Zelfmoord met de Philidor

Loop een schaakboekhandel binnen, kijk naar de nieuwe aanwinsten. Openingsboeken, zover het oog reikt. Iedereen schrijft ze. Het is ook zoveel makkelijker dan vroeger. Toen moesten de galeislaven van de openingstheorie honderden tijdschriftenjaargangen en toernooibulletins doorbladeren. Nu helpt de computer. Tik de gewenste variant in en honderden, duizenden partijen rollen over het scherm. Kan al dat materiaal kritisch onderzocht worden? Het zou veel te lang duren, de openingstheorie verandert zo snel. De partijen worden in systematische volgorde gezet, een paar opmerkingen toegevoegd, boek klaar. Zo worden niet alle openingsboeken gemaakt, maar wel de meeste.

Ik kocht Winning with the Philidor van Tony Kosten. Zo heten die boeken. Nooit eens Suicide with the Latvian Gambit of zoiets, hoewel dat vaak een passender titel zou zijn. Kosten heeft zijn boek niet op de makkelijke manier samengesteld. Hij speelde zelf de Philidor-verdediging (1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 d7-d6) en hij heeft er eigen ideeën over. Zijn boek is een van de betere openingsboeken. Juist daardoor is het geschikt om eens te kijken wat je nu eigenlijk aan dit soort boeken hebt.

Ik had lange tijd een mooie verhouding met de Philidor-verdediging. Het kwam door Nimzowitsch en Barendregt. Nimzowitsch leverde de pakkende slogan. "Hemmen, blockieren und vernichten." Zo, als een gevaarlijke misdadiger, moest de witte pion op e4 behandeld worden. Stoppen, blokkeren en vernietigen. Voor de argeloze lezer van zijn klassieke leerboeken Mein System en Die Praxis meines Systems lijkt het een bijna onfeilbaar recept. Johan Barendregt was een meester die door door drukke werkzaamheden weinig tijd voor de schaakstudie had. Hij speelde tegen 1. e2-e4 altijd de Philidor, paste het simpele recept van Nimzowitsch toe en kwam er heel goed mee weg.

Er staat een partij in het boek van Kosten die de mooie kanten van de Philidor-verdediging illustreert. Zwart doet meer dan twintig zetten lang alleen maar standaardzetten, waarover hij niet hoefde na te denken. Dan staat hij duidelijk beter.

Wit Antunes-zwart Cifuentes, Olympiade Dubai 1986.

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 d7-d6 3. d2-d4 Pg8-f6 4. Pb1-c3 Pb8-d7 5. Lf1-c4 Lf8-e7 6. 0-0 0-0 Zwart heeft de zogenoemde Hanham-opstelling ingenomen. De komende tijd weet hij wat hij moet doen. 7. Tf1-e1 c7-c6 8. a2-a4 b7-b6 9. h2-h3 a7-a6 10. Lc1-g5 Lc8-b7 11. Lc4-b3 b6-b5 Deze pionnenformatie op de damevleugel noemde Barendregt "het vogelnestje". Als hij zich in dit nest kon vlijen was hij tevreden. 12. a4xb5 a6xb5 13. Ta1xa8 Lb7xa8 14. Dd1-e2 Dd8-c7 15. Lg5-h4 h7-h6 16. Pc3-d1 Tf8-e8 17. c2-c3 Le7-f8 18. Lb3-c2 La8-b7 19. d4xe5 d6xe5 20. Pd1-e3 g7-g6 21. Te1-d1 Lf8-g7 22. Pe3-g4

Zie diagram 1

Alle zetten die zwart tot nu toe heeft gedaan, zou iedere Philidor-liefhebber in bliksemtempo uit zijn mouw kunnen schudden. Zwart staat beter. Pas vanaf hier moet hij nadenken. 22...Pf6xg4 23. h3xg4 Lb7-c8 24. Pf3-d2 g6-g5 25. Lh4-g3 Pd7-f6 26. f2-f3 h6-h5 27. De2-e3 h5xg4 28. De3xg5 Pf6-h7 29. Dg5-e3 Te8-e6 30. f3xg4 Lg7-h6 31. De3-e2 Te6-g6 32. Pd2-f3 Lc8xg4 33. De2-d3 Lg4xf3 34. Dd3xf3 Ph7-f6 35. Lc2-b3 Pf6-g4 36. Td1-d3 Lh6-f4 47. Lg3xf4 e5xf4 38. Df3-d1 Dc7-b6+ 39. Td3-d4 c6-c5 40. Td4-d8+ Kg8-g7 41. Lb3xf7 c5-c4+ 42. Dd1-d4+ Db6xd4+ 43. c3xd4 Kg7xf7 44. Td8-b8 Tg6-a6 45. Kg1-f1 Ta6-a2 46. Tb8xb5 c4-c3 47. b2xc3 Pg4-e3+ 48. Kf1-g1 Ta2xg2+ 49. Kg1-h1 f4-f3 50. Tb5-b1 Pe3-g4 Wit gaf op.

