Janice Hopkins Tanne werd geboren in Wales, ...

Janice Hopkins Tanne werd geboren in Wales, groeide op in Canada, Cuba en de Verenigde Staten en woonde ook enkele jaren in Nederland. Als free lance medisch journalist publiceert zij sinds dertien jaar regelmatig in diverse Amerikaanse en Britse bladen. Afgelopen week woonde zij in Amsterdam de Aidsconferentie bij.

Janice Hopkins is getrouwd met Sol Tanne, management consultant en schilder.

New York, dinsdag 14 juli

Vandaag is er file-alarm: het noord-zuidverkeer zit hopeloos verstrikt in het oost-westverkeer. De snelste manier om van A naar B te komen is te voet, dus zoek ik me langs de schaduwzijde van de straat een weg tussen klemzittende taxi's en afgevaardigden van de Democratische partijconventie. Het is meer dan 30 graden en de luchtvochtigheid zit boven de 90 procent. De lucht is heet, nat, om te snijden.

Het airconditioned kantoor van de American Society of Journalists and Authors, waarvan ik vice-president ben, ligt ideaal op de tweede verdieping van Paramounts art-decogebouw aan Times Square, recht voor de plaats waar een grote aids-demonstratie zal worden gehouden.

Ik ben bezeten van aids. Het is natuurlijk het wetenschappelijke nieuws van de eeuw, maar het raakt me ook persoonlijk. Zeven jaar geleden heb ik door aids een dierbare vriend verloren, een briljante, knappe, geestige, homoseksuele arts. Iedereen in New York kent wel iemand met aids.

""Het plein moet vol,'' had de organisatie gezegd. En zo geschiedde. Blauw-met-witte versperringen van de politie houden de menigte in bedwang, zodat voor noodgevallen een doorgang vrij blijft. Op oudejaarsavond verzamelen zich hier volgens de media altijd zo'n half miljoen mensen. Vandaag staat het vol, maar de eerste nieuwsberichten spreken van 40.000 à 50.000 demonstranten, later heet het 10.000. Dat geeft te denken.

Burgemeester David Dinkins, ook op de warmste dag van het jaar als altijd piekfijn in het pak, zegt tot de menigte dat hij hun zorgen kent. ""Aids zal niet zomaar verdwijnen,'' zegt hij. Jesse Jackson houdt een echte gospeltoespraak. ""Wij blijven de straat opgaan tot de nationale gezondheidszorg rond is,'' buldert hij.

Woensdag

Erger dan gisteren kon het weer toch niet worden, maar jawel. Het is net of er een hete mist om je heen slaat. De metro is goddank ijskoud, airconditioned, blinkend schoon en snel, snel, snel. Maar als je uitstapt gaat het mis.

Voor Toni moet ik naar een paar superspeciale haarmiddelen kijken en voor Pien naar een video. Drie drugstores hebben het haarspul niet en de videotheken weten niet of die film op video wel verkrijgbaar is. Het begint te regenen.

Thuis trek ik de deur van mijn werkkamer achter me dicht, zet de airconditioning hoog en begin aan mijn stuk voor het British Medical Journal (BMJ) over de gisteren gehouden vergadering van de American Medical Association.

Donderdag

Om vijf uur 's morgens fax ik mijn verhaal naar het BMJ en stort in. Om negen uur ben ik weer op. Ik stuur een voorstel voor een artikel naar het New York Magazine en handel wat brieven en rekeningen af.

En dan: Amsterdam en aids. De wetenschap is geen probleem, maar wat trek ik aan? Ik ben wat ze hier een shopper noemen en ik zie er graag verzorgd uit, maar een wetenschappelijk congres stelt eisen aan de kleding. Je moet een jasje dragen met zakken - voor cassettes, kaartjes om uit te delen, kaartjes van anderen en kleingeld voor de koffie. Liefst met schoudervullingen, want je sjouwt met zes tot acht kilo apparatuur. Lage hakken, want je loopt kilometers. Een wijde rok, want je moet misschien vooraan op de grond zitten om de sprekers op te nemen. Een handtas die zo groot is dat je er je aantekenblok, pen en bandrecorder in kunt proppen als je achter een onderzoeker aanholt voor een interview - maar waarmee je je ook op een receptie kunt vertonen.

