Luchtgevecht

Dit is de sluipende kwaal, het bederf van onze democratie in het fin-de-siècle.

Er zijn steeds meer halve problemen waaraan je went omdat de andere helft die het tot een werkelijk ernstig probleem zou maken ontbreekt. Tegelijkertijd weet je dat protesteren niet helpt omdat iedere bureaucratie - particulier of publiek - in de eerste lijn van haar verdediging een regiment kluit-in-het-riet-stuurders heeft opgesteld. Het vergeefse protest bevordert het wennen. Dat geeft de veroorzakers van het probleem de mogelijkheid om het ernstiger te maken. Omdat je al zo bent afgestompt kan er nog wel meer bij - de ontberingsdrempel wordt steeds lager - en op die manier kom je in het moeras van de stagnatie terecht. Daar geldt dan weer het recht van de sterkste omdat iedereen voor zichzelf gaat zorgen. Dit is het feitelijk einde van de gelijkheid die een voorwaarde voor de democratie is.

Ik kom op dit onderwerp door het vraagstuk van de dikke luchtpassagier. De vliegtuigen worden groter, de ontwikkelingskosten voor een nieuw type zijn op zichzelf al zo hoog dat halve werelddelen erin moeten investeren. Om nog winst te maken zijn de maatschappijen gedwongen, zoveel mogelijk passagiers in hun jumbo's te proppen: meer rijen, meer stoelen per rij. Intussen komen er steeds meer dikke mensen die nog wel in de business-klasse passen maar niet meer in de toeristen. De ervaring heeft geleerd dat er meer dikke mensen zijn die geen geld hebben voor de business. Daardoor stijgt de kans dat iedere niet-dikke toerist zal overkomen wat mij een paar dagen geleden is gebeurd.

Toen ik mijn plaats - K 44 - tot op drie rijen was genaderd zag ik dat daar al een zeer dikke mevrouw zat. De stewardess wist haar over te halen op het haar aangewezen stoeltje te gaan zitten, maar het was duidelijk dat die interventie de goede nabuurschap niet had bevorderd. Nog voor we waren opgestegen was de strijd om het niemandsland van onze gemeenschappelijke leuning geopend. Ik drukte een beetje; merkte dat er geen beginnen aan was. Bovendien had mijn buurvrouw een grote tas waarin ze, waarschijnlijk om haar aanwezigheid nog meer kracht bij te zetten, ging graven. Voor de armslag die ze daarbij nodig had, kwam ze af en toe al ver op mijn rechtmatige grondgebied. Af en toe staakte ze het graven om iets uit een zakje te eten.

In mijn hoofd stelde ik een brief op aan de directie van de maatschappij. Zou het geen aanbeveling verdienen, de breedte van iedere passagier te meten? Als het overwicht van de bagage moet worden betaald, waarom dan niet de overbreedte van de reiziger? Is het beslist noodzakelijk dat de mageren altijd onder de dikken lijden? Op die toon van bittere verongelijktheid schreef ik mijn denkbeeldige aanklacht. Naast me werd verder gegraven en gegeten. Nu bleek dat het zoeken in de tas werkelijk een doel had. Ze vond iets, ik kon niet zien wat het was, want ze liet het meteen vallen. Omdat ze met zittend bukken niet over zichzelf heen kon reiken liet ze zich op de knieën zakken waardoor ze met haar gezicht tegen de rugleuning van haar voorbuurman/vrouw terecht kwam. Dat werd niets. Ze begon aan een draai van 180 graden om haar lengte-as, en toen die voltooid was zat ze, nog steeds op haar knieën, nu met het gezicht naar haar eigen rugleuning. Klem. Hoe het precies kwam weet ik niet, maar ze kon niet meer voor- of achteruit en ook niet meer omhoog. Dat was plotseling hartbrekend zielig. Ik dacht aan Elsschot: ze keek "gelijk een stervend paard'. Ik dacht ook aan toen ik klein was, toen ik aan de rand van de stad woonde en ik er weleens bijstond als een te water geraakte koe werd gered.

Wat te doen? Aan het begin van iedere vlucht krijg je een demonstratie van hoe je je zwemvest moet opblazen nadat er een geslaagde noodlanding op het water is uitgevoerd, maar voor het bijstaan van dikke medepassagiers bestaat geen handleiding. Hebben dikke passagiers trouwens nog een kans om na de geslaagde noodlanding op het water hun zwemvest op te blazen nadat ze buiten de cabine zijn gekomen? Allemaal vragen, stuk voor stuk van die halve problemen die ik bedoel en waarover de luchtvaartmaatschappijen liever zwijgen.

Hoe is het met die mevrouw afgelopen? Gelukkig zat aan het gangpad een Zweedse padvinder - te herkennen aan zijn verkennershoed, verkennersbroek en het bekende insigne van de Zweedse padvinderij. Samen hebben we haar weer op haar stoel getild. Het leed was geleden want het eten werd rondgebracht. Van al die avonturen had ze honger gekregen, zelfs een droog broodje (de boter had ze op haar spaghetti laten smelten) ging er tot het laatste kruimeltje in, en na dit tafelgenot viel ze in een diepe slaap. Om het gangpad te bereiken ben ik als een magere kat, of misschien een aap, zonder haar te beroeren over haar heen geklommen. Rustig dreunde de jumbo naar Schiphol. Vrede boven aarde.

Dat denken de directies van de luchtvaartmaatschappijen. In werkelijkheid wordt in de modernste der vervoermiddelen dag in dag uit de primitiefste strijd om het bestaan gevoerd. In de afgeladen jumbo's telt iedere centimeter meer dan dubbel. De maatschappijen koesteren zich in hun monopolie van de snelheid en daarom zullen ze erin slagen, de stoelen nog nauwer te maken en de rijen nog dichter op elkaar te dringen. Zo worden de luchtreizigers tot agressieve kistkalveren. Er komt een ogenblik waarop dat misloopt.