze in 1978 een tijdlang Engelse les gaf aan volwassenen.

Na afloop van de laatste les zette een man een groot vierkanten pak op tafel. Schrijfster Dorinde van Oort had geen idee wat er in zat. “Bleek het een beautycase te zijn van olifantenhaar. Niet om aan te zien, zo lelijk. Ik had nog nooit zo'n ding gehad. Kwakte alles altijd in mijn koffer. Ik ging die beautycase meteen inrichten, er was een plekje voor m'n lenzen, make-up en noem maar op. We zouden teruggaan naar Nederland, onze koffers waren al onderweg maar wij mochten om een of andere administratieve reden het land nog niet uit. Het enige wat ik nog had, was m'n beautycase. Tja, toen had hij al zijn diensten bewezen en nu ben ik eraan verslaafd.”

De beautycase - voor veel vrouwen een onmisbaar element in de vakantie-uitzet. Het verschijnsel is oud, alleen de vorm heeft zich door de jaren heen gewijzigd. Net zo min als vroeger hoeden in koffers werden gepropt, er waren immers hoededozen, legde men reukwater, oliën en poeder tussen de bagage. Die attributen werden apart ingepakt. Niet in de laatste plaats om zich tijdens de reis die veelal per koets, boot en later per trein ging, te kunnen verfrissen. Het waren vrouwen zoals Constance van der Welcke, hoofdpersoon uit De boeken der Kleine Zielen van Louis Couperus, die er ondanks de lange reisduur steeds verzorgd en fris uit wilden zien.

De verkoop van de beautycase in zijn huidige vorm nam een grote vlucht met de aanvang van het massatoerisme in de jaren zestig. “Een genoegen? Ondingen zijn het. Burgerlijke ondingen! Ik vind het geen gezicht als ik er iemand mee zie lopen”. Toeriste mevrouw A. Vink nipt aan haar glas wijn in een chique etablissement in Bergen aan Zee. Haar zullen de badgasten niet met een beautycase zien lopen, zij stopt crèmes en andere schoonmaakartikelen in een toilettas die met de rest van de bagage in de koffer zit.

Ze heeft er wel een. Tien jaar geleden gewonnen in de loterij van de hockeyclub van haar zoon. Samen met zes koffers - die doen goede diensten. “De beautycase hebben we meteen onderin de linnenkast gezet, er zitten een paar strips aspirines in. Hij is nooit het huis uit geweest”. Ze betitelt vrouwen die ermee lopen onomwonden als “suikerspinnen, opgemaakte suikerspinnen”.

Toch zijn het niet alleen de opgemaakte en geblondeerde vrouwen, wier liefste wens het lijkt altijd jong te blijven, die zich het genot van de beautycase niet willen laten ontgaan. In het algemeen schaffen vrouwen die belang hechten aan hun uiterlijk en dat aan de buitenwereld kenbaar willen maken zich er ééntje aan, zegt drs. P. Burger, commercieel manager van Etos Beauty Case, een winkelketen met 180 vestigingen en een keur van schoonheidsprodukten.

Dat is ook de ervaring van J. de Ruyter die ze al tientallen jaren verkoopt. De jongste klant schat hij op begin twintig, de oudste om en nabij de zestig. Hij verkoopt ze niet alleen aan vrouwen die met vakantie gaan, ook actrices zijn er tuk op. In een mum van tijd staan er een paar op de toonbank. Bijna liefdevol legt hij de voordelen ervan uit. “Kijk, deze heeft een cijferslot, heel handig. In de deksel zit een spiegeltje, ook heel makkelijk. En hier een elastieken strip voor kleine dingetjes zoals lipstick, flesjes parfum en maskara. Het makkelijke is dat niets kan omvallen. Voor de sieraden is er ook een apart vakje. Er kan zelfs een föhn in, dan schuif je de boel een beetje op. Nee, sportieve types kopen zoiets niet”, zegt hij.

Ze is every inch a lady, Mieke van Barneveld, woonachtig in Bussum en in haar vrije tijd verkoopster in een drogisterij. Ze pikt de vrouwen voor wie op reis gaan zonder beautycase hetzelfde is als een Volvo op drie wielen, er zò uit. Die kopen lekkere geurtjes, kleine flesjes milk, zeepjes, extra make-up, talkpoeder, oliën: “de hele rotzooi”. “Het zijn vooral vrouwen die zich een paar weken lang als een kippetje wentelen in de Spaanse zon. Die zorgen ervoor dat ze er goed verzorgd bijliggen terwijl ze er s'avond ook piekfijn uit willen zien. Iemand die een trektocht door Thailand maakt, zal heus geen beautycase meenenen, hoogstens het allernoodzakelijkste”.

Jarenlang heeft ze er zelf een “meegesleept”. Tot ze een trektocht door Botswana maakte en een een lid van de groep ontwaarde met een hoofd vol carmenkrulspelden. Zover wilde zij het niet laten komen. “Het zijn poppen die het doen. En ik vind het achteraf gezien toch onhandige krengen. M'n vriend haat ze trouwens”.

Onhandig zijn die modellen waarvan het deksel niet rechtop blijft staan maar voortdurend dichtslaat. Ook het feit dat er geen schouderriem aanzit is niet praktisch, zegt Dorinde van Oort. “Je hebt er altijd een hand voor nodig. En als je twee koffers bij je hebt kom je dus een hand tekort. 't Is wel een gesleep hoor”. Maar het grootste nadeel vindt zij dat ze onverslijtbaar zijn en je dus nooit excuus hebt om een nieuwe te kopen. Toch heeft ze er inmiddels drie en als ze straks twaalfenhalf jaar getrouwd is, wil ze een nieuwe: eentje van leer met een schouderriem. “Zit ik er straks met vier want een oude gooi je nooit weg. Dat heet verslaving”.