Om een uur 's middags ben ik klaar.

Het verkeer op de snelweg naar Kennedy Airport kruipt, geen idee waarom, maar ik heb ruim de tijd. Als de vlucht wordt omgeroepen komt mijn vriendin en collega Nancy aanlopen. Goeie ouwe 642, wat heb ik die vaak genomen!

Het vliegtuig zit tjokvol, maar de service is goed. De KLM is gauw teruggekomen van zijn avontuurtje met plastic messen en vorken.

Vrijdag

De straalstroom brengt ons vroeg, om een uur of zes al, naar Schiphol. Ik herinner me het oude Schiphol nog, in feite een schuur, waar je over het tarmac naar je vliegtuig liep. Ik weet nog dat het nieuwe Schiphol nieuw was, toen de gebouwen nog niet schuilgingen achter richtingborden of zich uitstrekten tot halverwege België. Ik heb nog nooit in zo'n hitte - is dit Holland? - met zoveel bagage, inclusief mijn trouwe laptop, zo ver moeten lopen.

De gids heeft gelogen. Er stond dat het hotel een lift had. Maar de kamer is prettig; hij ligt aan de achterkant van een gebouw aan de Prinsengracht.

Nancy wil poolshoogte nemen in het Stedelijk en het Van Gogh, ik in de P.C. Hooftstraat. Overal uitverkoop, vooral schoenen, maar de prijzen zijn New Yorks en het regent. Dus: het Stedelijk en de Russen.

's Avonds eten we met mijn dierbare oude vriend Samuel een grandioze rijsttafel in Oriënt aan de Van Baerlestraat, wat me doet denken aan de tijd dat Sol en ik in Rotterdam woonden. Ons vaste adres was toen Tampat Senang in Den Haag; zou die er nog zijn?

Zaterdag

Een sublieme dag. Amsterdam ziet eruit als een ansichtkaart, maar wij blijven vandaag binnen. Eerst in het Hilton hotel, waar de American Medical Association voorafgaand aan de conferentie de nieuwste ontwikkelingen doorgeeft. Smaakvol, ordelijk, airconditioned, iedereen is er.

De Amerikanen geven hun regering een uitbrander. ""De V.S. moeten de leiding nemen. Tot nog toe zijn ze tegenover de wereld en onze eigen bevolking te kort geschoten,'' zegt Marcus Conant, die in zijn particuliere praktijk in San Francisco 3000 aids-patiënten behandelt. Op de vraag hoe de aanpak van aids in de Verenigde Staten kan worden verbeterd, antwoordt hij: ""Kies Bill Clinton.''

Aan het einde van de middag begeven we ons naar de RAI voor de inschrijving. Ze hebben een uitstekend verzorgde perszaal. (Over die op de aids-conferentie in Florence vorig jaar zijn de medische journalisten nog steeds niet uitgepraat.) David Moolenburgh, een aardige jonge computerkundige, legt me op een van hun apparaten de beginselen van WordPerfect uit, en ik krijg mijn stuk voor het BMJ grotendeels af.

Zondag

Internationale aids-conferenties zijn niet te vergelijken met andere wetenschappelijke congressen. Elfduizend mensen, van wie het merendeel zich in de Holland-hal (zonder airconditioning) ophoudt, wachten op het openingsceremonieel. Ze lijken niet op de in pakken gehulde academische types die de gewone medische conferenties bevolken. Deze groep is multicultureel, multiraciaal, vertoont alle seksen en kleuren die je maar bedenken kunt en nog een paar extra. Patiënten en artsen, journalisten en onderzoekers, medewerkers en bazen noemen elkaar bij de voornaam. Ze omhelzen elkaar, hartelijk, want soms weten ze wie besmet is en vragen zich af hoe lang nog. Het lijkt één grote Italiaanse familie. Neem maar van mij aan dat er geen internationale hart- of kankerorganisatie bestaat die haar jaarlijkse congres opent met een Amerikaans gospelkoor dat "Blowing in the wind' uitgalmt: How many deaths does it take till he knows/ Too many people have died/ The answer, my friends, is blowing in the wind...

