Gezicht gered

EEN KRACHTMETING levert doorgaans een winnaar en een verliezer op. Soms is gelijkspel de uitkomst. Zo kort na de overeenkomst tussen het regime in Bagdad en de Verenigde Naties over inspectie van het Iraakse ministerie van landbouw is de winst- en verliesrekening niet nauwkeurig op te maken. Op het eerste gezicht heeft Saddam Hoessein ingebonden.

Wat de Iraakse leider aanvankelijk als een schending van de soevereiniteit karakteriseerde, laat hij nu toe: een inspectieteam van de VN kamt het ministerie van landbouw uit op zoek naar documenten, materiaal en apparatuur die verband houden met de produktie van wapens ter massale vernietiging. Maar de VN-afgezanten zelf vragen zich af of ze nog veel zullen vinden na de dagen van respijt die Saddam met zijn intimidatiepolitiek heeft weten af te dwingen. De "smoking gun' zal inmiddels wel naar een andere plaats zijn overgebracht.

De positie van de Volkerenorganisatie in Irak is ernstig verzwakt door het uitblijven van een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad in deze kwestie. De Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk hebben weliswaar laten weten ook zonder een dergelijke uitspraak militair te kunnen optreden, in de confrontatie met Saddam viel de indolentie van de Veiligheidsraad sterk op. De positie van de VN is verder aangetast door een ogenschijnlijk aanvaardbare concessie. Het team dat het ministeriële gebouw binnengaat, zal niet bestaan uit personen afkomstig uit landen die vorig jaar daadwerkelijk hebben meegeholpen Saddam uit Koeweit te verdrijven.

De afzijdigheid van de hoogste organen van de VN ondergraaft het beginsel van het bestandsakkoord van vorig jaar. Daarin werd Irak onder internationale curatele geplaatst. Nu blijkt dat Irak zijn curators kan dwarsbomen en hun alsnog voorwaarden kan opleggen. Zeker een man als Saddam Hoessein zal zich gesterkt voelen om zijn salamitactiek tegen de aanwezigheid van de Verenigde Naties in zijn land voort te zetten.

DE OVEREENKOMST heeft mogelijk toch een positief saldo voor de drie grote Westerse landen die het meest hebben aangedrongen op represailles voor het geval Bagdad de VN de voet zou blijven dwarszetten. Een militaire operatie tegen Bagdad zou vooral een signaal van onvermogen zijn geweest. Daarin zou immers de erkenning hebben gelegen dat de strafexpeditie van begin 1991 te vroeg werd afgebroken en dat de sanctiepolitiek tegen Irak was mislukt. En een totale strategische ommekeer kan met de bescheiden middelen die in het gebied aanwezig zijn niet meer tot stand worden gebracht.

Het gisteren gesloten akkoord verschaft de drie een adempauze om de stand van zaken met betrekking tot Irak nog eens te overwegen. Voor het moment lijkt het gezicht gered, het regime in Bagdad blijft onder druk staan. Misschien wil de Iraakse leider de volgende escalerende confrontatie wel uitstellen tot na de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november.