Een camping is geen strafkamp; Profiel van een FAMILIECAMPING

Recreatiepark Hommelheide, dat plaats biedt aan 3.500 kampeerders, ligt in de taille van Limburg, waar Duitsland en België slechts gescheiden worden door het Maasdal. Het park is één van de 1.600 campings waar zes miljoen Nederlanders dit jaar een vakantie doorbrengen. Deze week, bij het begin van de bouwvakvakantie, stroomde de camping vol.

In het plastic bakje dat ze als asbak gebruikt, proberen enkele frietjes het hoofd boven water te houden in een mayonaise-moeras. “Ik vroeg met dubbele mayonaise, maar nu overdrijven ze toch”, zucht ze, terwijl ze een peuk uitdrukt in de gelei. Vettig haar, een smoezelige jurk en een lodderige blik: de zwaarlijvige vrouw aan de overkant van de tafel bewijst dat ma Flodder echt bestaat. Met vier vriendinnen, allen afkomstig uit de omgeving van Eindhoven, zit ze aan haar stamtafel bij de bingo-avond op recreatiepark Hommelheide.

Twee keer per week is er op de camping bingo ofwel "kienen', zoals dat in het zuiden heet. De kampeerders verspreiden zich dan overzichtelijk over het horecablok bij het meertje: de mannen in de kantine, de kinderen in de disco-schuur, de vrouwen bij het bingo. De dames uit Eindhoven hebben weinig geluk vanavond. Maar er wordt dan ook op grote schaal vals gespeeld, weet een van hen. Ook vanavond. Wanneer een magere vrouw luidkeels "kien' roept, fluistert ze samenzweerderig: “Hoorde je dat? Zij riep al "kien' voordat het nummer werd omgeroepen.”

Bingo staat op Hommelheide garant voor een volle zaal. De prijzen zijn groter dan vorig jaar, constateert een van de dames. Tuinmeubilair, draagbare radio's, reuzepuzzels en geld. Vroeger was het niets dan dingetjes van zo'n drie gulden vijftig. Maar dit jaar is alles beter. Het recreatiepark, tot voor kort eigendom van het gewest Westelijke Mijnstreek, is namelijk onlangs geprivatiseerd. Zeventien jaar geleden had Hommelheide bij zijn oprichting een sociale functie. Voormalige kompels van de gesloten Staatsmijnen kregen er gelegenheid om daar in stacaravans te recreëren. De inkomsten van geprivatiseerde park komen uit drie bronnen: de stacaravans, de kampeerterreinen en de dagrecreatie. De nieuwe eigenaars hebben dit jaar veel geld in Hommelheide gestoken. De weggetjes zijn verhard, gebouwen zijn in de verf gezet, het meertje heeft een schoonmaakbeurt gehad en er is een speeltuintje gekomen. Ook de toekomstplannen zijn ambitieus: de komende winter wordt er een overdekt zwembad aangelegd en naast de camping worden 250 bungalows gebouwd - koopprijs rond de 150.000 gulden.

Bedrijfsleider van Hommelheide is sinds een jaar Eric Wackers. Hij geeft in het hoogseizoen leiding aan de 42 medewerkers. Een professionele camping-manager, zo ziet hij zichzelf het liefst. Na studie aan de Hogeschool voor Recreatie en Toerisme is hij opgeklommen tot dit grote werk. Gekleed in hagelwitte blouse met felgekleurde stropdas fietst hij nu dagelijks over de camping. “Laatst noemde een jongetje me burgemeester”, zegt hij trots.

Over het park met de stacaravans - een erfenis van het verleden, is hij niet enthousiast. Het rendement per vierkante meter is te laag. Bovendien zien de bewoners hun staanplaats na al die jaren toch een beetje als hun eigen stukje grond. Ook concurreren de stacaravans met het toekomstige bungalowpark: veel bewoners verhuren namelijk hun huisje in het hoogseizoen. Met een huur van 650 gulden per week, waarvan 125 gulden wordt afgedragen aan de camping, is de huur voor een jaarplaats snel terugverdiend.

