SOVJET WETENSCHAP

Five Billion Vodka Bottles to the Moon. Tales of a Soviet Scientist door Iosif Shklovsky 268 blz., geïll., W. W. Norton & Company 1991, f 51,30 ISBN 0 393 02990 5

In december 1962 ontving Iosif Shklovsky, een groot astronoom en de Richard Feynman onder de Russen, een oproep om in Moskou een speciale bijeenkomst van de Academie van Wetenschappen bij te wonen. Op de agenda stond ultra-geheim onderzoek dat in Leningrad onder leiding van kameraad Konstantinov werd verricht. De astronomen, zo beweerde deze kernfysicus, hadden van het onderzoek naar kometen en meteorieten een puinhoop gemaakt. Hij daarentegen had, dank zij kennis van de nieuwste theoretische inzichten, ontdekt dat kometen en meteorieten waren gemaakt van anti-materie. Contact met de aardse atmosfeer zou derhalve leiden tot annihilatie, het proces waarbij materie en anti-materie elkaar tenietdoen onder uitzending van kolossale hoeveelheden energierijke straling.

Zoveel onzin was Shklovsky te gortig en hij kon zijn lachen nauwelijks inhouden. Maar tot zijn stomme verbazing werd Konstantinov door het presidium de hemel in geprezen. Collega's die beter wisten, staarden stug voor zich uit en haastten zich de middelen voor het peperdure project toe te wijzen. Na afloop wond Shklovsky, die maling had aan de bureaucratie, er geen doekjes om: luidkeels werden kameraad Konstantinov en zijn "mede-idioten' de grond ingeboord. Voor straf moest hij naar Leningrad om met Konstantinov in debat te gaan. Shklovsky won op alle fronten, maar niemand in Moskou die daarin geïnteresseerd leek. Zelfs zag Chroesjtsjov militaire toepassingen voor het project en hij dreigde het imperialistische Westen met een nieuw geheim wapen.

Bovenstaande is een van de anekdotes die Iosif Shklovsky (1916-1985) voor het nageslacht wilde bewaren. Hij noteerde ze in de hoop dat het iets zou uitrichten tegen de "megatonnen aan verdraaiingen en leugens' die door niet-ingewijden over "zijn' wetenschap waren rondgestrooid. De uitgave van zijn schrijfarbeid heeft Shklovsky, die zich in de jaren zestig in het Westen bekendheid verwierf door zijn samenwerking met Carl Sagan op het gebied van buitenaardse beschavingen, niet meer mogen meemaken. Wel circuleerde het typoscript in kringen van Moskouse intellectuelen, die zich zonder uitzondering beledigd konden voelen. Want Shklovsky had een scherpe pen en weinig ontzag voor heilige huisjes. Zes jaar na zijn dood hebben de Amerikanen Harold Zirin en Mary Fleming Zirin, respectievelijk een astronoom en een slaviste, een selectie van het materiaal gebundeld, vertaald en van verklarende noten voorzien. Het resultaat is de bundel Five Billion Vodka Bottles to the Moon, een even vermakelijk als onthutsend boek.

Iosif Shklovsky werd geboren in een dorpje in de Oekraïne en stamde uit een arm joods milieu. Hij klom op tot internationaal gerespecteerd astronoom en bekleedde een hoge functie in het Russische ruimtevaartprogramma. Dat was een klein wonder, want ook de partijbureaucratie trad hij onverschrokken tegemoet. Dit boek geeft een dramatisch beeld van de ideologische willekeur waaronder de Russische wetenschap tot voor kort gebukt ging. De volledige staf van een topinstituut kon worden weggevaagd, waandenkbeelden tot leer verheven en altijd was er de dreiging van het antisemitisme.

Niet alle anekdotes zijn even toegankelijk. Op sommige plaatsen wekt Shklovsky de indruk vooral voor insiders te schrijven, zodat het de Westerse leek, ondanks de verklarende noten, moeilijk valt het overzicht te behouden. Maar zijn weergave van de verkiezingscarrousel bij de Academie van Wetenschappen, waartoe de lastige Shklovsky nooit wist door te dringen, is glashelder, en de beschrijving van ontmoetingen met Sacharov in een Moskous ziekenhuis is zelfs aandoenlijk. Overigens is niets menselijks Shklovsky vreemd: geen gelegenheid laat hij onbenut om af te geven op Lev Landau, een theoretisch fysicus en minstens zo lastig als hijzelf.

Terugkijkend op zijn leven concludeert Shklovsky dat hij over geluk niet te klagen heeft gehad. Meermalen is hij langs een afgrond gegaan. Een mindere astrofysicus was al lang opgepakt geweest. In 1937, op het hoogtepunt van de Stalin terreur, gaf een beledigde medestudent hem bij de Partij aan als trotskist, in die dagen een dodelijke beschuldiging. Maar Shklovsky redde zich eruit door zijn huisgenoot een briefje toe te stoppen waarin hij verklaarde dat deze getikt was. Zoals hij al verwachtte, haastte de jongen zich inderdaad ermee naar de autoriteiten, die dit "additionele bewijsmateriaal' weghoonden: Shklovsky was weer eens gered.