Specialist wil hoger tarief en verwerpt vast budget

UTRECHT, 25 JULI. Het bestuur van de Landelijke Specialisten Vereniging (LSV) vindt dat de toenemende vraag naar gezondheidszorg niet langer mag worden bestraft met een lager tarief. De specialisten zullen zich niet nog eens vastleggen op een totaalbedrag dat de specialistische hulp maximaal mag kosten. Vanaf 1990 is de beroepsgroep aan een dergelijk macrobudget gebonden.

LSV-voorzitter dr. A.W. Mulder schrijft dit in het artsenblad Medisch Contact. De specialisten-inkomens moeten zich volgens hem op dezelfde wijze ontwikkelen als die van andere beroepsbeoefenaren. Dit betekent een algemene tariefstijging die globaal overeenkomt met de gemiddelde loonstijgingen in het bedrijfsleven, een volledige inflatie-correctie en een toeslag voor nacht- en weekendwerk, aldus Mulder.

Eind 1989 kwam de LSV met de ziekenhuizen en drie organisaties van verzekeraars overeen dat de kosten voor specialistische hulp tot en met 1992 op het niveau van 1989 zouden worden bevroren, op ongeveer 2,1 miljard gulden per jaar. Het kabinet, dat de specialisten tot een dergelijk akkoord had gedwongen, wilde zo meer greep krijgen op de kosten van specialistische hulp. Overschrijdingen zouden worden gecompenseerd via tariefsverlagingen. Met het akkoord kwam een einde aan een jarenlang conflict tussen overheid en specialisten over de hoogte van de specialisten-inkomens.

In 1990 lagen de kosten van specialistische hulp volgens WVC 98 miljoen gulden hoger dan afgesproken. Daarvan werd uiteindelijk 48 miljoen gecompenseerd via tariefverlagingen, die per 1 juli werden doorgevoerd. Voor 1991 heeft WVC nu een overschrijding van ongeveer 300 miljoen vastgesteld. In september, kort na Prinsjesdag, zal Simons bekendmaken op welke manier de specialisten dat moeten compenseren. Volgens Mulder zal de LSV de cijfers bestrijden “als daar net als vorig jaar grond voor is”.