Anderen peinzen er niet over om vreemdelingen in hun lusthof toe te laten. Veel vaste gasten van Hommelheide zitten in de WAO of AOW en leven zes tot acht maanden van het jaar in hun stacaravans, die namen als "De Berkjes', "De Drie Beertjes' of "Abrahams Loon' dragen. Daar bladeren ze overdag in oude leesportefeuilles of kammen ze de hond. Barok smeedwerk, tuinkabouters en siervijvertjes zijn alomtegenwoordig.

Opa Jojo maakt zich op de vroege morgen druk over een Duitse auto, die voor zijn tuintje staat geparkeerd. “Die lui vragen nooit iets, die doen gewoon maar.” Hij is een voormalig marinier, die na zestien jaar landverhuizen in Canada terugkeerde naar Limburg. Zijn familie bivakkeert al veertien jaar met een caravan op Hommelheide. Op zijn glad geschoren gazon staan vier tuinkabouters rond een betonnen Bambi. “Mijn dochter laat altijd een kadootje achter als ze in de caravan heeft gelogeerd”, zegt oma Jojo. “Dan verstopt ze bijvoorbeeld een tuinkabouter onder mijn hoofdkussen. Zo lief vind ik dat.”

Onlangs werden zes kabouters uit de tuin ontvreemd, samen met enkele geraniums. Hommelheide is net een klein stadje, dat soort dingen gebeurt, zegt opa vergoelijkend. Er verdwijnt ook wel eens een schotel-antenne van een dak. Bij de inrichting van hun stekkie hebben de bewoners zo hun eigen veiligheidsnormen. Zo was het tot voor kort niet ongebruikelijk dat er onder de vlonders grote LPG-tanks verscholen lagen. Twee jaar geleden ging een Duitse stacaravan de lucht in en sleepte twee andere caravans in zijn ondergang mee. Nu mogen kampeerders maximaal twee gasflessen houden, die ze op een zichtbaar punt voor de caravan moeten staan.

De wildgroei aan eigengebouwde schuurtjes komt de brandveiligheid evenmin ten goede. Ook opa Jojo heeft er dit jaar nog een schutting bijgebouwd, maar nu vindt hij het welletjes: “Sommige mensen blijven hier maar doorbouwen. Elk jaar moet er weer een schuurtje of muurtje bij, de hele dag zagen en timmeren.” Hij wil het sober houden: geen eigen douche, telefoon of ingebouwde magnetron, zoals veel van hun buren. “Het moet een beetje een avontuur blijven, hè”.

Als het weer meewerkt, draait op Hommelheide alles om het recreatiemeertje van 300 bij 150 meter. Op zomerse dagen lijkt zich hier een permanente zeeslag af te spelen. Een armada van waterfietsen, kano's, roeiboten, luchtbedden, rubberbootjes en surfplanken oefent voornamelijk in ontwijkende manoeuvres. Op het strand vliegen tientallen strandballen, voetballen en badmintonpluimpjes in het rond. Onder de beach boys overheerst dit jaar de Fido Dido-look: licht t-shirt, felgekleurde Bermuda en hoge gymschoenen. Bij de meisjes zijn de badpakken terug en blijft er minder onbedekt dan vroeger.

Aan de "hoge kant' van het meer staren hengelaars slaperig naar hun dobber. Voor hen heeft de leiding in de lente 1.850 kilogram ruisvoorn, brasem, paling, snoekbaars en karper uitgezet. Een kunstmatig ecosysteem, dat de vissers voortdurende aanvoer garandeert, maar met voldoende roofvis om visstand in toom te houden - 100 kilo snoekbaars op 1.000 kilo brasem.

Pa Bogaerts kijkt vanonder zijn cowboy-hoed tevreden toe. De Bogaerts hebben dit weekeinde, samen met 240 andere kampeerders, hun familietent opgeslagen op Hommelheide. Ze willen drie weken blijven. Dit jaar hebben ze nog even met de gedachte gespeeld om naar Frankrijk te gaan, maar na de wegblokkades bsloten ze toch maar voor de vertrouwde Hommelheide te kiezen. Een ideale camping, vinden ze. Je hoeft niet naar de kinderen om te kijken, die vermaken zich wel. Het sanitair is schoon, het personeel gedraagt zich beleefd en als moeder geen zin heeft in eten maken, kan je terecht bij de frituur. Wat wil een mens nog meer. Of ze wel eens in de omgeving rondkijken? “Waarom zouden we”, zegt pa Bogaers. “We hebben hier toch alles?”

