Lot Fokker in handen van nieuwe partners

DEN HAAG, 25 JULI. Het realisme heeft gezegevierd, zo klonk het gisteren rond het Binnenhof na het sluiten van de Three Party's Heads Of Agreement, zoals het akkoord tussen de overheid, Dasa en Fokker officieel is gedoopt. De vakbonden reageerden eensgezind positief. De ondernemingsraad van Fokker schaarde zich naast de bonden. Politiek Den Haag leek opgelucht. Minister Andriessen presenteerde het onderhandelingsresultaat als het best haalbare.

Oppervlakkig bezien is de transactie met Dasa te mooi om waar te zijn. Fokker komt in handen van een Duits concern, maar de overheid heeft de eerstvolgende drie jaar het recht ingrijpende veranderingen te blokkeren en nog eens vijf jaar daarna kijkt een overheidscommissaris over de schouder van de Duitsers mee. Fokker wordt weliswaar onderdeel van Dasa, maar de vliegtuigbouwer heeft toch een eigen plekje veroverd in wat naast Airbus een nieuwe tak van de pan-Europese vliegtuigindustrie moet gaan worden. Bovendien is die eigen Nederlandse positie omkleed met waarborgen voor behoud van industrieel leiderschap, het behoud van kennis en het behoud van de eindassemblage.

Op de garanties die minister Andriessen (economische zaken) heeft binnengesleept valt evenwel het nodige af te dingen. Waterdicht is het akkoord voor Fokker en zijn werknemers niet, ook niet nadat de overheid zich hardhandig in het overleg heeft gemengd. Hoe zou het ook kunnen? Dasa koopt een Nederlands bedrijf, Dasa heeft zich nooit opgeworpen als redder van de Nederlandse vliegtuigindustrie.

Op termijn hangt het lot van Fokker af van een combinatie van rationele besluitvorming en onderling vertrouwen binnen de Europese vliegtuigindustrie. Hoe bonden, politiek en ambtenarij het ook wenden of keren, Dasa en de partners Alenia en Aerospatiale krijgen het op termijn voor het zeggen bij Fokker.

De bonden hebben al gekozen voor de minste van de twee kwaden. Gevraagd of er nu spijkerharde garanties voor de werkgelegenheid bij Fokker zijn, antwoordde FNV-voorman Peter van Bers gisteren: “Waren die er wel geweest wanneer Fokker onafhankelijk zou zijn gebleven?”

Fokker is overigens geenszins van zijn concurrentie verlost. De competitie heeft zich simpelweg verplaatst. De Europese vliegtuigproducenten die elkaar tot op heden bestrijden als onafhankelijke ondernemingen, zullen de concurrentie straks binnen een nieuw Europese consortium voortzetten.

Pag 12: Garanties in akkoord zijn niet waterdicht

Het concurrentiebeding dat deel uitmaakt van de gisteren gesloten overeenkomst verbiedt alleen het ontwikkelen door Dasa van vliegtuigen die concurreren met die van Fokker. Voor het behoud van de produktie, en in de verre toekomst ook het behoud van de eindassemblage, moet Fokker ouderwets in de slag met de nieuwe moeder. De F-50, het turboproptoestel van Fokker, komt niet eens in het akkoord voor. Het zal zich moeten bewijzen tegenover de toestellen die Dasa-dochter Dornier, het Franse Aerospatiale en het Italiaanse Alenia in produktie hebben. Vooralsnog is er wat dit punt betreft van Dasa weinig te vrezen. Fokker-werknemers kosten maar tweederde van die van Dasa, maar produceren anderhalf maal zo veel.

De garanties in het akkoord tussen Fokker, Dasa en de Nederlandse overheid zijn niet waterdicht. Na drie jaar vervalt het vetorecht van de overheid. Wanneer Dasa (en partners) het belang in Fokker vervolgens uitbreiden van 51 procent naar 100 procent, dan is het contract dat deze week met zoveel moeite is afgesloten, in principe waardeloos. Een tussentijdse uitbreiding van 51 tot 75 procent van de aandelen van Fokker geeft in de raad van commissarissen al bijna automatisch de gekwalificeerde meerderheid voor Dasa. En die is nodig voor het nemen van zwaarwegende besluiten binnen de grenzen van het bestaande contract. Die besluiten gelden de locatie van de produktie, ontwikkeling en marketing van de toestellen.

Er zijn meer ontsnappingsclausules. De eindassemblage van de nieuw te ontwikkelen F-130 bijvoorbeeld wordt verplaatst naar buiten Nederland wanneer er “zeer grote kostennadelen” zijn. Andriessen heeft daar nog een succesje geboekt, want in de oorspronkelijke tekst was het voorvoegsel “zeer grote” er nog niet.

Als voormalig ondernemer begrijpt Andriessen dat wie een meerderheid koopt in een andere onderneming, er ook de baas is. Wanneer hij voorzitter was geweest van Dasa had hij een veto met een termijn van een jaar of acht ook niet geaccepteerd, liet hij gisteren weten. Als politicus wist Andriessen dat het afspringen van een akkoord politiek nauwelijks te verkopen is. De meeste leden van de vaste Kamercommissie van economische zaken, door Andriessen angstvallig goed op de hoogte gehouden, realiseren zich dat ook. Het niet in zee gaan met Dasa zou veel geld kosten. Om Fokker de toekomst te geven waarop het bedrijf onder Dasa een gerede kans maakt, zou per hoofd van de bevolking een bedrag van tegen de 400 gulden moeten worden uitgetrokken.