Zielige verpleegsters

De diagnose van E.J. Bomhoff (NRC Handelsblad, 20 juli), dat de traagheid van bedrijfsverenigingen bij rehabilitatie van uit het arbeidsproces geraakte werknemers wordt veroorzaakt doordat deze verenigingen - elk voor haar bedrijfstak - worden bestuurd door vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, komt niet overeen met de werkelijkheid.

Het is bedrijfsverenigingen bij wet verboden om aan reguliere arbeidsbemiddeling te doen. Er zijn overheidsarbeidsbureaus voor verplegend personeel en de door de overheid toegelaten al lang bestaande specifieke bemiddelingsbureaus.

Onderzoeken en initiëren van mogelijkheden voor herintreding van arbeidsongeschikten is de bedrijfsverenigingen eveneens niet toegestaan en de GMD is met handen en voeten gebonden aan een niet op specifieke branches gericht grootschalig administratiekantoor. Wat bedrijfsverenigingen, binnen smalle marges, nog wel kunnen doen is: meewerken aan preventie van arbeidsongeschiktheid en revalidatie van voor arbeid ongeschikte werksituaties. Maar ook daar zijn andere, bij wet ingestelde organen, zoals de arbeidsinspecties.

Was het maar waar dat bedrijfsverenigingen zowel voor preventie als voor herintreding wettelijke armslag kregen: de omvang van de uitval uit het arbeidsproces en de problemen rondom herintreding zouden hoogstwaarschijnlijk geringer zijn dan nu en voor werknemers bij bedrijfsverenigingen zou hun arbeid veel interessanter worden, omdat zij zouden worden betrokken bij rehabilitatie vanaf de brancard. Mogelijke benadeling van werknemers ten gevolge van vermenging van functies bij bedrijfsverenigingen dient dan wel te worden uitgesloten.

De hoge uitval uit het arbeidsproces wordt veroorzaakt door de logische en uit ondernemersperspectief theoretisch juiste werking van ons economisch bestel: de minst-manipuleerbare, want niet louter materiële produktiefactor, te weten arbeid, wordt èn tot hogere prestaties opgejaagd èn zoveel mogelijk uitgeschakeld. Dat gebeurt zowel in de produktie- als in de dienstensector, in de laatste vooral door overheidsingrijpen via bezuiniging op de beloning.