Aan amusement geen gebrek op de camping. “Je moet toch je best doen om ze hier te houden”, zegt een medewerker. Er is een recreatieteam van vier mager betaalde studenten dat met een spelletjesboek in de hand de kinderen bezighoudt. Voor het "grote' amusement - bingo, midzomercarnaval, campingshows van De Deurzakkers, Henk Wijngaard of Rene Froger - zorgt kantinebaas Erik Müller. In de kantine verzamelt het luidruchtige deel van Hommelheide zich na acht uur en laat de thuisblijvers de rust van het campingveld.

Parkwachters Gerard Hinssen en Johan Tuns bewaken 's avonds de orde. Daarin moet je flexibel zijn, denkt de veertiger Tuns. Die stilte vanaf 11 uur 's avonds staat mooi in het reglement, maar dat is niet te handhaven in het hoogseizoen. Een camping is geen strafkamp. En hij kan moeilijk met overtreders op de vuist gaan. Overredingskracht en mensenkennis, daar draait het om in dit vak.

Zijn jonge collega denkt er anders over. Samen vormen ze een duo zoals je vaak in Amerikaanse politieseries ziet: de "uitgebluste' veteraan en het "overijverige' groentje. Waar Tuns in lichtgrijs zomerjasje tijdens zijn nachtelijke rondes zo zichtbaar mogelijk met zijn lantaren rondzwaait, sluipt Hinssen in pikzwarte bodywarmer over het terrein, vastbesloten om overtreders van het kampeerregelement op heterdaad te betrappen.

Er zijn deze avond zorgelijke ontwikkelingen op de camping. Jongelui uit het naburige Susteren zijn door campinggasten bedreigd en in het meertje gegooid. “Die jongens uit het dorp zijn hier niet zo populair, die komen op de meisjes af”, aldus Tuns. Hij vermoedt dat stacaravan-gast Heintje er weer eens achterzit. Heintje is de zoon van een caravanhouder die volgens Tuns de campingjeugd voortdurend opstookt tot vechtpartijen. Deze avond is hij kennelijk in vorm, want als de jeugd uit Susteren is afgedropen, meldt een nieuw slachtoffer zich bij de receptie. Hij is vijftien jaar en draagt een bedrukt t-shirt van de heavy metal-groep Megadeth. De met kettingzagen rondmaaiende zombies op zijn borstkas contrasteren sterk met het angstige gelaat dat vanachter dikke brilleglazen de kampwachters aankijkt. “Ik kende die jongens niet eens, maar ik kreeg opeens een lel. Nergens om.” Het signalement van de dader is vaag: een kop groter dan het slachtoffer en gekleed in house-broek.

Even later is de jongen terug: nu hebben ze zijn tent ook nog omvergegooid. Zijn vader, een type in glimmend trainingspak, weet raad: “Ik blijf morgen een beetje bij hem in de buurt, zodat er niets kan gebeuren.” Gezien de pijnlijke blik van zijn zoon is dat nu ook weer niet de bedoeling. Even later stuit Tuns tijdens een avondronde op Heintje zelf van een meter zeventig en met helblond matje-kapsel. Hij weet van niets.

De ouders bezoeken op dat moment een dansavond die maar niet op gang wil komen. Gezeten aan lange tafels hebben ze weinig oog voor het muzikale duo "De Sanyo's'. De zanger, met baard en dooraderd gelaat, werkt zijn schlager-repetoire af, begeleid door zijn echtgenote op Hammond-orgel.

Na een medley van up-beat nummers - "Bei uns in Kufstein', "Faria, faria', "Het geeft allemoal niks want wie hold van melkoar' - wil het publiek schuifelen. Veel paartjes begeven zich richting dansvloer. Even ontstaat er onder de tl-buizen een zweem van sfeer. Herenhanden zoeken gretig hun weg over het lichaam van hun partner en dameshanden treden corrigerend op. De zwoele sfeer lost op in het niets als de Sanyo's vervolgens minutenlang in hun muziekboeken bladeren, speurend naar een verzoeknummer. Na het laaste liedje - de zanger wacht tegen beter weten in op applaus - sjokken of wankelen de gasten richting kantine of stacaravan. Morgen is er weer een dag.