Het oog

Afgelopen vrijdag heb ik geloof ik voor het eerst van mijn leven de wind gezien.

Van wind zie je gewoonlijk alleen de gevolgen. je ziet wind in wolken, in water, in de wieken van een molen, maar de wind zelf, nooit.

Ik was naar Blijdorp geweest, op het terras bij de olifanten. Het was Bernhardine die met haar slurf de veter van mijn linkerschoen losmaakte. Om te bewijzen dat het haar ernst was, begon ze vervolgens aan de veter van de rechter. Op dat moment doorzag ik het oog van de olifant. Dat afgezakte, dat glazige, dat komt door het turen naar het eind van die wonderlijke slurf van ze.

Tevreden kwam ik thuis. Het was vijf uur, ik dacht dat ik nog net voor het onweer de hond kon uitlaten. We liepen naar de Oude Rijn en er stak een stevige kille wind op, dat voelde je aan je huid, dat hoorde je aan de bomen.

Wat ik zag was een lichte verkleuring van de lucht, niet de lucht in de hemel, maar de lucht om mij heen, een kleine verschuiving in het grijs. Het had een hele dunne nevel kunnen zijn, maar een nevel zou bij zoveel wind bewogen hebben en dit hing stil. Onzin, dacht ik. Maar toen: het is de wind, hij is het zelf!

Bliksem, donderslagen, regendruppels - als rijpe vruchten spatten ze uit elkaar. En nu zou ik ook de zwaartekracht eens willen zien.