"Welzijnswerk Den Haag liep door fraude miljoenen mis'; Nieuwe voorzitter van SHS is verbijsterd over wantoestanden

Een maand geleden werd het politie-onderzoek naar fraude met subsidies bij de Haagse welzijnskoepel SHS afgerond. De nieuwe voorzitter, W.M. van Andel, die begin dit jaar aantrad, had onlangs inzage in het 1.400 pagina's tellende proces-verbaal. Hij is verbijsterd. “Wist de gemeente werkelijk niets van deze wantoestanden?”.

DEN HAAG, 25 JULI. Veertig jaar werkte W.M. van Andel in diverse functies bij de Haagse politie. Tot zijn pensionering, begin jaren tachtig, ontmoette hij beroepshalve vele mensen met slechte trekjes, maakte hij kennis met “allerlei rottigheid in de maatschappij”. Maar sinds hij begin dit jaar voorzitter werd van de Stichting Haags Sociaal-cultureel werk (SHS), de grootste welzijnskoepel van de stad, waarvan diverse (ex-)medewerkers van subsidiefraude worden verdacht, merkte hij dat het “allemaal nog veel erger kan”.

Mismoedig wordt Van Andel er soms van. “De cultuur die hier heeft geheerst, het voortdurend persoonlijk voordeel halen uit gemeenschapsgeld, het geschuif met dat geld tussen meer dan honderd bankrekeningen, de wijze waarop het van kwaad tot erger ging: onwaarschijnlijk is het. Het heeft me diep geschokt.”

Begin dit jaar werd de directeur van de SHS, drs. J.J.H. R., gearresteerd. Hij zou welzijnssubsidies ten eigen bate hebben aangewend. R. zat een kleine maand vast, in welke periode het SHS-bestuur besloot hem te ontslaan. Een maand geleden werd het politie-onderzoek tegen de ex-directeur afgerond; recent startte de rechter-commissaris een gerechtelijk vooronderzoek.

De ontslagprocedure tegen R. was een van Van Andels eerste beleidsdaden als voorzitter. Kort na de aanhouding van de SHS-directeur zocht de Haagse wethouder A. van Kampen hem aan om de welzijnskoepel schoon te vegen. Van Andel zag het als een tijdelijke hondebaan: bedoeling is dat de SHS, als onderdeel van een reorganisatie van het stedelijke welzijnswerk, per 1 januari 1993 wordt geliquideerd.

Ruim een half jaar heeft het Van Andel gekost om een “redelijk” overzicht te krijgen van de mores die jarenlang onder het bewind van R. bij de stichting heersten. Tot nu deed de voorzitter er het zwijgen toe. “Iedere keer als het bestuur bijeen kwam, werden we geconfronteerd met een nieuw geval waarvan we zeiden: hoe is het mógelijk? Maar langzamerhand is de situatie wat rustiger geworden, nu kan ik zeggen: ik heb een compleet beeld, ik heb inzage gehad in het proces-verbaal van de politie, ik treed ermee naar buiten.”

Een van de ontdekkingen die Van Andel het laatste half jaar deed, was dat op de SHS-burelen een bankrekening werd beheerd waarop anderhalf miljoen gulden stond. “Geld dat afkomstig is van de subsidieverstrekker, de gemeente Den Haag. Maar de gemeente wist van niets! Die rekening liep buiten alles om. En uit de overboekingen die werden verricht kun je afleiden dat de rekening er ten minste voor een deel toe diende dat geld werd weggesluisd, dat mensen het in de eigen zak staken.”

Het verhaal van de SHS-fraudeurs (naast de directeur staan op zijn minst twee andere ex-mdedewerkers en twee ex-bestuursleden onder verdenking) is volgens Van Andel een klassieker: begonnen als kleine krabbelaars (“een PTT-notaatje vervalsen”), uitgegroeid tot met tonnen ritselende patjepeërs. “Het staat voor mij vast”, zegt Van Andel, “dat het sociaal-cultureel werk in Den Haag de laatste jaren miljoenen - ik zeg: miljoenen - aan subsidiegeld is misgelopen door dit gedrag. Er werd geklaagd over bezuinigingen in deze sector. Geen wonder. Het geld werd aan van alles besteed - behalve waarvoor het bedoeld was. Een afglijden van normen en waarden als bij de SHS heb ik nog nooit eerder gezien.”

Voor een aanzienlijk deel ging het subsidiegeld op aan privé-reizen van SHS-medewerkers. Naar Australië vertrokken ze, naar Miami, New York, Los Angeles. “En de partners reisden méé”, voegt Van Andel toe. “Soms waren het hele gezinnen. Gingen ze zogenaamd naar een congres. Tekenden ze in bij de aanvang, waren ze tijdens het congres in geen velden of wegen te bekennen, behalve dat ze bij de sluiting opnieuw een handtekening kwamen zetten. Zo is in een paar jaar op zijn minst een ton verdwenen.”

Andere gelden, eveneens bestemd voor het sociaal-cultureel werk, kwamen op de meest curieuze plaatsen terecht, vertelt Van Andel. Een Haagse restauranthouder werd een lening verstrekt; medewerkers kenden zichzelf en anderen zonder toestemming van de gemeente salarisverhogingen van tienduizenden guldens toe; een Scheveningse welzijnswerker mocht de aanschaf van een nieuwe motorfiets uit welzijnssubsidies bekostigen. “De hele organisatie”, zegt Van Andel, “is genfecteerd geraakt door dit gedrag. En we hebben het over een stichting die per jaar zo'n 25 miljoen subsidie beheert, waar zeshonderd mensen werken. Er zijn werknemers geweest die zwaar onder het cultuurtje van ritselen hebben geleden. Velen kwamen voor de verleiding te staan mee te doen. En degenen die "nee' zeiden, die dit gedrag aan de kaak stelden, werden op de meest crue wijze ontslagen. Je was voor of tegen, je deed mee of je vloog eruit.”

In de Haagse welzijnswereld deden al geruime tijd verhalen de ronde voordat wethouder Van Kampen begin vorig jaar aangifte deed bij de politie. Van Andel heeft “groot respect” voor de moed van deze bestuurder. Maar het verbaast hem dat het zolang duurde voordat de gemeente ingreep. “Ik wijs naar de raad, naar het gemeentelijk apparaat. Wist de gemeente werkelijk niets van de wantoestanden? Ik vind in ieder geval dat de contrôle op de besteding van subsidies onder de maat is geweest. Men had alerter moeten zijn. Te lang heeft er een sfeer geleefd van: we geven subsidie, en wat ermee gebeurt bepaalt de organisatie zelf wel. Ik vind dat fout. Een gemeente moet actief verantwoordelijkheid dragen voor de juiste besteding van subsidies. Anders krijg je deze toestanden.”

Maar de gemeente Den Haag, zo weet ook Van Andel, werd ten minste éénmaal formeel op de hoogte gebracht van de problemen bij de SHS. Zo bezocht in 1989 de korpschef van de Haagse politie wethouder N. Dijkhuizen om de mogelijkheid van een gemeentelijke aangifte tegen de SHS te bespreken. De gemeente gaf niet thuis. “Dat is zo”, zegt Van Andel, “en dat verwondert mij. In 1989 heeft ook de gemeentelijke accountantsdienst vraagtekens gezet bij sommige bestedingen van de SHS. Daar is evenmin iets mee gedaan. Ik ben geen politicus, ik hou mij verre van politieke oordelen, maar als voorzitter van de SHS denk ik wel: de gemeente had sneller en beter kunnen ingrijpen.”