ActUp demonstreert tegen de farmaceutische firma Astra, maar vergeleken bij wat ik op de aids-conferenties in San Francisco en Florence heb gezien zijn ze mild. Sedert die conferenties hebben de actievoerders en de wetenschappers meer begrip gekregen voor elkaars benadering van de problemen. Daarna voeren rondtollende en springende Afrikaanse dansers op slagwerkmuziek een staaltje aerobics op waarbij het Jane Fonda voor de ogen zou schemeren. Een gewone wetenschappelijke bijeenkomst is dit niet.

""Waarom zijn er geen politieke bewegingen op het gebied van de gezondheid? Waarom beven regeringen als de inflatie stijgt, maar verliest niemand de verkiezingen op de kindersterfte of op de sterfte door geweld onder jongeren? Waarom leidt nationale schaamte over daklozen of over de sterfte door tabak niet tot een roep om een nieuwe politieke leiding?'' vraagt Jon Mann. Officieel is hij dr. Jonathan Mann, voorzitter van de achtste internationale aidsconferentie en het derde mondiale congres over STD (seksueel overdraagbare ziekten), en leider van het aids-programma aan Harvard. Hij spreekt zonder stemverheffing. Zo op het oog niet iemand die de aarde beweegt. Hij gelooft in een recht op gezondheid.

Aids, zegt hij, beweegt zich langs de breuklijnen van onze samenleving: onrecht en discriminatie. Aids kan een ramp zijn, maar het kan ons ook dwingen iets te doen aan armoede, de lage positie van de vrouw en de ongelijke verdeling van gezondheidszorg, onderwijs en werk, en te bouwen aan een waardige toekomst.

Hij is de meest charismatische man die ik ooit heb ontmoet.

Zo'n 400 afgevaardigden, actievoerders en journalisten dwalen na de vergadering door het RAI-labyrint naar de Global Meeting ("Wereldraad'). Mann zit tussen de toehoorders en luistert hoe de ene spreker na de andere naar de microfoon stapt en zijn klachten uit: problemen met trage goedkeuring en beschikbaarheid van geneesmiddelen, de behoefte aan een "vrouwencondoom' of andere middelen om vrouwen te beschermen, de ontwikkelingslanden die geen geld hebben voor medicijnen of verpleging, klachten dat HIV misschien wel niet de oorzaak is van aids... Al deze sores zullen voor een volgende Global Meeting op donderdag worden samengevat.

Om kwart voor elf ga ik terug naar het hotel, sorteer mijn bandjes en aantekeningen en leg klaar wat ik morgen nodig heb, wanneer de conferentie écht begint.

Maandag

We zijn amper begonnen of ik loop al te vragen welke dag het is. Als je een conferentie verslaat, ben je afgesneden van de wereld. Je vertegenwoordigt de media, maar hebt geen idee wat er in de buitenwereld gebeurt.

Ik bel het BMJ om te horen of er vragen zijn over het artikel. Ze vinden het prima, geweldig, ze willen het alleen grotendeels schrappen en in plaats daarvan schrijven over de onheilspellende prognoses van de World Health Organization voor de mondiale verbreiding, die zijn gepresenteerd door dokter Michael Merson. Kan ik het stuk herschrijven en voor zes uur vanavond aan hen toesturen? Daar gaat je middag.

Dinsdag

De eerste ochtendsessie die ik bijwoon behandelt HIV-infecties bij vrouwen, met een uitmuntende lezing van dokter Elizabeth Ngugi van de Universiteit van Nairobi. Haar cijfers zijn onthutsend. Bij een onderzoek in Kenia in 1990 bleek 10 à 15 procent van de zwangere vrouwen HIV-positief te zijn. Van de Keniase commercial sex workers (voorheen prostituées; maar dit is een "politiek correcte' conferentie) is 80 procent HIV-positief.

