De toorts is van verchroomd aluminium, ongeveer ...

De toorts is van verchroomd aluminium, ongeveer zestig centimeter lang en foeilelijk.

Maar dat doet er niet toe, het gaat om de vlam. Sinds hij op 13 juni aan land werd geroeid bij het dorpje Ampurias in Catalonië hebben meer dan tienduizend mensen hem heel Spanje doorgedragen. Sommige van die mensen waren burgemeester en anderen konden niet lopen. Dan moesten ze de toorts op hun rolstoel schroeven, of op hun fiets. Wanneer ze hun etappe hadden afgelegd en de gashouder leeg was, mochten ze het ding kopen voor vijftienduizend peseta's. Tegen beter weten in, hebben de meesten dat gedaan.

De vlam is in alle grote steden en in heel veel kleine dorpen van Spanje geweest, maar hij kan nergens zo ontvangen zijn als vrijdagavond in Barcelona. Eerst was er een feest in de oude haven met vuurwerk en een paar belangrijke politici, maar die waren al snel in de massa verdronken. Ik stond om half drie 's nachts op de Ramblas te wachten tot hij voorbij zou komen. Het was broeierig heet en stampvol op de smalle boulevard die door het centrum naar zee toe leidt. Er werd gedrumd, saxofoon gespeeld, gezongen en gesproken in alle talen van de wereld. De eerste ochtendkranten werden er verkocht en glazen bier en wijn die nog lang niet de laatste zouden zijn. Het was alsof de hele stad een beetje van verwachting trilde. Niet bij wijze van spreken, maar echt. Het zat in de stenen en in de lucht.

Een meneer en een mevrouw van een jaar of zeventig, die overdag een banketbakkerij dreven, klampten me aan om te vragen of ik ergens heen wilde. In dat geval hadden ze me graag de weg gewezen. Gewoon, om aardig te zijn. Maar ik wilde nergens heen en dat begrepen ze best, want ze voelden zelf ook wel dat hier iets te gebeuren stond, of al gebeurde, dat je niet mocht missen. Ze wilden er morgen de taarten wat langer voor in de koeling laten staan.

De vlam werd voorafgegaan door politiemannen te paard in een wilde galop, motorrijders en bussen met al afgedankte atleten. Je hoorde en voelde zijn komst eerder dan dat je hem zag. Het geklap en het geschreeuw waren niet voor de hardloper bedoeld, maar voor de vlam zelf. Tot zes uur 's ochtends duurde zijn tocht door Barcelona, omdat in alle wijken van de stad spontane feesten waren uitgebarsten. Volgens de organisatoren van de Spelen, die werkelijk alles in cijfers weten te vangen, zijn een miljoen mensen die nacht niet naar bed geweest. Maar toen de vlam daarna in het stadhuis stond opgesteld zijn nog eens twaalfduizend mensen in de rij gaan staan om even te kijken naar het vurige tongetje. Alsof het inderdaad de heilige geest was, of iets anders wat je alleen maar kunt proberen te begrijpen door er zelf bij te zijn. Het was een spontaan en zinloos ritueel, waar iedereen plezier aan had.

Toen de vlam zaterdagavond het stadion binnenkwam, was de olympische vrede eigenlijk alweer verbroken. De meeste Barcelonezen hebben geen tijd of geen geld om de wedstrijden bij te wonen en de eretribune zat vol met lieden die er bedoelingen mee hebben. Een koning die zijn toespraak in het Catalaans moest beginnen om zijn rijk bijeen te houden, zakenmensen die hopen dat hun reclame goed in de plaspauzes valt, een vrolijke Nelson Mandela en een sombere Fidel Castro, presidenten van pas gisteren bedachte staten en sportbestuurders die hun hele leven al op marsmuziek waren gesteld.

Sommige mensen klagen dat er veel te veel drukte wordt gemaakt over vlug fietsen, hard lopen en met een bal gooien naar een netje. Ze denken dat die dingen op zichzelf niet voldoende zin hebben om aan mee te doen. Wàs het maar zo, dat al dat gesport niks anders betekende. Dat zou pas bijzonder zijn. Veel leven om niets, zoals in die nacht voor het begin van de Spelen, lijkt me een zeer hoge vorm van beschaving.