Sterf niet zonder toestemming van de Europese Gemeenschap; Bijna elk politiek domein kan een zaak voor de EG worden, als dat één lidstaat zo uitkomt

Toen de leiders van de Europese Gemeenschap in juni in Lissabon bijeenkwamen, was de waan van de dag subsidiariteit. Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, beloofde in beginsel dat hij voor zover mogelijk bevoegdheden aan de laagste bestuurlijke instanties zou delegeren. Maar hoe gaat zoiets in de praktijk?

Laten we een denkbeeldig onderwerp nemen, bijvoorbeeld rouwkamers. Er is nauwelijks iets te bedenken wat lokaler en minder Europees is dan dit. Maar zelfs als men zich houdt aan de plechtige geloften over subsidiariteit, dan nog kost het geen enkele moeite er een Europese kwestie van te maken.

De procedures voor een Europees beleid inzake rouwkamers zouden beginnen met het bijeenroepen, door de Europese Commissie, van een comité van deskundigen en een openbare vergadering van eigenaars van rouwkamers. Vervolgens zou de Commissie een adviseur aanstellen om een studie te maken van de toekomstige ontwikkeling van de rouwkamerindustrie op pan-Europese basis. En ze zou een verslag presenteren dat wijst op de dubbele bedreiging van de Amerikaanse en Japanse concurrentie - een groeiende voorkeur voor soul muziek uit de Mississippi-delta en voor Japanse volgauto's. En ziedaar, de cultuur van Europa wordt bedreigd door een invasie van Afro-Amerikaanse jazz, en de fabrikanten van begrafenisauto's dreigen, als er niet snel iets wordt ondernomen, weggevaagd te worden door Japanse fabrikanten.

Wat denkt het bedrijfsleven ervan? Deelnemers aan de openbare vergadering beklagen zich over het gebrek aan belangstelling op Europees niveau. Het comité van deskundigen, dat een paar prachtige mogelijkheden voor advieswerk ontdekt, heeft een rapport van de Commissie voor zich liggen dat oproept tot onmiddellijk ingrijpen en de instelling van een fonds van 200 miljoen ecu. Een overweldigende meerderheid is voor.

Ambtenaren komen bijeen om zich te beraden op hun volgende stap. Een voorlopig verslag is nodig om de Raad van Ministers op de hoogte stellen van hun plannen. Maar als men in dit stadium met zo'n absurde maatregel op de proppen komt, dan is het voorstel ten dode opgeschreven. De Raad van Ministers is echter alleen geïnteresseerd in grote lijnen. De ambtenaren komen van het directoraat cultuur, dat juist bezig is met het voorbereiden van een verslag over zijn plannen om de Europese culturele diversiteit te ondersteunen. Er wordt een zin toegevoegd: “En de Commissie is van plan maatregelen te treffen om te garanderen dat de waardigheid van de Europese burger, in al haar diversiteit, beschermd wordt van de wieg tot het graf.”

Het Verslag wordt aan de Raad van Ministers voorgelegd, die de grote lijn goedkeurt. De Commissie roept haar comité van deskundigen opnieuw bijeen en onderstreept haar mandaat om actief te zijn “van de wieg tot het graf”.

Ze merkt op dat de meeste begrafenisondernemers kleine zelfstandigen zijn en dat de Gemeenschap een wettelijke verantwoordelijkheid heeft om kleine bedrijfjes op de interne markt bij te staan. Ze merkt op dat er meer wetenschappelijk onderzoek nodig is over volgauto's - er bestaat immers een wettelijke verantwoordelijkheid om de concurrentiekracht van de industrie te stimuleren. De Commissie merkt verder op dat de culturele diversiteit bedreigd wordt door Afro-Amerikaanse muziekklanken.

De leden van het comité nemen zorgvuldig nota van de 200 miljoen ecu - en rekenen hun aandeel uit - en keuren enthousiast het voorstel voor onmiddellijke actie goed. De Commissie bereidt haar volgende stap voor - een Commissievoorstel.

“De Commissie stelt voor, na vooraanstaande specialisten en de industrie uitgebreid te hebben geraadpleegd, in overweging nemend haar verantwoordelijkheid om de belangen van kleine en middelgrote bedrijven op de interne markt te beschermen en te bevorderen, in overweging nemend de noodzaak om de Europese industriële concurrentiekracht te bevorderen, dit in het licht van de bedreiging door Amerikaanse en Japanse concurrenten, in overweging nemend de noodzaak de diversiteit van de Europese cultuur van de wieg tot het graf te bevorderen en in overweging nemend de kans om een toegevoegde waarde te scheppen door overeenstemming op Europees niveau...”

