Mansell rijdt op toverbrouwsels van Elf

Williams-woordvoerster Ann Bredshaw noemt het een totaalpakket van high tech-innovaties waarmee de wagen van Formule I-coureur Nigel Mansell is uitgerust. Gisteren won de onbedreigd op de wereldtitel afracende Engelsman met groot machtsvertoon de Grand Prix van Duitsland op het circuit van Hockenheim, zijn achtste overwinning in één seizoen waarmee hij het record evenaarde van wereldkampioen Ayrton Senna. “Ik denk dat de overmacht een kwestie is van 75 procent wagen en 25 procent benzine”, zegt Bradshaw geheimzinnig.

Naast het feit dat de Williams-Renault over de meest betrouwbare en beste motor beschikt, door ontwerper Patrick Head is uitgerust met het beste chassis en allerlei geavanceerde technische snufjes zijn aangebracht als een actieve vering en semi-automatische versnelling met tiptoetsen, doken halverwege vorig jaar al geruchten op in de pit-lane dat de wagens van Mansell en Patrese bovendien waren uitgerust met een soort toverbenzine van de Franse fabrikant Elf. Voor de Britse Grand Prix op Silverstone werd vorig jaar benzine ontvreemd bij Williams door een concurrende firma die wel eens wilde analyseren wat de precieze ingrediënten waren van de superieure brandstof. Hoewel nooit een aanklacht is ingediend.

De geestelijke vader achter de 200 liter benzine die voor elke race in de Williams-wagens wordt gegoten is Jean-Claude Fayard, chemicus-ingenieur en directeur van Societe Nationale Elf Aquitaine, die al sinds 1976 bij de Formule I betrokken is toen hij bij Renault de benzine leverde voor de wagens van Alain Prost. Hoewel de samenstelling van de benzine een zorgvuldig bewaard geheim is bij Elf werkt Fayard met verschillende combinaties van de 3000 koolwaterstofmoleculen die in ruwe olie worden aangetroffen. Benzine voor commercieel gebruik wordt bereid uit ongeveer 300 van dergelijke koolwaterstofmoleculen maar voor de racebenzine werkt Fayard met cocktails die een lager aantal bevatten. “Ik denk dat het effect volgend jaar al te zien zal zijn in het gebruik van de benzine voor commerciële doeleinden. Hoewel je niet praat over een totaal nieuwe benzine, maar verbeteringen die schoksgewijs gaan, beetje bij beetje”, zegt Fayard vanuit zijn kantoor in Lyon. “In ieder geval begint de concurrentie aardig nerveus te worden.”

Dat laatste wordt ontkend bij Shell waar een woordvoerder er fijntjes op wijst dat het niet de eerste keer in de Formule I is dat wordt beweerd dat een nieuw tovermiddel is gentroduceerd. “Wagens die zijn uitgerust met benzine van Shell hebben 154 Grand Prix's gewonnen en zowel de rijders- als constructeurstitel de afgelopen vier jaar veroverd,” is de repliek.

Inmiddels werkt Fayard onverstoorbaar verder aan zijn brouwsels, die zelfs met de nodige scepsis worden bekeken bij Williams door de raceingenieurs en monteurs, die vanwege toxicatie-gevaar bij het benzinetanken beschermende gezichtlapjes dragen om maar niet de kwalijke geuren te hoeven inademen. Voor de race in Hockenheim werd "cocktail nummer 84' in de wagens gegoten. De eerste "benzinecocktail' van Fayard zag het licht in 1980, aan het einde van dit seizoen denkt de Fransman aan nummer 87 te zitten. Fayard: “Voor de Britse en Franse Grand Prix werd alleen in de kwalificatie nummer 84 gebruikt en niet tijdens de race. Want de ingenieurs bij Williams wilden eerst de onderzoeksresultaten van nummer 84 afwachten en kijken hoe de benzine zou werken in een race van 300 kilometer. Daarom werd geraced met 83-benzine. Maar de ontwikkeling gaat gestaag verder.”

Mansell, niet alleen één van de meest strijdvaardige coureurs maar ook één van de allerbeste rijders uit de Formule I, is echter naast zijn racecapaciteiten ook een goede testrijder. Toen hij bij Ferrari reed was hij zeer te spreken over de experimenten van benzineleverancier Agip. Hij zag daarmee als één van de eerste rijders in wat voor voordelen speciale benzine hem zou kunnen verschaffen. Fayard: “Mansell heeft mij bij zijn komst naar Williams belangrijke informatie over de benzine doorgespeeld. Dat heeft ons erg bij onze eigen ontwikkeling geholpen.”

Er is echter één zaak die alle ontwikkelingen bedreigt. Om concurrentievervalsing te voorkomen overweegt de FISA, die tegenwoordig ook dezelfde banden voor de wagens heeft verordonneerd, in de toekomst ook alle bolides uit te rusten met dezelfde brandstof. Fayard: “Dat zou een kortzichtige maatregel zijn. Want de praktijk wijst uit dat je de ontwikkelingen daarmee toch niet tegenhoudt. De één zal altijd een voorsprong behouden op de ander. Wat je ook verzint.”