Brons voor rebel Knol met hulp van de allemansvriend

SAN SADURNI D'ANOIA, 27 JULI. Vriendinnen zullen ze nooit worden. Daarvoor zijn ze te veel elkaars tegenpolen. Uiterlijk lijken ze negatieven van elkaar. Monique Knol, de blonde met haar bleke, strakke stekelkopje. Leontien van Moorsel, de zwarte met haar felgekleurde volle lippen en haar zongebruinde wangen.

Innerlijk zijn de verschillen misschien nog wel groter. Tussen Knol, de rebel die met haar vlijmscherpe tong ten strijde trekt tegen het onrecht. En Van Moorsel, de allemansvriend die geen "nee' kan zeggen.

Maar bij de olympische wegwedstrijd van gisteren werkten ze samen als een tweeëenheid, met Petra Grimbergen in een nuttige bijrol. Alleen in de laatste van de vijf ronden haperde even de tandem. Anders had er voor de olympische kampioene van Seoul, de 28-jarige Monique Knol, misschien nog méér in gezeten dan een bronzen medaille.

Bondscoach Piet Hoekstra vond dat "zijn meiden' te weinig initiatief hadden getoond. Hetzelfde gold volgens hem voor de favorieten uit Frankrijk en de Verenigde Staten. Ze hadden te veel naar elkaar zitten loeren en daardoor te lang afgewacht. Ondanks de gemiddelde snelheid van 39 kilometer per uur over de afstand van 91 kilometer was het geen wedstrijd op het scherpst van de snede geweest. Te veel middelmatige rensters hadden bij kunnen blijven. Er was niet genoeg tempo gemaakt.

Zijn verwijt trof vooral Leontien van Moorsel. Van Knol mocht niet anders worden verwacht dan dat ze zich tot aan de finale in de kop van het peloton zou handhaven en vervolgens in de sprint zou toeslaan. Maar Van Moorsel had de macht om aan te vallen en aanvallen te pareren. Dat was ook wat ze in de eerste ronden deed. Ze reed voortdurend in de tweede of derde positie en reageerde op elke demarrage.

Maar toen de kleine Australische Kathy Watt in de vierde ronde de Alt del Port, het enige lastige klimmetje van het parcours, benutte voor haar beslissende ontsnapping, bleef een reactie te lang uit. En daarna had Van Moorsel in de achtervolging op de laatste klim “best wat meer gas kunnen geven”, vond Hoekstra. Dan had niet ook nog eens Jeannie Longo in de laatste kilometers kunnen ontkomen aan het peloton.

Van Moorsel zei dat ze zich vooral had gericht op de Amerikaanse Inga Thompson en de Franse Longo. Ze had niet achter iedere vluchter kunnen aangaan en ze had niet verwacht dat de Australische Watt uit de greep van het peloton zou kunnen blijven. Maar volgens Hoekstra was dat een grote misrekening geweest. Knol en van Moorsel hadden in de slotfase moeten overleggen. “Dat was professioneel geweest.”

Maar van Knol en Van Moorsel geen onvertogen woord over die gemiste kans. Knol zei dat ze te gestresst op haar fiets had gezeten om nog even rustig even met Van Moorsel in contact te treden. Wel had ze inwendig gevloekt toen ook de Française nog had kunnen wegkomen. “Want het was toch niet mijn taak om te reageren op Longo? Dat zou stom zijn geweest.” Maar met haar derde plaats was ze ook dik tevreden, zoals bleek uit haar eerste juichkreet toen ze finish passeerde: “Ik heb brons. Ik heb brons.” En Van Moorsel zei blij te zijn dat ze daaraan mee had kunnen werken.

Een compleet andere toonzetting dan elf maanden geleden toen Van Moorsel nog met een vriendelijke glimlach bezwoor dat ze er niet over peinsde om in Barcelona voor Knol de sprint aan te trekken. En toen Knol met stemverheffing verkondigde dat ze niet in dienst van Van Moorsel wilde rijden. Maar dat was nadat de controverse tussen Knol met haar eigen Jamin-ploeg en de nationale selectie net haar hoogtepunt had bereikt. Knol was laaiend geweest dat bondscoach Piet Hoekstra haar niet voor de Ronde van de EG en het WK op de weg, zelfs niet voor een pré-olympische wedstrijd in Barcelona, had geselecteerd. Alleen omdat ze zich inzette voor de internationalisering en professionalisering van het vrouwenfietsen. Zo voelde ze dat.

Intussen had Van Moorsel zich gevoegd. Ze had steeds gedaan wat Piet Hoekstra haar opdroeg: harder trainen, minder eten. In twee jaar tijd was ze 15 kilo afgevallen. En die aanpak had gewerkt. Als papa's liefste meisje, met een overdosis make-up rondom haar grote, onschuldige ogen, werd ze vorig jaar in Stuttgart na een indrukwekkende solo van 35 kilometer wereldkampioene op de weg.

Maar terwijl het zware parcours in Stuttgart geschapen was voor de klimster Van Moorsel, leek het glooiende circuit voor de olympische wegwedstrijd juist op het lijf geschreven van Knol. Voor de pragmatische Hoekstra genoeg reden om de weg te banen voor vreedzame coëxistentie tussen beide rensters. Allebei maakten ze dit voorjaar deel uit van de nationale selectie in de Ronde van Epinal en de Tour de l'Aude. Niet dat hun wederzijdse afkeer volledig verdween, maar ze leerden elkaar tenminste verdragen.

Daarna scheidden weer hun wegen. Want Knol wilde zich voorbereiden op haar eigen manier. Dus zonder trainingskampen waar ze “een gruwelijke hekel aan heeft”. Liever reed ze in Nederland wedstrijden “voor het zelfvertrouwen”. En ze trainde met de mannelijke amateurs of achter de brommer van haar vader “voor de souplesse”. Terwijl Van Moorsel met de rest van de nationale vrouwenselectie zich afbeulde op de betonnen wielerbaan van Mallorca, waar ze zich voorbereidde op de individuele achtervolging. Ze wist dat ze op dat olympisch onderdeel meer kans op een medaille had dan in de wegwedstrijd.

Afgelopen woensdag troffen ze elkaar pas weer voor het eerst in het olympische dorp. Op dat moment stond de rolverdeling in de wedstrijd al vast, ook al was er over ploegentaktiek nog met geen woord gesproken. Als zou blijken wat Hoekstra tevoren verwachtte: dat Knol sterker zou zijn dan haar Boekselse rivale, zou Van Moorsel “de longen uit het lijf rijden” voor haar ploeggenote. Voor de zekerheid had Hoekstra zijn favorieten gistermorgen nog eens op het hart gedrukt dat ze elkaar niet zouden aanvallen. “Behalve als ze samen op kop zouden komen.” Maar voor zo'n luxe positie was meer initiatief noodzakelijk geweest.