Outplacement en financiële planning (3)

Sommige mannen en vrouwen leiden een leven vol overtreffende trappen: hogere cijfers, keer op keer een betere baan en meer inkomen, groeiend respect van de omgeving, hogere bloeddruk, interessante verplichtingen, toenemend gewicht en omvang, alsmaar grotere huizen, meer huisdieren, overal vage vrienden en kennissen, telkens jongere partners en nog andere tekenen van succes. Mijn boom? Groeit ècht tot in de hemel!

Dag en nacht overheersen zaken en geld maken. Nietsdoen is een zonde waar niemand iets van mag merken. Een agenda bestuurt onverbiddelijk deze vicieuze cirkel, die pas doorbroken wordt bij pensionering of eerder, wanneer lichaam en geest op de rem trappen en het inkomen en de status daardoor minder worden. De groei stokt. De schijnwerpers draaien naar anderen.

Deze inleiding, als een reclame voor risicoverzekeringen, probeert aan te geven dat de baan, eigen zaak of praktijk de kurk is waarop velen drijven. Daarom is dat zwemvest een vitaal, maar vaak verwaarloosd, deel van de persoonlijke financiële planning (pfp), zoals beschreven in Gezin in Zaken van 11 juli. Wie in moeilijkheden komt, ongeacht de reden, mag hopen op hulp van de badmeesters van een outplacement bureau, zie deze rubriek van 18 juli, die (vooral) werknemers intensief helpen bij het vinden van ander werk en nieuwe arbeidsvreugde.

Een gezin/individu dat optimaal wil plannen wacht niet af tot het te laat is, maar onderzoekt al eerder of de bron(nen) van arbeidsinkomen nog voldoen. Dat is psychologisch gezien niet eenvoudig: je zelf afvragen of alles goed gaat, wanneer alles goed gaat. Maar juist in de mooie jaren leg je door te hoge uitgaven, nieuwe schulden en een te optimistische kijk op de toekomst de kiem voor financiële en emotionele mislukkingen.

Ook daarin lijkt een gezin op een bedrijf. Daarin moet je de koers verleggen als het goed gaat, maar daar wil niemand aan. Het kan niet op. Bestuurders die gas terug willen nemen lopen tegen een muur van onbegrip op en brengen hun eigen positie in gevaar als ze dwars blijven liggen. Zo gaat het ook in een gezin. De dwarsligger moet dan niet zelden ruimte maken voor een nieuwe en vooral onbezorgde partner.

Bij wie moet je nou zijn voor advies als er nog geen vuiltje aan de lucht is? Midden in een loopbaan, net boven de veertig. Allereerst bij jezelf voor het antwoord op de volgende vragen. Wat doe ik het liefst? Waar ben ik goed in? Dat is niet altijd iets wat je graag doet. Voor de goede orde: er zijn ook mensen die slecht zijn in de dingen die ze graag doen. Welke arbeid, buiten de huidige, geeft voldoende inkomen en zekerheid om van te leven? En dan nog deze: doe ik dit werk om te voldoen aan de verwachtingen van anderen? Ouders, partner, kinderen, de familie, vrienden en kennissen. Of is het trouw aan de zaak?

Geeft het nadenken over deze vragen een onrustig gevoel, praat dan eens met een deskundige buitenstaander, die de feiten fris beoordeelt en schijn en werkelijkheid uit elkaar houdt. Bij veel instellingen, zoals Gewestelijke Arbeidsbureaus, werken beroepskeuzedeskundigen die iemand op weg kunnen helpen. Dat is een goed begin van een vrijwillig zelfonderzoek, mits de omstandigheden niet te ingewikkeld zijn.

De dagelijkse werkzaamheden van een ieder lopen sterk uiteen. Je begint al met het onderscheid werknemer of eigen baas. De groep werknemers bestaat uit bestuurders, managers en uitvoerenden. In dienst van overheid, non profit sector of bedrijfsleven. In Nederland of elders. Je hebt eigen bazen met een bedrijf, (advies)praktijk of winkel(s). In veel van die gevallen is een beroepskeuze advies te beperkt en biedt een outplacement bureau meer houvast.

Wie zich daar vrijwillig meldt behoort niet tot de doelgroep, want een volledige outplacement procedure is bijna altijd in opdracht, voor rekening van een werkgever en bedoeld voor werknemers die hun functie niet kunnen blijven vervullen. Toch zijn de bureaus altijd bereid te praten met iemand die uit zichzelf komt. Ook omdat in de praktijk blijkt dat in bepaalde individuele gevallen instellingen, verzekeraars of brancheorganisaties bereid zijn een begeleidingsopdracht te geven. Lukt dat niet, dan rekent een van de bureaus een tarief van 6000 gulden plus 3.750 gulden voor het gebruik van de kantoorruimten en faciliteiten. Daarvoor krijgt men circa twintig uur begeleiding. Er zijn dus wegen buiten een werkgever om.

In gesprekken met outplacers valt op dat zij gewend zijn om te werken met kandidaten waar iets mee is. Dat is jammer, want eigenlijk zou iedereen regelmatig, bij voorbeeld om de vijf jaar, door zo'n bureau doorgelicht moeten worden. Net als mensen boven een bepaalde leeftijd af en toe ter controle de stethoscoop van een arts moeten voelen.

(wordt vervolgd)