Een zeer instructieve partij. Maar zo onbezorgd kan het leven van de zwartspeler niet zijn. Nog afgezien van de vraag of die Hanham-opstelling werkelijk zo makkelijk voor zwart is, hoe bereikt zwart hem eigenlijk? Niet zo: 1. e4 e5 2. Pf3 d6 3. d4 Pd7 4. Lc4 c6 5. 0-0 Le7. Dat is slecht wegens 6. dxe5 dxe5 7. Pg5 Lxg5 8. Dh5 De7 (of 8...g6) 9. Dxg5 en zwart moet een miserabel eindspel verdedigen. Barendregt deed het altijd zo: 1. e4 d6 2. d4 Pf6 3. Pc3 e5, hopend op 4. Pf3 Pbd7. Hier kan wit ook een eindspel bereiken, met 4. dxe5, maar dat is niet zo slecht voor zwart. Toch niet ieders smaak. Kosten laat zwart het steeds zo doen als Cifuentes, maar dan heeft zwart ook een ernstig probleem: 1. e4 e5 2. Pf3 d6 3. d4 Pf6 4. dxe5. Dit probleem wordt door Kosten gebagatelliseerd, misschien met opzet. Hij noemt 4. dxe5 een slappe zet, geeft als beste voortzetting voor wit en zwart: 4...Pxe4 5. Dd5 Pc5 6. Lg5 Dd7 7. exd6 Lxd6 8. Pc3 0-0 9. 0-0-0 Pc6 en gaat dan verder met 10. Le3. In een onopvallende noot zegt hij: ""Chandlers suggestie 10. Pb5 lijkt kritieker.'' Zwaar understatement. Mij lijkt het bijna een doodklap voor het zwarte systeem. Zo worden in veel openingsboeken de werkelijk kritieke problemen in een noot afgedaan of veel te optimistisch beoordeeld. Ik geef nog een paar voorbeelden uit Kostens boek.

1. e4 e5 2. Pf3 d6 3. d4 exd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 Le7 6. Lf4 0-0 7. Dd2 d5 8. exd5 Lb4 9. 0-0-0 Lxc3 10. Dxc3 Pxd5 11. Dg3 Pxf4 12. Dxf4 Dd5 13. Pb3 Df5 ""Slechts weinig beter voor wit.'' Mij lijkt 14. Dxc7 Dxf2 15. Lc4 zeer onaangenaam voor zwart.

Eerste zetten als in het vorige voorbeeld en nu 7...a6 8. 0-0-0 d5 9. exd5 Pxd5 10. Pf5 Pxf4 11. De3 Lg5 12. Txd8 Txd8 13. De4 Pe2+ 14. Kb1 Pxc3+ 15. bxc3 Td1+ 16. Kb2 Lc1+ 17. Kb3 Le6+ 18. Lc4 Pd7 19. Dxe6 Pc5+ 20. Kb4 Pxe6 21. Txd1 a5+ 22. Kb5 Lb2 23. Td7 Lxc3. Onduidelijk volgens Kosten. Hier is 24. Lxe6 fxe6 25. Txc7 sterk.

1. e4 e5 2. Pf3 d6 3. d4 f5 (Zo wilde Philidor het zelf spelen. Kosten noemt het de Mestel-variant) 4. Pxc3 fxe4 5. Pxe4 d5 6. Pxe5 dxe4 7. Dh5+ g6 8. Pxg6 hxg6 9. Dxh8 Le6 10. De5 Dd5 ""Staat zwart hier niet beter?'' vraagt Kosten. Geef mij maar wit.

1. e4 e5 2. Pf3 d6 3. d4 f5 4. exf5 e4 5. Pg5 Lxf5 6. Pc3 d5 7. f3 e3 8. Lxe3 h6 9. g4 hxg5 10. gxf5 Ld6. Alweer onduidelijk, volgens Kosten. Hij gaat door met 10. Dd2?! Lg3+. Dat ?! wekt de indruk dat hij wel gezien heeft dat 10. De2 veel beter is, maar hij zegt daar niets over.

In al deze gevallen staat zwart m.i. aan de rand van de afgrond. Het zijn geen onbelangrijke zijvarianten, ze zijn van kritiek belang voor de speelbaarheid van de hele zwarte opening. Het is niet toevallig dat Kosten er vaak summier op ingaat. Anders zou hij zijn boek een titel moeten geven als: Winnen met de Philidor, behalve als wit het goed speelt. Zoals gezegd, het is een van de betere openingsboeken. Toch een beetje een zelfmoordhandleiding. U bent gewaarschuwd.

Vorige week liet ik u een studie van Mitrofanov oplossen.

Zie diagram 2

Wit begint en wint, was de opgave. De oplossing: 1. Th4-g4 Ke4-e3! Na 1...Kf3 2. Pf6 houdt wit de pionnen tegen. 2. Tg4xg2 f4-f3 3. Tg2-g8! f3-f2 4. Pe8-f6 f2-f1D 5. Pf6-g4+ Ke3-e4 Of 5...Ke2 6. Te8+ 6. Tg8-e8+ Ke4-d5 7. Pg4-e3+ en wint. Als de witte toren op de derde zet naar g7 was gegaan, zou hij nu door de zwarte koning kunnen worden aangevallen.