Dan slaat het "mysterieuze virus' toe, en de rest van de dag kan ik vergeten. Newsweek is met een artikel gekomen over mensen met immuundeficiëntie maar zonder sporen van HIV. Is dit een nieuw virus? Er wordt onmiddellijk een wetenschappelijk forum belegd onder voorzitterschap van James Curran van de Centers for Disease Control. Dokter Jeffrey Laurence van het New York Hospital en Cornell University in New York beschrijft zes patiënten. Dan staan artsen in de zaal op om gevallen te rapporteren. Luc Montagnier heeft er twee. David Ho van New York University heeft er elf, in New York en Los Angeles. Ook anderen melden gevallen. Curran belooft dat de CDC de gevallen zal bekendmaken en artsen zal verzoeken andere gevallen te melden. Hierna volgt een ingelaste persconferentie.

Vermoeid en hongerig kappen we er om acht uur mee, brengen onze spullen naar het hotel en lopen langs de Prinsengracht naar Speciaal, een Indonesisch restaurant dat Samuel had aanbevolen. Ik ben gek op de Jordaan. Hij doet me denken aan West Village (het westelijke deel van Greenwich Village op Manhattan, waar ik voor mijn trouwen heb gewoond). Als ik hier woonde, zou het in deze buurt zijn. Er hangt een aparte sfeer van leven en laten leven, en de bebouwing is er vriendelijk en op menselijke schaal. Speciaal ruikt heerlijk, maar helaas, we zouden zeker een halfuur moeten wachten. We lopen naar hotel Pulitzer, waar de in elkaar overlopende tuinen zeker zo aardig zijn als ons was verteld. Het aardige is dat mijn beetje Nederlands, of wat ervoor doorgaat, weer ontwaakt en goed van pas komt.

Woensdag 22 juli

ActUp neemt Jim Curran van het CDC te grazen. De actievoerders onderbreken zijn lezing in de sectie over demografische aspecten van de aids-epidemie met de eis dat de Amerikaanse Centers for Disease Control de definitie van aids veranderen. Daar wordt al maanden aan gewerkt en het loopt telkens weer uit. Curran belooft de groep een onderhoud na afloop, zodat de sessie kan worden voortgezet. Daarna voert de groep hem af naar het ActUp-kantoor, waar zo'n twintig mensen en drie televisiecamera's zich in een kamertje persen. Hun stelling: als de CDC-definitie van aids wordt verruimd, zullen de Europese overheden volgen, zodat HIV-positieve vrouwen met gynaecologische aandoeningen een medische behandeling kunnen krijgen. Ze denken blijkbaar dat Curran dat met een memootje kan regelen.

In het roddelcircuit hoor ik dat er vóór de verkiezingen in de V.S. in november wel niets zal gebeuren. Een aanpassing van de definitie van aids zou namelijk het aantal patiënten met 50 tot 75 procent verhogen, zodat meer geld nodig zou zijn voor uitkeringen, medische voorzieningen en geneesmiddelen, en daar kun je in een verkiezingsjaar niet mee aankomen.

Wanneer ik terugkom in de perszaal is het daar een gekkenhuis. In de Handelingen van de Amerikaanse Nationale Academie van Wetenschappen is een verslag verschenen over nog een mysterieus virus. Om middernacht wordt een persconferentie belegd, waar dokter David Ho het verslag, dat hij zojuist heeft gelezen, bespreekt. Dokter June Osborn, het hoofd van het Amerikaanse Nationale Aids-comité, zegt met nadruk dat het rapport voorlopig is. Dokter Anthony Fauci, die het aids-programma van het Nationale Instituut voor Allergie en Infectieziekten leidt, beklemtoont dat er geen reden is tot paniek en dat zijn instituut de verdere ontwikkelingen scherp zal volgen.

Om half twee 's nachts is het afgelopen. De portier belt een taxi voor me en om twee uur bereik ik mijn hotel. Meer dan een paar broodjes heb ik niet gegeten, maar dat kan me niets meer schelen.

Vertaling Jaap Engelsman