Fokker-werknemers nog onzeker

SCHIPHOL-OOST, 27 JULI. Door de poort rijdt een enorme vrachtwagen met het opschrift: “Nederlanders bouwen vliegtuigen van wereldklasse”. De portier knikt goedkeurend en zegt: “Zo zal het altijd blijven. De kwaliteit zit hier.” Met zijn duim wijst hij achter zich.

Zijn optimisme wordt niet door iedereen bij Fokker gedeeld. Op de eerste werkdag na het akkoord voor de overname van Fokker door het Duitse Dasa, was vanmorgen aan de poort van Fokker op Schiphol-Oost van opluchting niets te merken. Wat in de reacties van de werknemers overheerst is onzekerheid over wat er met Fokker zal gebeuren als de overheid zich over drie jaar helemaal uit de onderneming terugtrekt. De nieuwsbrieven die de Industriebond FNV bij het hek heeft achtergelaten waarin wordt gesteld dat er nu een einde is gekomen aan alle onzekerheid en dat er geen onslagen zullen vallen door wat de bond noemt de “samenwerking” met Dasa, maken weinig indruk.

“Ach, er wordt ook weleens om gelachen”, zegt een 26-jarige medewerker van de service-afdeling, die naar zijn zeggen nu al veel zaken doet met Dasa. “Omdat wij tot tien jaar na aflevering van een vliegtuig verantwoordelijk blijven voor de service, is door ons weleens gekscherend gezegd: wij doen straks het licht wel uit op Schiphol-Oost”.

Dat Fokker door de komst van de Duitsers een verandering zal ondergaan, staat volgens hen buiten kijf. “Maar wat betekent nu een verandering van de bedrijfsclultuur? Die verandert bij Fokker om de twee of drie jaar. Er kan niets gebeuren in de wereld of het heeft gevolgen voor Fokker. Daar zijn we aan gewend.”

Dat Fokker over drie jaar al volledig in Duitse handen komt, is veel te snel, meent een 30-jarige monteur van de F-50, het toestel waarover in het contract met Dasa niets is afgesproken. “Ons is verteld dat de produktie van de F-50 in Nederland blijft, maar zelf denk ik dat hier over een jaar of vier, als de staat zich uit Fokker heeft teruggetrokken, grote veranderingen zullen gaan plaatsvinden”.

Hij betwijfelt of Dasa de enige ware partner is voor Fokker zoals de directie wil doen geloven. “Ik kan mij niet voorstellen dat je na vijf jaar zoeken naar een geschikte partner alleen met Dasa op de proppen kan komen”. Om dezelfde reden is onlangs Frans Swarttouw opgestapt als commissaris bij Fokker. “Op onze afdeling leeft het gevoel dat er in de directie niet voldoende naar Swarttouw is geluisterd. Die man had ten slotte tien jaar ervaring”, aldus de monteur.

“Over drie jaar zal Dasa de zaak hier wel komen opnemen”, verzucht een 24-jarige monteur van de F-100, het succesmodel van Fokker. “Dan komt de Regioliner die hier nu ontwikkeld wordt misschien in gevaar. De Duitse vakbonden willen 70 procent van onze produktie naar Duitsland halen. Gelukkig heeft Dasa dat van de hand gewezen. Maar over drie jaar zal hier zeker werkgelegenheid verloren gaan.”

De manier waarop bestuursvoorzitter E.J. Nederkoorn van Fokker met Dasa heeft onderhandeld, kan in de ogen van deze monteur geen genade vinden. “Nederkoorn dacht alleen aan zijn eigen hachje. Het was minister Andriessen die daarom zijn poot stijf had moeten houden en een langere betrokkenheid van de overheid bij Dasa had moeten afdwingen. Drie jaar is veel te kort. We zijn misschien net bezig met de produktie van de Regioliner, dan zegt Dasa misschien: Bedankt en nemen haar partners Alinia en Aerospatiale het van ons over”.

Een 36-jarige illustrator afkomstig van het hoofdkantoor van Fokker, zegt dat op zijn afdeling ook niet alle twijfels zijn weggenomen. “Moeten we straks alle handeleidingen voor onze vliegtuigen in het Duits schrijven? Dat is natuurlijk een grapje, maar iedereen vraagt zich toch af wat de overname voor zijn eigen werk gaat betekenen. Volgens de illustrator is de onzekerheid bij hem en zijn collega's afgelopen dagen versterkt door het terughoudende optreden van Nederkoorn in de tv-journaals. “Er kwam helemaal niets uit die man”.

Een werknemer die net op dat moment met grote passen voorbijbeent roept kwaad achterom: “Iedereen bij Fokker denkt dat er maar één werkgever in de hele wereld is. Welnu, er zijn er duizenden”.