Het ontbrak Irak door de sancties aan sportvoeding

BARCELONA, 27 JULI. Bij de Olympische Spelen in Seoul was Irak nog present met meer dan 100 sporters. Maar dat was voor de oorlog in de Golf. In Barcelona doen maar negen Irakezen mee. Het Internationaal Olympisch Comite werpt zich weliswaar op als hoeder van de wereldvrede. Het is er zelfs in geslaagd om in Barcelona Serviers aan de start te laten verschijnen naast Bosniers, twee bevolkingsgroepen die elkaar in het verscheurde, voormalige Joegoslavie zo gretig naar het leven staan. Luidt het motto van deze Spelen niet: "Amigos con siempre', "vrienden voor het leven'? Barcelona moet het symbool worden van de nieuwe wereldorde waarin de scheiding tussen Oost en West is weggevallen. De Spelen moeten het podium van de mondiale verbroedering zijn.

Maar het IOC kan nog steeds niet verhinderen dat er tussen de vierjaarlijkse sportfeestjes door toch weer oorlogen woeden. Die strijd laat diepe sporen na, ook op sportief gebied. Want al zegt Hassan Hassan, de 30-jarige schutter uit het olympisch team van Irak, dat sport niets met politiek heeft te maken, hij geeft toe dat politiek zich wel voortdurend met de sport bemoeit.

De Golf-oorlog eindigde op 28 februari 1991, bijna anderhalf jaar geleden. Maar voor de Irakese sporters ging de oorlog verder. Eerst bleven ze uitgesloten van internationale sportevenementen. Later kregen ze wel weer invitaties, maar de organiserende landen weigerden hen stelselmatig een visumte geven. Het effect was hetzelfde: ze konden zich niet meten met buitenlandse tegenstanders. Wat erger was: ze konden zich ook niet voor de Olympische Spelen kwalificeren.

Dat geldt ook voor de 30-jarige Hassan Hassan. Weliswaar behoort hij op het luchtpistool tot de wereldtop en haalde hij drie jaar geleden bij de wereldkampioenschappen in Serajewo een vijfde plaats. Maar sindsdien heeft hij niet meer aan internationale wedstrijden mogen meedoen. Dat hij gisteren toch in Barcelona kon aantreden, had hij te danken aan een zogeheten "wild card' van de internationale schietfederatie. Jammer dat ze hem alleen een wild card gaven voor de 50 meter vrij pistool, zijn zwakste onderdeel.

Sancties van de Verenigde Naties hebben ertoe geleid dat Irak in Barcelona maar met negen sporters is vertegenwoordigd: een schutter, drie boksers, vijf gewichtheffers. Dat standpunt huldigt Tiras Odisho, directeur van het Irakees Nationaal Olympisch Comite, dat wordt geleid door Uday Hoessein, de oudste zoon van Saddam Hoessein. Zonder boycotmaatregelen zou Irak volgens Odisho ook hebben meegedaan aan worstelen, judo en voetbal, sporten waarin zijn land altijd sterk is geweest.

Niet alleen werd Irakese sporters belet zich te plaatsen voor de Olympische Spelen. Als gevolg van oorlog en sancties moesten ze het stellen zonder sportvoeding, die voorheen werd betrokken uit het Westen. Ook konden gewichtheffers en worstelaars niet meer aan de modernste trainingsmachines komen. Hassam Hassam is eigenaar van een handelsfirma in Bagdad. Honger heeft hij ook tijdens de hevigste bombardementen op zijn geboortestad niet geleden. Maar rampzalig vindt hij, dat hij geen reserve-onderdelen voor zijn Russische pistolen meer kan krijgen. De aanschaf van nieuw schietgerei kan hij helemaal wel vergeten.

De afgelopen week heeft hij maar een keer kunnen trainen, terwijl hij normaal elke dag 5 tot 6 uur schiet. Zijn pistool is namelijk vijf dagen spoorloos geweest. Heel voorzichtig vraagt hij zich af of het Irakese label aan zijn bagage daar misschien mee te maken heeft gehad. Het begon al vorige week zaterdag toen ze eerst met de bus naar Jordanese hoofdstad Amman hadden moeten reizen, een barre tocht van veertien uur, omdat er vanaf het vliegveld van Bagdad nog altijd geen vliegtuig naar Europa mag vertrekken. In Rome hadden ze moeten overstappen op een vliegtuig naar Barcelona. Zijn pistool had dat vervolg al niet meer mogen beleven. Zijn pistool was in Casablanca beland.

En dus had Hassan Hassan zich vier dagen lang zitten verbijten op de schietbaan van Mollet, een voorstad van Barcelona. Kijkend naar de training van zijn tegenstanders. “Maar ik heb me niet gek laten maken. Kalm en onbewogen blijven vormt de basis van de schietkunst.”

Bij de wedstrijd van gisteren moest hij het opnemen tegen een Amerikaan en een Egyptenaar, vertegenwoordigers van landen die zijn vrienden, zijn familieleden hebben gedood in de oorlog. Had hij geen enkele aandrang om tussen hun ogen te mikken? “Natuurlijk niet. Want je moet onderscheid kunnen maken tussen mensen en landen. En sporters kunnen goed vergeten. Ik heb gewoon gesproken met de Amerikanen. We hebben speldjes geruild.”