"Prostitutie blanke vrouwen kwam slechts beperkt voor'; Historica: suggestie stichting Ereschulden is onzorgvuldig

HARDEGARIJP, 25 JULI. Van de tachtig- tot honderdduizend Nederlandse vrouwen en meisjes die in Japanse burgerkampen waren geïnterneerd, zijn hooguit tientallen tot prostitutie gedwongen. De suggestie van de Stichting Japanse Ereschulden dat zo'n 500 Nederlandse vrouwen gedwongen in militaire bordelen hebben gewerkt, is "onzorgvuldig'.

Dat stelt de historica W. Rinzema-Admiraal, die al jaren onderzoek doet naar de situatie in de burgerkampen in voormalig Nederlands-Indië. “Het is voor de getroffenen vreselijk wat er gebeurd is, maar het is goed om te weten dat het slechts op beperkte schaal heeft plaatsgevonden en dan nog vooral in de regio Midden-Java”, aldus Rinzema-Admiraal. “Niemand is gebaat bij het opblazen van dit verhaal en het noemen van grotere aantallen als ze niet waar zijn.” Er zijn volgens haar uit vijf kampen op Midden-Java acht tot twaalf meisjes geselecteerd en meegenomen, die enkele maanden in een bordeel hebben moeten werken. Daarna heeft het Japanse opperbevel zelf een eind aan de situatie gemaakt.

De historica, wier onderzoek steun geniet van het Informatie en Coördinatie Orgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen heeft door studie van de verslagen van de Temporaire Krijgsraad in Batavia en uit gesprekken met vrouwen die in de burgerkampen hebben gezeten en soms zelf tot de slachtoffers behoorden, overzicht van wat er is gebeurd. Het hoofdcommando van het Japanse zestiende bezettingsleger en het opperbevel van het Japanse leger hebben gedwongen prostitutie van blanke vrouwen altijd uitdrukkelijk verboden, waardoor slechts in een enkel geval overtreding van de regel voorkwam.

Medio 1943 werd evenwel een Japanse Kadettenschool opgericht in Semarang op Midden-Java, waarvan het kader toch met een plan kwam voor de oprichting van vier tot vijf bordelen voor kadetten, waarbij gebruik gemaakt werd van de diensten van blanke vrouwen. Toen dat werd voorgelegd aan hun commandant, vroeg deze een verklaring van vrijwilligheid van de vrouwen die daarin zouden moeten werken. “De officieren van de Kadettenschool hebben toen ook hun eigen leiding misleid”, aldus Rinzema-Admiraal. Zij legden de Nederlandse vrouwen in vijf kampen rond Semarang een in het Japans gestelde verklaring voor en spiegelden hen bovendien voor dat er kantoor- en bedieningswerk moest worden verricht.

De officieren lieten de vrouwen op appel verschijnen om een keuze te maken. “De meeste vrouwen in de kampen voelden toch wel aan dat ze voor de prostitutie kwamen selecteren. Er is dan ook wel degelijk ernstig verzet gepleegd”, aldus Rinzema-Admiraal. Er was bijvoorbeeld een kamparts die "haar meisjes' inspoot met een licht typhuspreparaat, zodat ze te ziek waren om meegenomen te worden; in een enkel geval oefende men succesvol "diplomatieke druk' op de kampleiding uit om de selecterende militairen niet toe te laten. In enkele kampen hebben oudere vrouwen aangeboden als begeleidster met de meisjes mee te gaan of zich zelfs als vervangster aangeboden.

Volgens de historica hebben de vier tot vijf bordelen in Semarang enkele maanden gefunctioneerd, tot het Japanse opperbevel doorkreeg dat het "bedrogen' was. Het heeft de bordelen toen terstond gesloten en de meisjes en vrouwen die er werkten medio 1944 overgebracht naar het kamp Kramat in Batavia. “Daar was hun ellende nog niet voorbij”, aldus Rinzema-Admiraal, “want ze werden door hun medekampbewoners zeer ernstig getreiterd. Hun kampgedeelte werd "de kieteltuin' genoemd.” De Japanse kolonel Okubo die verantwoordelijk was voor de oprichting van de bordelen heeft direct na de capitulatie van Japan zelfmoord gepleegd. Zijn naaste medewerkers kregen van de Temporaire Krijgsraad een gevangenisstraf van 20 jaar opgelegd. Na het Vredesverdrag van San Francisco (1956) werden de meeste veroordeelden vrijgelaten.

Het spreekt vanzelf, aldus de historica, dat de tot prostitutie gedwongen meisjes en vrouwen dit verleden bij terugkomst in Nederland verzwegen en verdrongen hebben. “Ze kwamen als balling terug en hadden ook nog die vreselijke geschiedenis achter de rug.” Van vijf vrouwen is bekend dat zij zwanger zijn geraakt. Rinzema-Admiraal: “Er is in de kampgeschiedschrijving te weinig aandacht aan deze episode geschonken. Maar we moeten ook de indruk wegnemen dat alle Nederlandse vrouwen in de kampen tot prostitutie gedwongen werden. Het is een klein maar gruwelijk hoofdstuk uit de bezettingsjaren.”