Japanners negeren in steeds groteren getale de politiek

TOKIO, 27 JULI. Nog nooit is de desinteresse onder de Japanse kiezers zo groot geweest als gisteren voor de zestiende verkiezingen voor het Hogerhuis. De bedroevend lage opkomst van 50,52 procent van de 94 miljoen kiezers overtrof het diepterecord van 1983 toen 57 procent van de kiezers hun stem uitbracht.

Het snikhete weer, de eerste dag van de schoolvakantie, de opening van de Olympische Spelen, het gebrek aan pakkende thema's, de wetenschap dat de Liberale Democratische Partij (LDP) toch wel zou winnen en de oppositie de economie alleen maar dieper het dal in helpt, de politici hadden gisteravond verklaringen genoeg voor het feit dat de helft van de kiezers hun de rug toekeerde.

In Tokio, waar zaterdagavond de zomer werd ingeluid met een vuurwerkfestival langs de rivier de Sumida, dat een miljoen kijkers trok, liet 63 procent van de kiezers verstek gaan, in twee provincies rondom de hoofdstad, Saitama en Kanagawa, was het percentage niet-stemmers zelfs 65.

Hoe anders waren nog de laatste verkiezingen in 1989, toen 65 procent kwam opdagen. Maar toen was de regerende LDP het middelpunt van een groot schandaal (Recruit), was het verzet onder de kiezers tegen invoering van de BTW groot, slaagden kopstukken van de LDP erin veel vrouwen tegen zich in het harnas te jagen door laatdunkende uitspraken over gelijke rechten. De socialisten met hun vrouwelijke lijststrekker profiteerden er ten volle van en wisten de LDP de meerderheid te ontfutselen. De LDP verloor maar liefst 30 zetels.

Dat de LDP dit keer een overwinning zou behalen, werd alom voorspeld. Zo goed als zeker was ook dat de LDP haar meerderheid niet zou terugwinnen, ook de LDP zelf maakte zich in dit opzicht geen illusies.

De LDP had gisteren 88 zetels moeten winnen om de absolute meerderheid terug te krijgen die de partij bij de verkiezingen in 1989 was kwijtgeraakt. Maar de LDP bracht maar 83 kandidaten in het strijdperk. Aanvankelijk mikte de partij op 64 van de 127 zetels (inclusief 1 vacante zetel) en beschouwde dat al als een goed resultaat. Openlijk werd gesproken over een nieuwe coalitie met de twee gematigde oppositiepartijen. In de loop van de verkiezingscampagne nam het zelfvertrouwen toe, mede door het diplomatieke succes op de wereldtop van de G-7 in München. Japan kreeg daar de expliciete steun van het Westen voor zijn territoriale geschil met Rusland over de vier noordelijke eilanden.

Half juli sprak men in de LDP al van ten minste 70 en wellicht 75 zetels. Het woord coalitie werd niet meer gebezigd. Shin Kanemaru, vice-president en "kingmaker' van de LDP kritiseerde zelfs de twee gematigde oppositiepartijen, de Komeito en de Democratisch Socialisten. Regeringsverantwoordelijkheid was deze partijen niet toe te vertrouwen, aldus de sluwe oude vos die premiers kan maken en breken. Zijn toch al veruit grootste factie in de LDP is gisteren nog sterker geworden.

De socialisten, de grootste oppositiepartij, hadden de zogeheten PKO-wet, die Japan in staat stelt om deel te nemen aan vredesoperaties van de Verenigde Naties, tot inzet van de verkiezingen gemaakt. Met haar vertragingstactiek en vervolgens haar ontslagaanvrage had de SDPJ de stemming in het parlement en de stemming in het land proberen te keren tegen de wet. Tevergeefs. De wet werd aangenomen en gisteren leed de SDPJ een forse nederlaag vergeleken met 1989. De LDP rook al winst voor de verkiezingen en stimuleerde in de laatste dagen het debat over de PKO-wet. Kanemaru riep de SDPJ uit tot een partij van dwazen.

Na de gunstige uitslag van gisteren hoopt de LDP bij de verkiezingen van 1995 haar absolute meerderheid in het Hogerhuis terug te krijgen. Ze zal voorlopig met de twee gematigde oppositiepartijen weer zaken moeten doen. Maar gesteund door de uitslag van gisteren nu vanuit een krachtiger positie, al heeft ze dan minder zetels dan voor de verkiezingen.

Niet bekend