Lijstlust

Een van de meest fabelachtige naslagwerken die ik ooit in mijn leven ben tegengekomen bevond zich in de British Council Library in Parijs. Ik had eens een boek gelezen waar een zekere Inspector Morse in voorkwam en ik wilde daar nog wel meer van lezen, maar ik was getroffen door boekblindheid, een aandoening waarbij niet alleen de titel van het boek maar ook de naam van de schrijver totaal uit mijn bewustzijn verdwenen waren. Dat was lang voor Inspector Morse op de televisie was en de bibliothecaris had nooit van hem gehoord. Maar hij had een boek, verborgen onder de balie, dat volgens hem uitkomst zou brengen. Wat kon dat zijn? Een geschiedenis van de detectiveroman? Nee, veel beter: het was een index van romanpersonages en hun auteurs.

Was het de hele wereldliteratuur (Odysseus, zie onder Homerus), alleen maar Engelse romans (Rabbit, Peter, zie onder Potter, Beatrix), of alleen maar detectiveboeken (Morse, Inspector, zie onder Dexter, Colin)? Ik weet het niet meer. Ik kreeg alleen gelegenheid er die naam in op te zoeken en ik heb het boek daarna nooit meer gezien; soms vraag ik me af of het wel echt bestaat.

Maar het tuin-equivalent bestaat wel degelijk. Tuinieren bevindt zich in het algemeen op harmonieuze, maar als het op naslagwerken aankomt wat ongemakkelijke wijze, ergens tussen de rubrieken botanie en doe-het-zelf, met het gevolg dat geen enkel boek ooit precies heeft wat je wilt. Sommige komen dicht in de buurt, zoals Perennial Garden Plants van G.S. Thomas, maar de tekortkoming blijkt al uit de titel: geen heesters. De werkelijk serieuze encyclopedieën mogen alles hebben maar veel ervan is voor de amateur of onbruikbaar of onbegrijpelijk; het volgende is bijvoorbeeld niet precies wat je in het algemeen wilt weten over de akelei: "Basal leaves long-petiolate, compound, 1-3-ternate, segments obtuse, often trifid; cauline leaves gradually reduced up stem.' (The New Royal Horticultural Society Dictionary of Gardening)

Een boek dat alleen maar plantennamen en geen beschrijvingen geeft, dat klinkt als een telefoongids zonder nummers - en toch is The Plant Finder, waarmee dat het geval is, het equivalent van die index van romanpersonages; als het niet bestond zou het uitgevonden moeten worden. Het is bedoeld, zoals de naam al aanduidt, als een gids bij het kopen van planten; het bevat er 55.000, elk met een vermelding van de kwekerijen (op de Britse eilanden en in Ierland) die ze in voorraad hebben. Wat heb je er aan, zo kun je je afvragen, te weten waar je de hand kunt leggen op een Aquilegia formosa x longissima wanneer dat alleen maar is bij de kwekerij John Drake te Hardwick House, Fen Ditton, Cambridgeshire (alleen postorders, minimaal t.w.v. ¢8 10, catalogus 70 pence, geen export)? Cela nous fait une belle jambe, zoals de Fransen het zo elegant zeggen.

Natuurlijk zou het kunnen dat je toevallig net een autotocht door Cambridgeshire maakt (of nee, daar schiet je nog niets mee op: alleen maar postorders), maar dat is niet de werkelijke aantrekkelijkheid van The Plant Finder, tenminste niet voor mij. Het is de Lust van de Lijst, de lijstlust: al die namen en allemaal juist (met een duidelijke vermelding als er enige twijfel over bestaat). Jules Verne schepte er een kennelijk behagen in gedetailleerde lijsten op te stellen van alles wat mee moest op een expeditie, La vie: mode d'emploi van Georges Perec is zelf een enorme lijst; ook Multatuli en Sterne hadden een predilectie voor lijsten. Als het benoemen van de dingen de geboorte is van de taal, dan is het maken van lijsten de geboorte van de literatuur.

Botanische namen zijn zelf al het produkt van een indeling en we zijn er aan gewend ze in alfabetische volgorde aan te treffen; niettemin gaat er iets overweldigends uit van het zien van 13 bladzijden narcissen, 16 met irissen, 19 met pelargoniums, 21 met fuchsia's, 30 met rozen en, de onbetwiste winnaar, 32 met rhododendrons. Niet alleen vindt men er de namen van alle cultivars, maar ook, nog exclusiever, planten die alleen een nummer hebben, nog vers van de expeditie waarop ze ontdekt zijn. Rhododendron succothii LS&H 21295 bijvoorbeeld - uitsluitend verkrijgbaar bij Leonardslee Gardens, 1 Mill Lane, Lower Beeding, West Sussex - genoemd naar de Ludlow, Sheriff en Hicks expeditie naar Bhutan in 1949 - al vrij lang geleden eigenlijk, waarom heeft die nog steeds geen behoorlijke eigen naam?

The Plant Finder heeft niet alleen maar lijsten, maar ook vele bladzijden met aantekeningen en instructies, die even fascinerend zijn als de rest, ons bijvoorbeeld een blik gunnend in de activiteiten van de Variegated Plant Group van de Hardy Plant Society, die voorstellen een (v) toe te voegen aan de namen van planten die bontbladig zijn zonder dat dit uit hun naam blijkt. Dan is er de zorg voor de juiste spelling, door Susyn Andrews (geen wonder dat die zich met spelling bezighoudt); de inlichting dat Iris pallida "Variegata' goudgestreept is terwijl de witgestreepte versie die gewoonlijk onder die naam verkocht wordt I.p. "Argentea variegata' behoort te worden genoemd; en dat Penstemon "Garnet' in Duitsland, volkomen legaal volgens de International Code of Botanical Nomenclature, als "Andenken an Friedrich Hahn' bekend staat. Er is ook een lijst van planten waar de Hardy Plant Society naar zoekt en een "arbitraire selectie van planten die zeker verdienen op grotere schaal gekweekt te worden', waarvan de eerste geen ander is dan de Acanthus "Lady Moore'.

Waarom zou, terwijl de Fransen, de Duitsers, de Zwitsers, de Amerikanen en de Canadezen allemaal hun eigen plant finders hebben (Où trouver la plante, Pflanzen-Einkaufsführer, Der Stauden Finder...), Nederland er ook niet een hebben? The Plant Finder staat bol van vitaliteit; het is een duidelijke graadmeter voor het belang van het tuinieren in Engeland: is dat hier dan soms minder?

Maar gelukkig, er is nog hoop voor ons in ons continentaal isolement: vanaf het begin van volgend jaar worden de nieuwe EG-richtlijnen m.b.t. plantenziekten en het verhandelen van sierplanten van kracht. Deze zijn bedoeld om het circuleren van planten in de EG gemakkelijker te maken en het betekent misschien dat de wonderwereld waarvan wij in The Plant Finder een glimp opvangen ook voor ons zal opengaan. Hoewel het woord "Richtlijnen' toegepast op vrije uitwisseling mij altijd herinnert aan de briljante hatelijkheid die de ronde deed in Unesco in de nadagen van directeur-generaal M'Bow: "We must supervise the free flow of information!'

The Plant Finder, ontworpen en samengesteld door Chris Philip, geredigeerd door Tony Lord, Headmain Ltd, Whitbourne, Works.