Het Economische en Sociale Comité (het eerste adviesorgaan) maakt melding van de uitgesproken opvattingen van de Europese Vereniging voor Rechten na de Dood (EVRD), voortgekomen uit de Europese Vereniging van Rouwkamereigenaars (EVR) en de Europese Burger Campagnegroep (motto: Onze Stem is Eeuwig), en ondersteunt het Commissievoorstel. Een vakbondsvertegenwoordiger vraagt het comité speciale voorzieningen goed te keuren voor de bescherming van banen in deze bedrijfstak. Het Europese Parlement (het tweede adviesorgaan) kan geen goede reden bedenken waarom het bezwaar zou maken tegen meer invloed.

Maar de Raad van Ministers is voorzichtig (de Britten beginnen te sputteren). De procedure wordt voorlopig goedgekeurd, maar het budget wordt teruggebracht tot 20 miljoen ecu voor een tweejarige proefperiode, waarin de vraagstukken meer gedetailleerd onder de loep worden genomen.

De Commissie roept een bestuurscomité bijeen, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten. De Raad van Ministers ziet of hoort niets meer van het programma, behalve dan een overzicht twee jaar later. Dat overzicht, geschreven door deskundigen uit de bedrijfstak en goedgekeurd door de leden van het bestuurscomité (die genieten van hun maandelijkse uitstapje naar Brussel), beveelt een volledig opgetuigd vierjarig hulpprogramma aan.

De Commissie stelt discreet vast dat de Britten bij de Fransen in het krijt staan in verband met de deregulering van de transportindustrie, en dat ze niet van plan zijn politiek kapitaal te verspillen door bezwaar te maken tegen een irrelevante maatregel. De tijd is rijp om het voorstel opnieuw in de Raad van Ministers te brengen - die het aanneemt met meerderheid van stemmen. Jean Monnet draait zich om in zijn graf.

Een extreem voorbeeld, maar een procedure die typerend is. Het werkelijke antwoord op het probleem van subsidiariteit is, dat lidstaten zich niet gaan isoleren wegens een paar gevoelige vraagstukken. Zij moeten meer rechtstreekse verantwoordelijkheid op zich nemen om de zaken Europees aan te pakken.

In werkelijkheid bezit de Commissie alleen macht omdat de lidstaten dit toestaan, welbewust of uit onbekwaamheid. Aangezien Commissie de enige instelling van de EG is die nieuwe initiatieven naar voren kan brengen, moeten nationale regeringen bijzonder op hun hoede zijn. De raison d'être van de Commissie is macht van de lidstaten over te nemen op terreinen waar gemeenschappelijke doeleinden bestaan - dat wil zeggen: alle kwesties die verband houden met de interne markt.

Doordat de lidstaten laks zijn geweest, heeft de Commissie het besluitvormingsproces onder controle gekregen. De Raad van Ministers delegeert het meeste werk via zijn suborganen aan kleinere comités. De Europese Commissie is voorzitter van alle bijeenkomsten van die comités, bereidt de agenda's voor, stelt de notulen vast en beheerst de stroom van informatie. Ambtenaren van de Commissie zijn heel behendig in dit spel, veel lidstaten niet. Lidstaten vaardigen niet alleen functionarissen af die te jong en te onervaren zijn om voet bij stuk te kunnen houden, ze zijn er ook op gebrand elk hun zaakjes in achterkamertjes te regelen, waarbij voortgang in het ene comité wordt geruild tegen concessies in het andere.

In zo'n cultuur wordt besturen niet door "beginselen' bepaald, en al helemaal niet het zogeheten beginsel van "subsidiariteit'. Alles draait om het zoeken naar voordeeltjes. Vandaar dat bijna elk politiek domein een zaak voor de EG kan worden, als het één lidstaat schikt er een EG-zaak van te maken. Een lidstaat zal altijd een afdeling van de EG bereid vinden om een bepaalde zaak op te pakken en actie te ondernemen.

Maar vaak is het niet eens nodig om dat te vragen. Nieuwe initiatieven zijn tenslotte het handelsmerk van de Commissie en horen bij haar intellectuele klimaat. Een goede Europese ambtenaar is iemand die zulke initiatieven erdoor krijgt. De kneep zit hem in het naar voren halen van de Europese toegevoegde waarde. De eerste stap is zich van de steun van de gevestigde belangen te verzekeren.

Daarom zouden de lidstaten gezaghebbender en bekwamere mensen naar de verschillende comités van de EG moeten afvaardigen. Ze zouden zich ook het recht van initiatief moeten toeëigenen - met andere woorden, de Commissie terugdringen in haar eigenlijke rol als bestuurder. Een andere mogelijkheid is om nauwkeuriger toezicht op de Commissie uit te oefenen. Zolang voor geen van deze oplossingen gekozen is, moeten de lidstaten aanvaarden dat zij een orgaan in het leven hebben geroepen dat een verdeeld lichaam regeert.

© The Wall Street Journal/ NRC Handelsblad