Na protesten tegen verwoesting van rivierlandschap; Maij wil nieuw onderzoek dijkverzwaring

DEN HAAG, 25 JULI. Minister Maij van Verkeer en Waterstaat laat een nieuw onderzoek naar de uitgangspunten voor de verzwaring van de rivierdijken instellen. Dit wordt uitgevoerd door het Waterloopkundig Laboratorium en de Rand Corporation, een onderzoeksbureau gespecialiseerd in beleidsanalyses.

De minister wil niet dat de voortgang van de verzwaring van de rivierdijken door het onderzoek wordt vertraagd. Maar de Gelderse gedeputeerde voor milieuzaken, C. Stigter, vraagt zich af of de lopende werken aan de dijkverzwaringen niet moeten worden opgeschort tot de resultaten van het onderzoek bekend zijn. Gedeputeerde Staten nemen de uiteindelijke beslissing voor de verzwaring een dijkvak, die technisch is voorbereid door het polderdistrict. De meeste betrokken rivierdijken liggen in Gelderland.

Niet bekend

De minister heeft haar onderzoek gisteren in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd. D66 heeft eerder gezegd bij de algemene beschouwingen in oktober een nieuw onderzoek te zullen vragen.

De uitgangspunten voor de dijkverhogingen zijn in 1976 door de commissie-Becht en vervolgens door het parlement vastgesteld. Volgens Maij moeten die uitgangspunten nu getoetst worden aan hedendaagse inzichten. Met name het gewicht dat aan milieu en landschap wordt gehecht is sinds de jaren zeventig veranderd. Maar ook de factoren die Rijkswaterstaat heeft gebruikt om een noodzakelijk geachte nieuwe dijkomvang te berekenen zijn bekritiseerd.

De minister wil in december een rapportage van het onderzoek hebben. De Vereniging De Ooijse Dijken heeft deze week juist een kort geding aangekondigd tegen het polderdistrict Maas en Waal om hangende nieuw onderzoek te voorkomen dat de verhoging van een dijkvak bij de Ooijpolder ten oosten van Nijmegen in september begint.

Volgens het D66-kamerlid Kohnstamm is de bereidheid van het ministerie om zelf een nieuw onderzoek te beginnen een winstpunt. Hij zegt dat wel serieus bekeken moet worden in hoeverre het onderzoek objectief wordt, zodat er vertrouwen in gesteld kan worden. Hij wil daarom weten hoe gevariëerd de begeleidingscommissie wordt samengesteld en hoe de onderzoeksopdracht precies gaat luiden.